zaterdag 6 februari 2010

Het verhaal over Elsie, een hele lieve grootmoeder

De eerste foto is Gwen. De tweede foto is Dennis en de laatste foto is mijn grootmoeder Elsie Maud Cownie. Over wie het volgende verhaal gaat, als dank en liefde voor wie zij was voor mij. Dinkie
Posted by Picasa

vrijdag 5 februari 2010

Siennie mijn vriendin

Staande op de rails keek ze in de verte. Een heerlijk zacht briesje beroerde haar gezicht. Hier, op deze eenzame plek, was het dus gebeurd, hier had haar lieve vader zich in een wanhoopsdaad voor de trein geworpen, hier had hij 5 jaar na de dood van hun moeder voor gekozen. Hij, een dominee uit een klein dorpje, die het ondanks zijn 5 kinderen niet meer zag zitten in zijn tweede ongelukkige huwelijk. Zij zuchtte en keek verdrietig rond, alles zag er zo vredig uit. Na een stille afscheidsgroet en gebed liep ze terug naar het huis van haar vriendin, bij wie ze een paar dagen logeerde. Het was al jaren geleden dat ze hier in het hoge noorden had gewoond. Nu, als moeder van vier volwassen kinderen, was ze trots en blij dat ze zover was gekomen. Ze had nu tijd de doden rust te geven en haar laatste stukje leven naar eigen kunnen in te vullen. Ze wilde niet meer denken aan hun vreselijke jeugd met een stiefmoeder, die over hun had geregeerd als een diep teleurgestelde, haatdragende vrouw. Als verpleegster in opleiding was zij gevlucht en had in het westen haar nieuwe leven opgebouwd. Geen pad over rozen, maar tenminste haar eigen pad. Na enkele jaren hard gewerkt te hebben trouwde zij met de zoon van het gezin, waarbij zij een kamer had gehuurd. De zoon voer op de grote vaart, op tankschepen en was daardoor soms anderhalf jaar van huis. Maar iedere keer als hij thuis was, brak de hel los en was zij ook weer zwanger. Totdat hij plotseling besloot te stoppen met varen en als havenloods te gaan werken in Rotterdam. Toen werd het leven van haar en haar inmiddels vier kinderen een echte permanente bedreiging. Zij wist zo goed en zo kwaad als het ging de zaken steeds weer recht te breien, hopend op die manier de vrede in huis te kunnen bewaren, maar bij het minste zogenaamde falen van haar kant brak de hel los. Na 20 jaar was de maat vol. Zij kreeg het huis met een levensverzekering en hij hield de rest. Hele droevige dagen kwamen en gingen met banen, die zwaar en heel onprettig waren. Uiteindelijk werd ze wegens ernstige lichamelijke problemen na jaren afgekeurd en kreeg ze een klein beetje rust. Toen ook nog jaren later een behoorlijk bedrag aan geld haar werd toegekend door een uit betaling van een verzekering, kon zij beginnen aan haar herstel en geestelijk gaan leven naar haar eigen inzichten. Heel Europa is ze doorgereisd in haar eentje. Ze bezocht overal, ook in Nederland, alle musea, ging naar Lapland, Nieuw-Zeeland, Vietnam en alle Oost Europese landen. Ze leefde heel zuinig had geen auto, besteedde heel weinig aan luxe, maar reisde wel zowat de halve wereld af en brak in Engeland haar been en dit alles helemaal alleen. Zo kon ze nu, terugkijkend op dat slechte begin, blij zijn met al het geluk, dat ze nu heeft, leuke kleinkinderen, goed ontwikkelde kinderen en een heel leven nog vol met heel veel interesses. Al 52 jaar ken ik haar en houden wij contact, soms veel, soms wat minder, maar wij vergeten elkaar nooit. Dinkie.

