zondag 16 maart 2008

zaterdag 15 maart 2008

UFO'S

Oke, bij veel mensen zal nu de schrik toeslaan, maar zoals mijn vader zei: "onderzoek alles en behoudt alleen het goede". In 1977 zaten Willem en ik in Saoedie-Arabie in een kamp midden in de desert, in Jubail, kilometers van de bewoonde wereld met onze zoon Andy, die daar ook naar school ging . Je moet je voorstellen midden in een levensgrote zandbak zijn twee kampen gemaakt met stenen muren er omheen gemetseld. Weer in een kamp, maar nu vrijwillig en in een Joint Venture met Adriaan Volker, Hochtief (een duitse firma ) en CCC (een Libanese Firma), dus een zeer gemengd gezelschap met nog wat Engelsen en Schotten, een belevenis. In dit kamp allemaal dezelfde prefab huisjes en alle huisjes het zelfde ingericht, zeer eenvoudig, met onder een afdakje een klein terrasje, waar je door de hitte alleen 's-avonds kon zitten. Later vertel ik nog meer over het leven daar in de desert met al die wonderbaarlijke figuren. De mannen werkten er erg hard met het bouwen van een haven en dus erg veel weg. Voor al die vrouwen en kinderen was er alleen een zwembad, een general building en een kleine supermarkt, waar zelden iets goeds te kopen was en als het er was, erg duur. Dus zit je daar hele dagen zonder goede tv, radio, leuke winkels of telefoon, dan slaat al snel de verveling toe. Maar in die tijd in Holland was men erg bezig met het fenomeen Ufo. Door al die boeken, artikelen en mensen begon ik mij er ook voor te interesseren, op zijn minst moet je bij blijven. Maar om op een of andere manier te weten, wat ik er nu zelf van vond, zou ik mij er flink in moeten gaan verdiepen en had daarom ook veel boeken meegenomen over der ufo's. Na bijna alles er over gelezen te hebben wist ik nog steeds niet wat ik er van vond. Toen moest ik mijn laatste boek erover lezen van John A Keal: "Het Trojaanse Paard". Ufo's, wie zijn zij, waar komen zij vandaan en waar gaan zij naar toe. Hij schreef geweldig en voor ik het wist zat ik er helemaal in, spannend, maar in kleine footnotes stond er ook bij, dat tijdens het schrijven van zijn enorme boek, hij heel veel vreemde dingen had meegemaakt, onder andere voorspellende dromen, die ook echt uit kwamen, telefoon die dag en nacht belde en als hij opnam vertelde iemand hem dat er een brug zou instorten en zowaar gebeurde het dan ook. Vaak werd er ook gebeld en als hij opnam was er niemand en dit gebeurde ook heel veel s'nachts als hij sliep, zo zelfs, dat hij als het ware zich een beetje begeleid voelde. Wat schets mijn verbazing, tijdens dit spannende boek ontving ik brieven van mijn kinderen, die in ons huis woonden, dat ze gek werden van een of andere gek die s'nachts op alle tijden belde, zo erg zelfs, dat ik weer later brieven kreeg, dat ze de PTT hadden ingeschakeld. Gedurende al die tijd, dat ik het boek las, schreven zij mij hoe erg het was, niets van mijn boek en de inhoud wetend. De PTT had er ook geen verklaring voor en konden de beller niet vinden. Vanaf het moment, dat ik het boek uit had, hield de telefoonterreur op en kreeg ik brieven van nu het is zo maar gestopt, gek he mam. Door dit alles was ik totaal verbaasd en vond grappig genoeg twee mensen, apart van elkaar, een uit Curacau en een uit Engeland, die de ufo's beiden in het echt hadden gezien. Die uit Curacau had er wel 100, samen met vele andere mensen zien over vliegen en die uit Engeland had ze samen met haar familie s'nachts tijdens hun tocht naar huis gezien van wel heel dichtbij en waren heel bang geweest. Mijn oordeel over dit fenomeen is zo geworden, dat wij een zeilboot van ons UFO genoemd hebben, wij zijn dolgelukkig op die boot geweest, wie weet zit er toch wel wat in. Dinkie

woensdag 13 februari 2008

Een merkwaardige gebeurtenis.

