woensdag 16 juni 2010
dinsdag 15 juni 2010
Mijn laatste nieuwe knie, 23 april te Assen.
Op 23 april van dit jaar kreeg ik mijn laatste nieuwe knie in Assen, wat heerlijk dat een mens maar twee knieën heeft, als 75 jarige viel het echt niet mee, maar met twee nieuwe knieën en een nieuwe heup, heb ik zo het idee, heb ik alles gehad. Ja maar, zou je denken, er is nog een heup, oké, maar die is te goed en hopelijk blijft die goed. Dus een hele tijd geen verhalen geschreven en dat nog wel, nadat je zo uitgebreid in de PZC hebt gestaan met foto van jezelf, man en hond. Maar dolgelukkig kan ik nu weer aan de slag om nog eenmaal alles uit mijn leven eruit te werken van zowel geweldige herinneringen, als ook heel veel nare herinneringen, die mij gelukkig nooit achtervolgd hebben. Alleen de bron van herinneringen raakt na 70 verhalen een beetje op, dus de stories worden kleiner. Maar nog steeds echt beleefd. De zomer staat voor de deur en lopen gaat weer goed, heerlijke dingen om naar uit te kijken. Dinkie.
Cilacap 1982. een ongeluk.
In Indonesië houden mensen zich absoluut niet aan vaste regels,laat staan aan vaste afspraken,uitzonderingen daar gelaten, dus is het levensgevaarlijk op iemand te vertrouwen, die jouw leven in zijn handen heeft. Doe je dat wel dan kan jou dus het volgende overkomen. Wij hebben dit helaas moeten meemaken. Stel je voor in eens de stroom weg in een gedeelte van Cilacap, waar ook wij woonden op de Gotot Soebroto 75. Alles was uit, de airco's, de ijskast en de vrieskist, het was gedurende de ochtend. Vol vertrouwen ging een elektriciteitsbusje naar de centrale en werden de schakelaars van het betreffende gedeelte uitgeschakeld. Toen met het busje naar de elektriciteitspalen, die langs de hoofdweg stonden en waar wij dagelijks onder door reden naar of van het dorp, de school en het zwembad. Een van de mannen ging via een ladder de grote electriciteitspaal in die hoog over de weg liep, steeds hoger,steeds hoger, wij zagen hem gaan en dachten je moet beslist geen hoogtevrees hebben. De man in kwestie was bij de juiste draad gekomen hoog in de lucht,kroop op de draad haakte zich vast en ging aan het werk, wat precies wisten wij niet, als een aap zat hij rustig op de draad. Maar zoals ik al zei, dit was Indonesie, een enorme klap, gegil, gekrijs en als iemand aan een spit, hing hij ineens onder aan de draad, maar viel er niet af, was tot onze verbijstering dood, morsdood. Iemand op de centrale was langs het kastje gelopen, wist dat de stroom was uitgevallen, dacht kom ik duw de schakelaars naar boven dan is er weer stroom, niet wetend wat er zich allemaal afspeelde. Het kastje was open en de schakelaar naar beneden. Niemand had het gedaan en niemand durfde iets te doen, men was helemaal verstijfd van schrik en zo bleef die arme man drie dagen lang dood hangen aan de draad en moesten alle mensen uit Cilacap, die naar het dorp, school of het zwembad moesten er steeds onder door rijden, geen van de kinderen of ouders zal dit beeld ooit vergeten. Op een nacht is hij er eindelijk afgehaald, wat waren wij blij en werd hij met heel veel muziek begraven, Dinkie.
Een ongeluk februarie 1975.