donderdag 4 februari 2010

Hoe ik mijn vader weer terug zag

Het Weerzien Met Mijn Vader

15 Augustus 1946. Wij waren bevrijd, heel toepasselijk het is nu18 Augustus 2007. Vrij, dat had je gedacht, de Javanen wilden nu hun vrijheid en trokken ten strijde tegen ons blanke bezetters. Van mijn vader hadden wij inmiddels briefkaarten via Rode Kruis ontvangen,blijf waar je bent, ik kom eraan. Na heel veel ellende van aanvallende Javanen en na veel omzwervingen belanden wij eindelijk heelhuids in Batavia. Daar kreeg mijn moeder van het rode kruis bericht dat mijn vader op weg naar ons was op gepakt door de Indonesiërs, met als slotwoorden: vermist, waarschijnlijk dood. Dus mijn moeder kon met ons naar Holland als weduwe. Op de Klipfontein, die veel later op een klip kapot sloeg, zeer toepasselijk, zoals het hoort. Op dit voor ons schitterende schip trok mijn moeder zich terug met twee nonnen in een hut, omdat ze astma patiënt was. De hele reis tot Attaca bij Egypte hebben wij haar niet meer gezien of gesproken. Mijn broer en ik wij zwierven over het dek en genoten van de heerlijke zeelucht en het vele eten dat wij er kregen en niemand die op ons lette. We aten stik veel mandarijnen en dronken heel veel cola. Wassen was er niet bij, dat waren wij toch niet gewend en sliepen buiten achter de schoorsteen van het schip. Uiteindelijk besloot de kapitein, die ter oren was gekomen dat er twee kinderen rond zwierven, om ons onder de hoede van een voogd te plaatsen. Ik kwam onder de hoede van dr. Provo Knuit, een gepensioneerde scheepsarts. Prima leven, hij was zeer streng,ik moest baden in zeewater, puisten werden open gesneden en toch ook heel lief. Hij was mijn eerste surrogaat vader na 5 jaar en ik was er erg blij mee. Een enkele keer in de week dronk hij iets te veel en moest ik hem naar bed helpen in plaats van hij mij, maar voor de rest een super goede echte vaderfiguur. Aangekomen in Holland in Amsterdam moest ik helaas afscheid van hem nemen en kreeg twee paardenkoppen houten boekensteunen. Wat heb ik gehuild, ineens weer vaderloos. In Amersfoort werden wij door mijn moeder zomaar bij wildvreemde Hollandse gezinnen ondergebracht, ik als meisje van 13 jaar. Zaterdags en Zondags mochten wij even een uurtje bij haar komen. In dit voor mij wildvreemde land, het was April 1947, bestierf ik het van de kou in het huis zonder centrale verwarming bij het gezin van mevr IJf. Zij had zelf drie kinderen en was weduwe, die mij maar een heel raar product vonden, dat gele kampkind met rare manieren en al die rare Indische woorden, zoals pisang voor banaan of ketimoen voor komkommer enz. enz.. Wat voelde ik mij toen eenzaam en ellendig. Op een dag wilde ik even mijn broertje opzoeken, ik belde aan, de deur van het huis waar hij zat werd open gedaan en een dienstbode vertelde, dat mijn broer wegens gezondheidsredenen naar het platteland was gezonden om aan te sterken. Ik dacht erger kan het niet of toch wel en ging op straat lopen met mijn ogen dicht, want ik dacht zo kan het ook nog zijn, dus valt het eigenlijk wel mee, gelukkig ben ik niet blind. Na vele builen van vele lantaarnpalen en