Zoals ik al eerder verteld heb kwamen wij in de wijk te Malang terecht. Je moet je voorstellen, een grote villa wijk en daaromheen hoge hekken en prikkeldraad, auto's allemaal ingepikt door de jap, straten helemaal leeg. In iedere villa kwamen er acht mensen bij, je kunt wel na gaan wat dat betekent voor degene van wie de villa is. Overal mensen, die moeten slapen, eten, baden in jouw huis en nergens kun je klagen, want dan ging je de cel in. Je kunt je ook voorstellen wat dat een heibel gaf, zo ook bij ons. De vrouw des huizes was totaal over de rooie, al haar meubels en al haar mooie spullen, mensen die sliepen in de huiskamer en in de eetkamer, drama. Mijn ouders besloten de garage te nemen. Helaas zat mijn grootmoeder wel bij de vrouw des huizes, tot ook mijn vader weg moest en alle mannen tot en met 18 jaar. Hoe ze het voorelkaar hadden gekregen, mijn ouders, weet ik niet meer , maar er kwamen kisten met boeken en naaigerij uit ons huis in Soerabaja. Mijn moeder begon een bibliotheek vanuit de garage en daarmee verdiende zij een beetje geld. Bij de hoofdpoort was een kleine markt, waar de lokale mensen hun waar aan onze hollandse vrouwen mochten verkopen, waarna zij weer verdwenen. Wij speelden heel veel buiten. In het midden van deze villa wijk was een groot park, een gedeelte gras en een stukje bos, bestaande uit hele dunne dennen, ijzersterk en heel hoog. Daar werd veel in geklommen en mee heen en weer gezwiept. Aan het hoofd van al deze kinderen stond een grote jongen van ongeveer 15, 16 jaar, lang, slank en een enorme bos met krullen, rood blond, Henk. Het was een baasje en hij was verliefd op een wat ouder meisje Jaennie. Hij had mij uitgekozen om zijn postillion d'amour te zijn. Ik moest steeds briefjes naar haar brengen en wachten op briefjes terug. Dat duurde zolang wij er woonden. Als dank mocht ik, als enige, bij hem achterop zijn fiets. En achter aan zijn fiets een hele sliert met rolschaatsende kinderen en wie de laatste was vloog of uit de bocht of belande in een heg en dan maar gauw weer aanhaken. Ondanks het verdriet om onze vader was het juist door hem, dat wij ons als groep happy voelden en veel over alles discussieerden, zoals de Jap, het vertrek van onze vaders en het moeten geld zien te verdienen, want salarissen waren er niet. Er werd wel melk en voor ieder gezin een pakje boter en wat suiker afgegeven en nog wat andere dingen. Maar als het op was zat je er naast. Mijn moeder borduurde beeldige broches, spelde die op een kartonn en samen met andere mooie, door haar gemaakte dingen, ging ik langs de deuren om het te verkopen en verdiende daar echt nog wel een beetje mee. Af en toe fietste Henk, als hij mij zag, even met me mee. Helaas kwam daar na enkele maanden een eind aan, want wij moesten vertrekken naar Solo. Wij vonden het allemaal vreselijk en ik weet nog dat Henk met mij en nog een ander meisje s'avonds laat praatten en tegelijk afscheid namen en hij ons veel sterkte toewenste. En weer moesten wij alleen meenemen wat wij konden dragen en daar gingen wij het kamp uit, ook weg van mijn vader, niet wetend wat ons nu weer te wachten stond. Jaren later in Holland, 1953, de ramp in Zeeland. Wij verzamelden en werkten overal om te helpen sorteren van kleren, wij, dat waren alle meisjes van de Haanstra kweekschool. Een van mijn beste vriendinnen toen was Riet, die in Leiden op kamers woonde en waarmee ik toen stage op een kleuterschool liep. Haar vriendje had het net uit gemaakt en zij was er erg verdrietig over. Ik had ook een vaste vriend, later mijn ex. Ieder jaar aan het eind van het schooljaar hadden wij een groot bal in het lang in de Burcht in Leiden met een grote band. Wij verheugden ons er erg op, behalve Riet, die niemand had om mee te gaan. Ik vroeg aan mijn vriend of hij niet een vriend had, die met haar zou kunnen gaan en aangezien hij ook niet liever alleen ging, vroeg hij het aan al zijn vrienden, die ik zeker nog niet kende, want wij hadden net verkering. Een van zijn vrienden wilde eerst kennis maken met Riet, dus zouden wij met zijn vieren naar de film in Leiden gaan. Wij stonden bij de bioscoop op beide heren te wachten, daar zag ik mijn vriend aan komen en naast hem liep iemand, die mij wel heel bekend voorkwam en dat vond hij ook. Ben jij soms Henk uit Malang, vroeg ik, ja zei hij, ben jij dan soms Dinkie, dat kleine meisje met die vlechten. En daar in Leiden stond mijn oude kampvriend, die uiteindelijk getrouwd is met mijn vriendin Riet en met wie wij nog jaren zijn omgegaan. Wij hebben samen heel veel opgetrokken, met onze kinderen, onze feesten en onze zorgen, jaren lang. Het gaf mij altijd een heel vertrouwd gevoel, totdat wij twintig jaar later alle vier gingen scheiden. Toen liepen onze wegen helaas wat uit elkaar en zag ik ze beiden niet zoveel meer. Vlak voor hij is overleden is hij nog een middag en een avond bij ons hier in Zeeland geweest en kon ik nog even lief afscheid van hem nemen, want hij was al erg ziek. Mijn vriendin is kort na hem ook overleden. Beiden waren fijne mensen, heel fijne mensen, waar ik hele mooie herinneringen aan heb. Dinkie