Na een ernstig ongeluk aan mijn rechteroog lag ik plat in het oogziekenhuis Leyenburg den Haag. Mocht mij niet verroeren, nog eruit voor het sanitair, moest alles liggend doen tot het gevaar geweken was. Na 5 dagen mocht ik voor het eerst zittend alles doen en werd de 6de dag per rolstoel naar de röntgen afdeling gebracht. Ze wilden foto's van mijn oogkas maken om te zien of die niet gebroken was. Op de röntgen aangekomen zat er een man met een beetje vreemd voorkomen, iets artificialachtig, maar met helle stralende blauwe ogen en een hele vriendelijke smile. Angstig, zenuwachtig zat ik daar te wachten, wat zou er gebeuren als het wel gebroken was, ik wist het niet."Zo", sprak de man met de mooie blauwe ogen. " Ben je een beetje zenuwachtig, moet je niet zijn, het is alleen maar een foto hoor." "Ja, maar als mijn oogkas gebroken is wat dan." "O",zeiden de helle blauwe ogen ."Zit je daar over in, dat is niets, dat is zo gefikst." Nieuwsgierig vroeg ik. " Waar zit u voor."" Nu mijn kind, ik ben van twintig hoog naar beneden gevallen, een scherm heeft mij eerst een beetje opgevangen, daarna viel ik in de struiken en hebben ze mij in een grote emmer naar het ziekenhuis gebracht , had bijna alles gebroken wat je maar kon breken. Heb vijf jaar in allerlei ziekenhuizen gelegen en wel 15 operaties ondergaan en je ziet, ik ben er nog steeds, bijna alles is van plastic." Stom verbaasd zei ik." Maar u ziet er nog zo goed uit." "Dit is het mooiste compliment, wat ik in die vijf jaar gehad heb, dank je wel." Toen was het ijs gebroken en hebben wij tijdens onze lange wachttijd koffie gedronken en over al zijn nieuwe onderdelen gesproken en gelachen. Zo iets vergeet je echt nooit en bij mij was alles gelukkig niet gebroken en kon na zeven dagen opgewekt naar huis en de kinderen. Dinkie
vrijdag 16 april 2010
dr Engels, kamp Solo.
Dr Engels, Kamp Solo.
Langzaam verdween de donkere nacht om plaats te maken voor weer een hele hete dag in kamp Solo. Waar iedereen druk bezig was om zo snel mogelijk op tijd klaar te zijn voor het grote appel op het grote, ruime voorplein van het oude gedeelte van dit grote internerings--kamp. Het oude gedeelte was een voormalige psychiatrische inrichting geweest, voor de ernstige patiënten en nu dus het grote vrouwenkamp in Solo. Onze Japanse kampcommandant(Toewan Jap besar)kreeg heel hoog bezoek van allerlei in pompeuze en schitterende uniformen gestoken Japannertjes, dit ter meerdere glorie van onze commandant , die met zijn kamp een hele goede indruk wilde maken op deze hoge heren. Hij werd opgevolgd door een andere hoge Jap. Iedereen moest naar het plein en met iedereen bedoelde hij ook de zieken uit de ziekenboeg. Nog hongerig liep iedereen naar het grote plein in stilte zich af te vragen wat er nu weer zou gebeuren. Het was mij iedere keer weer een raadsel hoe al deze toch hongerige vrouwen geweldige recepten aan elkaar over en weer gaven. Alles stond op een gegeven moment met zijn barak hoofd op de juiste plaats en zo kon je zien hoe groot het kamp was en hoeveel vrouwen er waren in dit kamp, alle namen werden afgeroepen en iedereen was er, ziek, half dood, het hinderde niet, maar je moest er zijn anders was er de Kempetai.