kapotte knieën bedacht ik mij dat mijn lot nog niet zo slecht was. Ik besloot het heft in eigen hand te nemen en zelf iemand te zoeken, die mij dan als kind kon adopteren. En zo gezegd, zo gedaan. Iedere dag op weg naar school en terug passeerde ik vele prachtige huizen, een daarvan was mijn lievelingshuis en daar woonde een hele lieve oude dame met een wit hondje, die ze vaak uitliet als ik er langs kwam. Die was het, zij had zo'n lief gezicht en groette mij altijd zo vriendelijk. Dus ging ik met haar praten en op het laatst liet ik het hondje uit en nog later zat ik bij haar thee te drinken en weer later zat ik er heel veel. En op een dag vroeg ik haar of zij mij wilde adopteren, ze was perplex en na heel veel heen en weer gepraat en gesmeek van mijn kant(het huis van binnen was nog aanlokkelijker, dan van buiten, gezellig vol en heel mooi), heeft ze mijn moeder gebeld en mijn wens overgebracht. Gelukkig bleek zij een gepensioneerde hofdame van Wilhelmina te zijn en daardoor werd de schade beperkt wat mij betreft. Mijn moeder ging er doodlief op bezoek en legde alles uit naar haar inzichten. Ik heb er wat traantjes om gelaten om deze schattige lieve vrouw met haar witte hondje, waar ik helaas niet bij mocht wonen en was wanhopig. Op dat moment vond de kosmos het genoeg en kwam het bericht dat mijn eigen vader gevonden was en na vijf maanden ziekenhuis op een schip naar Holland zat. De dag dat hij bij ons terug kwam zal ik nooit meer vergeten. Mijn broer en ik waren gebaad en in onze beste kleren bij mijn moeder op visite aan het wachten op hem (mijn vader na 6 jaar). Het duurde maar en het duurde maar, uiteindelijk gingen wij buiten spelen. De Jan Huigensstraat in Amersfoort lag een beetje op een helling en daar zag ik in de verte een wit busje aankomen. Ik rende de helling af en het busje stopte naast mij en een man met een heel lief bruin gezicht vroeg mij de weg naar de Huigensstraat. Ik wees hem die en toen hij doorreed drong het tot mij door, dat is mijn vader. God wat was ik blij, ik had een echte vader. Ik rende naar mijn moeders huis en daar liep hij het pad op. Opa riep ik, opa, ik ben het, Dinkie. Hij draaide zich om en sloot mij in zijn armen, wat was ik gelukkig, diep gelukkig nu zou het allemaal goed komen, hij was terug. Mijn broer en ik huilden en hij ook.Toen wij na het eten weg moesten was hij met stomheid geslagen en vond dat vreselijk en beloofde ons, alles zo snel mogelijk te regelen, wat hij ook gedaan heeft. Twee maanden later zaten wij met zijn vieren op een etage in de Bergstraat in Amersfoort, tegenover het kerkhof. Niemand kan beseffen hoe blij ik was. Later toen mijn lieve vader op sterven lag hier bij ons in Zeeland in het ziekenhuis, heb ik heel veel voor hem kunnen terug doen tot en met zijn laatste adem, ben daar heel erg blij mee En mijn moeder, die was later toen ze oud was een geweldige oma voor haar kleinkinderen. Ze had als meisje van 7 jaar naar kostschool gemoeten, omdat haar moeder voor een paar jaar met TBC naar een sanatorium ging. Bij de nonnen was het voor haar ook geen pretje geweest, alhoewel zij beweerde van wel.
Dinkie