dinsdag 5 februari 2008

Dit zijn een paar fotos uit Indie voor, dat ik geboren werd zomaar om wat te laten zien. In de onderste foto zit mijn moeder.

zondag 6 januari 2008

Heilige Boom

Wij hadden weer eens een huis in de bergen, dit keer met een groot open grasveld eromheen en aan het eind van het grasveld een hek helemaal om onze tuin heen. Op een plek kwam het hek naar binnen en op die plek, achter het hek, stonden heel veel struiken. Dat alles lag op een helling en achter de struiken een hele grote dikke boom met veel wortels. De boom was zo dik, dat je er met drie mensen omheen moest staan met uitgestrekte armen voor je elkaar weer raakte. Midden in het grasveld lag ons zwembad, waar wij dagen in verbleven. Iedere keer hoorden wij mensen naar de boom gaan en daar zingen of bidden. Het bleek een heilige boom te zijn en alle Indonesische mensen brachten de meest heerlijke etenswaren naar hun heilige boom, allemaal kweelappies en koekjes en nog veel meer in pisangbladeren, het zag er heerlijk uit. Als wij naar al dat lekkers keken, liep het water ons in de mond. Onze baboe vertelde ons dat, als je daar bij de heilige boom eten bracht, je nooit iets ergs zou overkomen. Op een dag gingen wij stiekem het hek uit om bij de boom te kijken. Vol verbazing keken wij naar al die heerlijkheden. Mijn broer zei:" ik wil wel wat ervan pakken als iedereen weg is", maar dat zag ik niet zo zitten en zei als je dat doet gebeurt er wel iets ergs met je. Mijn broer keek mij aan:" Geloof jij dat echt vroeg hij, ik niet hoor, allemaal flauwekul." Wij terug, maar zoals je weet gaat iedereen 's middags rusten, dus wij weer naar de boom, stiekem, er was niemand en er kwam ook niemand. Mijn broer boog zich voorzichtig voorover zocht naar iets heel erg lekkers en nog voor dat hij iets gepakt had, hoorden wij een ontzettend hard geritsel door de struiken. Als er al iets was waar wij bang voor waren, waren het slangen. Wij weg, volgens ons was dat er een. De volgende keer, dat wij weer naar de boom gingen, toen iedereen sliep, probeerde mijn broer weer iets te pakken, weer begon het harde geritsel, zo erg, dat wij vol verbazing bleven staan en zagen dat de struiken gewoon heen en weer gingen.:" Er zit iemand zei mijn broer: "Ja zei ik, een slang, die zal er ook wel van eten." En weg waren wij. Sinds die dag zijn wij nooit meer bij de boom geweest om iets weg te pakken, alleen om er zelf ook iets bij te leggen,in de hoop dat ons ook nooit iets zou overkomen en dat is ook nooit gebeurd.Dinkie.