(zoiets als de Gestapo bij de Duitsers). Al deze rijen vol vrouwen, kinderen, zieken, invaliden en nonnen stonden er doodstil in de bloed hitte. Voor ons het grote overdekte bordes, waar een hele lange tafel stond, stoelen erachter. Na ons een kwartier te hebben laten staan, kwamen opzij van de veranda, de hoge heren naar buiten en zetten zich neer op hun stoelen, als laatste de trotse kampcommandant, met glimmend zwaard. Ineens grote deining waar de bedden van de zieken stonden en voor wij het wisten was daar ineens onze enige vrouwelijke arts Dr. Engels, die het vertikt had de stervenden naar buiten te laten brengen, maar door haar helpers daarop aan gesproken werd, zij wisten dat het gestraft zou worden, alles moest er zijn, alles. Uit die hoek kwam veel gejammer en gesnik van hele zieke mensen in de bloedhete zon, velen vielen in hun bed flauw, niemand kon iets voor ze doen. De zon kwam hoger, de hitte werd erger, ook bij ons vielen mensen flauw, kinderen, baby's begonnen te jammeren, wanhopige moeders trachtten ze te helpen, maar wisten ook niet wat te doen het zweet gutste van je af, daardoor kwam je vocht te kort, honger, dorst en vermoeidheid sloegen toe. Op het bordes zaten de heren Jap uitgebreid te eten en te drinken, bediend door Indonesische mannen, terwijl onze commandant als een trotse pauw heen en weer liep. Als uit het niets was daar ineens Dr. Engels op het bordes, met grote stappen liep zij op de commandant af en voor een ieder het zich realiseerde stak zij venijnig een speech af zonder voor hem gebogen te hebben. Nog voor iemand van de schrik bekomen was, speelde zich ineens een vreselijk drama voor ons aller ogen af, hij brulde dat ze moest buigen, zij bleef alleen maar knikken, zij schetterde door over de stervenden en zieken, hij gaf haar een klap midden in haar gezicht, zij gaf hem een klap terug in zijn gezicht. Doodse stilte. De hel brak los, hij sloeg haar weer, zij greep zijn zwaard, zelfs als kind besefte je: dit is helemaal vreselijk. Vervolgens werd zij met een zweep voor onze ogen door hem helemaal in elkaar geslagen en geschopt, daar lag zij als een hoopje ellende, schreeuwend van de pijn en werd weggesleurd door twee bewakers naar het huisje buiten het gedek, waarvan een ieder wist, dat je daar niet levend meer vandaan kwam. Voor straf moesten wij daar tot diep in de avond zonder eten en drinken blijven staan en aan horen hoe haar gegil van uit dat huisje net achter ons allen, buiten het gedek, langzaam zachter werd en ineens op hield. Tegen twaalven mocht iedereen weg, totaal ontdaan en kapot ging iedereen naar zijn eigen barak, eerst zoveel mogelijk drinken, zich verschonen, je moest alles maar laten lopen en toen kapot naar bed. Maar ik denk niet dat iemand van deze mensen, groot of klein, ooit Dr. Engels vergeten is. Maar wat zinloos en jammer van zo'n lieve jonge dokter. Dinkie. Bij Google heb ik haar gevonden en zij heeft een mooi graf gekregen met haar naam er op, er zijn verschillende theorieën over haar dood er bij, maar ik was erbij en ben blij dat zij zo hoe dan ook herdacht wordt ook al was het ergens heel jammer van haar ,ze had het kunnen weten . Dinkie.