zondag 10 januari 2010

Stef,Queen Cheng en grootvorst

Stef met de kippen. Stef is nu 22 jaar. De tweede foto zijn de drie hondjes en de onderste is onze grootvorst die 18 jaar geworden is en overal mee ging.
Posted by Picasa

door Willem gemaakt 10 jaar geleden

Waar blijft de tijd, helaas is alles zo voorbij dus zoveel mogelijk van genieten. Dit was in een tijd, dat wij kippen, drie honden, kalkoenen en een kat hadden. Verder een tuin vol rozenstruiken heel aparte struiken. Twee grote houtkachels. Maar wij hebben ervan genoten nog een paar foto's van de hondjes uit die tijd. Dinkie
Posted by Picasa

de moeilijke loop van mijn goede lieve vrienden

 De Moeilijke Loop Van Een Vriend.
In ieder mensenleven komen wel eens gebeurtenissen voor, die zich dan ook steeds herhalen, zo ook in het mijne. Het begon met mijn eerste buurjongen, vriend in Wassenaar. Aernout heette hij en hij woonde in het mooiste huis aan de prachtige pauwvijver in Wassenaar. Wij zaten samen op het Rijnlands en ineens kwam hij met chauffeur voorrijden. Aangezien rijk bij mijn moeder alles mocht, werd hij direct uitgenodigd te blijven tot zes uur en zo werd hij een vaste, regelmatig komende vriend. Waarom chauffeur, Aernout was geboren met een beentje, dat niet meer mee groeide en moest operatie na operatie ondergaan. Ze probeerden van zijn kleine hieltje een knietje te maken, dat lukte niet en Aernout had een kunstbeen. Voor een kind uit de Jappen kampen geen enkel probleem. Vaak gingen wij in september 's avonds naar het strand, hielp ik hem met de leren banden op zijn rug los te maken en al hinkend gingen wij heerlijk uren zwemmen. Daarna was het even trekken en hijsen om het kunstbeen goed vast te krijgen en liep hij weer met zijn eigenaardige loopje het strand af. Het verhinderde hem niet om op ons schoolbal met de band les feuilles mort van Charles Trenet te zingen, feilloos zuiver en te dansen, de hele avond, ook veel met mij. Hij had het bij ons thuis uren geoefend met mijn moeder aan de piano. Uiteindelijk ging hij toch meer betekenen voor mij. Op een avond, Willy mijn vriendin uit Indië logeerde bij ons, omdat ze in Leiden studeerde, kwam Aernout en wilde met mij uit. Maar in die tijd van mijn leven was ik geen weekend meer thuis, dus had al een afspraak voor een feest in Den Haag. Inmiddels reed hij zijn eigen scooter en nam Wil toen maar mee naar de bioscoop. Hij belde op mijn feest en wilde mij komen ophalen en Wil op de tram zetten, ik weigerde dit. Toen ik 's nachts laat thuis kwam vond ik het vreemd dat ze nog niet terug waren, heel vreemd. Dus bleef ik wachten. Om zes uur een politie auto, met twee man kwamen ze aan, ik was doodsbang. Willy en Aernout waren onder de tram gekomen. Beiden leefden nog, Willy is op haar elleboog na bijna geheel Oke, die was goed verbrijzeld is nooit meer helemaal goedgekomen. Aernout had een hele erge schedelbasis fractuur en is voor jaren in Zwitserland geweest en zo verloren wij elkaar uit het oog. Jaren later, met Willem lopend over de kermis te Voorschoten, kwamen wij hem tegen en ik herkende hem direct aan zijn loopje. Wat was dat fijn, hij was getrouwd, had geen kinderen, maar dronk gewoon stelsel matig te veel. Wij hebben elkaar toen veel gezien en op een avond, komend van hun huis na een heerlijk etentje, kregen wij een heel ernstig auto ongeluk, met ambulance ziekenhuis Leiden. Aernout kwam direct naar het ziekenhuis 1 uur 's nachts en gleed helemaal uit in de gang van het ziekenhuis met zijn been en lag languit op de vloer. Hij zei tegen mij. " Je bent niet de enige, die beroerd is, ik gleed uit door kots dat er lag:" Aernout, dat was wel van mij," zei ik. O" gelukkig dan is het niet erg was zijn antwoord. Na enkele maanden, toen wij weer opgeknapt waren en hem ook weer af en toe zagen, als vrienden gingen wij met hem en zijn vrouw om, alleen de drank was een heel ernstig probleem, wat hem uiteindelijk ook zijn huwelijk koste, wij hebben hem nog veel kunnen opvangen maar ook werd de drank voor ons een probleem en ineens hoorden wij dat hij weer was opgenomen in Bloemendaal. Helaas is hij daar vrij snel plotseling overleden. Maar dat loopje vergeet ik nooit en ik ben het nog twee keer in mijn leven tegengekomen, allebei van mannen, die veel voor mij betekend hebben, voordat ik Willem kende en allebei met een kunstbeen, heel merkwaardig. Dinkie

Aernout, Rijnlandslyceum 1954 Wassenaar

De bovenste foto is het Rijnlands Lyceum. De middelste foto is Aernout zingende en de laatste onderaan is bij mijn ouders achter, Aernout, Mary uit Engeland Kitty en ik.