Een dorpsverhaaltje

Het volgende verhaal uit ons dorp kwam mij ter ore en ik dacht, wil je echt oud worden, dan moet je dit doen. Een oude vrijgezel van 75 jaar, wonend in een prachtige boerderij met een mooi lapje grond, zei het enigzins verwaarloosd. Hij was in de winter altijd heel erg ziek, bronchitis, de dokter veel op bezoek, veel antobiotica enz. .Waarschijnlijk te zuinig met stoken en oude huizen zijn vochtig en tochtig. Iedere winter zweefde hij op het randje van de dood. Zijn buren, die toch al veel voor hem deden, kwamen op het luisterrijke idee om zijn boerderij te kopen voor weinig geld, 98000 gulden en hem zolang als hij leefde iedere avond een warme maaltijd te geven. De oude vrijgezel had er wel oren naar en aangezien hij kind noch kraai had werd de deal gesloten. Naar iedereens idee boften de buren met zo,n schitterende koop, want het kon beslist niet lang duren met deze zieke zwakke oude man. Maar je kunt het geloven of niet, deze zieke zwakke man is 96 jaar geworden en heeft 21 jaar lang heerlijke warme maaltijden gehad. Zo zie je maar, wil je oud worden, dan moet je zulke deals sluiten. D e boerderij is verkocht voor 198000 gulden en beiden hebben dus toch nog geboft.

donderdag 13 december 2007

Een vreselijke dag

Het was half 1968. Wij woonden toen in Voorschoten in de Papenlaan, een heerlijk huis. Op 35 jarige leeftijd had ik, na 3 pogingen, mijn rijbewijs gehaald en had als gewoonte om 1x per week mijn ex naar de Waalhaven of andere haven te brengen, zodat ik de hele verdere dag de auto kon gebruiken, wat neerkwam op meestal klusjes doen voor de kinderen en soms gezellig shoppen met ze. En om half 6 reed ik weer richting Rotterdam, zonder files.Vaak gingen er een of twee kinderen mee, zo ook die dag mijn dochter Arlette en haar vriendin Wilma. Wij gingen nog even richting Wassenaar voor nog een boodschap toen er daar iemand stond te liften richting Rotterdam. Ik zei: oke, stap in, maar je moet nog even geduld hebben, wij moeten nog een paar dingen doen voor wij naar Rotterdam gaan. Dat is helemaal niet erg mevrouw zei de aardige, zeer verlegen jongeman van plus minus 23 jaar en hij reed een uur lang mee overal naar toe, ook nog langs ons huis in Voorschoten.Hij zat zoet en doodstil en liet hij alles over zich heen komen, de luide muziek, de drukte en ons heen en weer geren. Eindelijk op weg naar Rotterdam. Hij wilde niets eten of drinken, wat ik hem steeds aanbood. Net op de grote weg, pats, band kapot. De jongeman begon meteen te klagen van ik kan u niet helpen, heb er geen verstand van en kan niets met auto's. Verder speel ik piano en ben voorzichtig met mijn handen.Ik zei: lieve jongen, maak je niet druk, ik kan alles, dus wij de auto uit. Enfin, moeders aan de slag. In die dagen was ik zeer modieus gekleed, heel hip, laarzen met hoge hakken. Helaas was dat niet de juiste kleding voor de klus, maar het lukte.De nieuwe band zat erop. De toeschouwers waren duidelijk opgelucht. Ik probeerde toen de wieldop erop te slaan met mijn handen, wat mij niet lukte, hij viel er steeds weer af en lichtelijk geirriteerd ging ik op mijn achterste zitten, zette de dop erop en achteruit leunend trok ik een been helemaal in om hem met mijn hak een dreun te geven.Op het moment dat ik uitschoot,deed de stille jongeman zijn hand op de wieldop en kreeg de volledige hak in zijn hand. Ik gilde, hij gilde en de meisjes gilden, dansend van pijn met zijn hand in zijn andere hand liep hij jammerend rond. Ik gilde: hoe kun je nu zo stom doen, laat zien. Zijn hand werd steeds dikker, zwol helemaal op en hij zag spierwit van de pijn. Ik zei: nu naar het ziekenhuis, direct. Maar hij riep: nee mevrouw, ik wil naar huis. In Rotterdam, stil zittend met zijn opgezwollen hand over zijn borst, dood zielig, stuurde hij mij regelrecht naar de straat waar hij woonde. Hoe ik het ook probeerde, hij wilde alleen naar huis en jammerde over piano spelen. Toen hij uitstapte draaide hij zich om en zei: hartelijk bedankt voor de lift.. Ik zei: mijn jongen, ga gauw naar de dokter en weg was hij, de straat in naar zijn huis. Ieder jaar denk ik er wel eens aan, het was volgens mij echt zeer ernstig. Dit is iets wat je nooit meer vergeet. Ik hoop dat het heel goed met hem gaat en dat hij nog steeds piano kan spelen. dinkie