Langzaam verdween de donkere nacht om plaats te maken voor weer een hele hete dag in kamp Solo. Waar iedereen druk bezig was om zo snel mogelijk op tijd klaar te zijn voor het grote appel op het grote, ruime voorplein van het oude gedeelte van dit grote internerings--kamp. Het oude gedeelte was een voormalige psychiatrische inrichting geweest, voor de ernstige patiënten en nu dus het grote vrouwenkamp in Solo. Onze Japanse kampcommandant(Toewan Jap besar)kreeg heel hoog bezoek van allerlei in pompeuze en schitterende uniformen gestoken Japannertjes, dit ter meerdere glorie van onze commandant , die met zijn kamp een hele goede indruk wilde maken op deze hoge heren. Hij werd opgevolgd door een andere hoge Jap. Iedereen moest naar het plein en met iedereen bedoelde hij ook de zieken uit de ziekenboeg. Nog hongerig liep iedereen naar het grote plein in stilte zich af te vragen wat er nu weer zou gebeuren. Het was mij iedere keer weer een raadsel hoe al deze toch hongerige vrouwen geweldige recepten aan elkaar over en weer gaven. Alles stond op een gegeven moment met zijn barak hoofd op de juiste plaats en zo kon je zien hoe groot het kamp was en hoeveel vrouwen er waren in dit kamp, alle namen werden afgeroepen en iedereen was er, ziek, half dood, het hinderde niet, maar je moest er zijn anders was er de Kempetai.(zoiets als de Gestapo bij de Duitsers). Al deze rijen vol vrouwen, kinderen, zieken, invaliden en nonnen stonden er doodstil in de bloed hitte. Voor ons het grote overdekte bordes, waar een hele lange tafel stond, stoelen erachter. Na ons een kwartier te hebben laten staan, kwamen opzij van de veranda, de hoge heren naar buiten en zetten zich neer op hun stoelen, als laatste de trotse kampcommandant, met glimmend zwaard. Ineens grote deining waar de bedden van de zieken stonden en voor wij het wisten was daar ineens onze enige vrouwelijke arts Dr. Engels, die het vertikt had de stervenden naar buiten te laten brengen, maar door haar helpers daarop aan gesproken werd, zij wisten dat het gestraft zou worden, alles moest er zijn, alles. Uit die hoek kwam veel gejammer en gesnik van hele zieke mensen in de bloedhete zon, velen vielen in hun bed flauw, niemand kon iets voor ze doen. De zon kwam hoger, de hitte werd erger, ook bij ons vielen mensen flauw, kinderen, baby's begonnen te jammeren, wanhopige moeders trachtten ze te helpen, maar wisten ook niet wat te doen het zweet gutste van je af, daardoor kwam je vocht te kort, honger, dorst en vermoeidheid sloegen toe. Op het bordes zaten de heren Jap uitgebreid te eten en te drinken, bediend door Indonesische mannen, terwijl onze commandant als een trotse pauw heen en weer liep. Als uit het niets was daar ineens Dr. Engels op het bordes, met grote stappen liep zij op de commandant af en voor een ieder het zich realiseerde stak zij venijnig een speech af zonder voor hem gebogen te hebben. Nog voor iemand van de schrik bekomen was, speelde zich ineens een vreselijk drama voor ons aller ogen af, hij brulde dat ze moest buigen, zij bleef alleen maar knikken, zij schetterde door over de stervenden en zieken, hij gaf haar een klap midden in haar gezicht, zij gaf hem een klap terug in zijn gezicht. Doodse stilte. De hel brak los, hij sloeg haar weer, zij greep zijn zwaard, zelfs als kind besefte je: dit is helemaal vreselijk. Vervolgens werd zij met een zweep voor onze ogen door hem helemaal in elkaar geslagen en geschopt, daar lag zij als een hoopje ellende, schreeuwend van de pijn en werd weggesleurd door twee bewakers naar het huisje buiten het gedek, waarvan een ieder wist, dat je daar niet levend meer vandaan kwam. Voor straf moesten wij daar tot diep in de avond zonder eten en drinken blijven staan en aan horen hoe haar gegil van uit dat huisje net achter ons allen, buiten het gedek, langzaam zachter werd en ineens op hield. Tegen twaalven mocht iedereen weg, totaal ontdaan en kapot ging iedereen naar zijn eigen barak, eerst zoveel mogelijk drinken, zich verschonen, je moest alles maar laten lopen en toen kapot naar bed. Maar ik denk niet dat iemand van deze mensen, groot of klein, ooit Dr. Engels vergeten is. Maar wat zinloos en jammer van zo'n lieve jonge dokter. Dinkie. Bij Google heb ik haar gevonden en zij heeft een mooi graf gekregen met haar naam er op, er zijn verschillende theorieën over haar dood er bij, maar ik was erbij en ben blij dat zij zo hoe dan ook herdacht wordt ook al was het ergens heel jammer van haar ,ze had het kunnen weten . Dinkie.
Abonneren op:
Posts (Atom)


