maandag 26 juli 2010
woensdag 14 juli 2010
Wassenaar de tuin van onze late jeugd.
Wassenaar De Tuin Van Onze Late Jeugd.
Wassenaar,de pauwvijver het raadhuis, de engeltuin nog veel meer, voor een kind een waar paradijs. Het lieve warme huis te midden van al dit moois met wilde appelbomen, perenbomen, de prachtige pauwvijver met alle bruggetjes om de hoek, het kleine bos achter het gemeentehuis, het immens grote grasveld met de twee leeuwen en de badkuip voor het gemeentehuis, een soort magisch oord. De grote beelden in de engeltuin met allemaal rozen. De schitterende hele oude bomen, sommige met takken hangend over de pauwvijver, in de zomers een waar paradijs. Voor ons huis in de Pieter Twentlaan 1 ook een bos, dan de grote brandweerkazerne. De twee verwilderde kinderen uit het jappenkamp werden hier op losgelaten. Mijn broer zat onmiddellijk in de hoogste boom, vanuit het raadhuis werd de politie gebeld, die het recalcitrante manneke bij mijn moeder afzette. Drie dagen later hetzelfde, dit duurde net zolang, totdat ze besloten hem maar te laten. Verstoppen in de eeuwen oude rododendrons, rennen, hutten bouwen, op verkenning gaan in de bossen aan de overkant van de pauwvijver. Later met vriendinnen, vrienden dagenlang uren spelen in de bosjes bij de engel, klimmen klauteren, kanoën op de vijver, 'winters schaatsen op de vijver met warme chocolade melk, heerlijke tijden, de dagen van onze late jeugd, waren eindeloze gelukkige dagen. Fietsen naar het strand met broodjes en limonade gazeuse. Over het stille strand dwalen en zitten in de duinen met het ruisen van de wind en de zee. Uren boeken lezen in de tuin met het geruis van de prachtige oude bomen. Wat een stralend gelukkige tijd hebben wij in dat Wassenaar gehad. Ook bij het huis met het blauwe dak zwierven wij dagen rond in die grote bossen. Raaphorst, Mijendel, poffertjes eten na een lange wandeltocht.Hotel Duinoord, een prachtig familiehotel. Later alle grote feesten op het strand, bij hele rijke vrienden in Wassenaar, tuinfeesten, gekostumeerde feesten, examen feesten met tent en een band in de tuin. De mooiste jaren van ons leven in Holland zijn in Wassenaar geweest met zijn prachtige parken, bossen, strand en natuur, mooie huizen, fijne scholen, rust, vrede in een beeldschone omgeving, een balsem op de wonde, waar ik vooral nu, op mijn 75 levensjaar, nog heel veel aan terug denk met enorm veel plezier en dankbaarheid over die fijne en geweldig leuke tijd, die wij daar gehad hebben. Dinkie
Wassenaar,de pauwvijver het raadhuis, de engeltuin nog veel meer, voor een kind een waar paradijs. Het lieve warme huis te midden van al dit moois met wilde appelbomen, perenbomen, de prachtige pauwvijver met alle bruggetjes om de hoek, het kleine bos achter het gemeentehuis, het immens grote grasveld met de twee leeuwen en de badkuip voor het gemeentehuis, een soort magisch oord. De grote beelden in de engeltuin met allemaal rozen. De schitterende hele oude bomen, sommige met takken hangend over de pauwvijver, in de zomers een waar paradijs. Voor ons huis in de Pieter Twentlaan 1 ook een bos, dan de grote brandweerkazerne. De twee verwilderde kinderen uit het jappenkamp werden hier op losgelaten. Mijn broer zat onmiddellijk in de hoogste boom, vanuit het raadhuis werd de politie gebeld, die het recalcitrante manneke bij mijn moeder afzette. Drie dagen later hetzelfde, dit duurde net zolang, totdat ze besloten hem maar te laten. Verstoppen in de eeuwen oude rododendrons, rennen, hutten bouwen, op verkenning gaan in de bossen aan de overkant van de pauwvijver. Later met vriendinnen, vrienden dagenlang uren spelen in de bosjes bij de engel, klimmen klauteren, kanoën op de vijver, 'winters schaatsen op de vijver met warme chocolade melk, heerlijke tijden, de dagen van onze late jeugd, waren eindeloze gelukkige dagen. Fietsen naar het strand met broodjes en limonade gazeuse. Over het stille strand dwalen en zitten in de duinen met het ruisen van de wind en de zee. Uren boeken lezen in de tuin met het geruis van de prachtige oude bomen. Wat een stralend gelukkige tijd hebben wij in dat Wassenaar gehad. Ook bij het huis met het blauwe dak zwierven wij dagen rond in die grote bossen. Raaphorst, Mijendel, poffertjes eten na een lange wandeltocht.Hotel Duinoord, een prachtig familiehotel. Later alle grote feesten op het strand, bij hele rijke vrienden in Wassenaar, tuinfeesten, gekostumeerde feesten, examen feesten met tent en een band in de tuin. De mooiste jaren van ons leven in Holland zijn in Wassenaar geweest met zijn prachtige parken, bossen, strand en natuur, mooie huizen, fijne scholen, rust, vrede in een beeldschone omgeving, een balsem op de wonde, waar ik vooral nu, op mijn 75 levensjaar, nog heel veel aan terug denk met enorm veel plezier en dankbaarheid over die fijne en geweldig leuke tijd, die wij daar gehad hebben. Dinkie
donderdag 17 juni 2010
Elsie mijn grootmoeder, herhaling.
Vervolg Elsie
Na vier jaar Jappenkamp en 63 jaar oud, kwam zij met ons in Holland aan. Alles wat ze had achtergelaten was ze kwijt en ook zei moest helemaal van onderaf aan opnieuw beginnen. Zij huurde een grote etage op de Minrebroederstraat 11 bis in Utrecht, vlak bij de dom, van vier zusters, die alle vier bij elkaar op de parterre woonden. Deze vier in het zwart geklede zusters waren weg van mijn grootmoeder en waakten al kwebbelend over haar. Heel veel gezinnen vertrokken na de oorlog naar Canada, Australië en Nieuw-Zeeland, haar business was booming. Elsie is een baken in mijn leven geweest, een baken van wilskracht, zelfstandigheid en zachtheid. Zachtheid leerde ik van haar, was niet synoniem voor zwak, het kon ook heel sterk zijn. Zij las heel veel, was altijd spiritueel bezig. Als ik er die 14 dagen ieder jaar logeerde, was dat al een fascinerende gebeurtenis. Haar grote zitkamer was al weer beeldig ingericht, dan had je achter de grote brede zitkamer een gang en op die gang kwamen twee deuren uit, een was haar slaapkamer, ruim en hoog, de andere was haar rommelkamer. Door de gang, dan de hoek om, was er een heel klein keukentje, stervend koud in de winter. Boven haar nog twee etages met allemaal studenten, die zij ook vaak hielp met hun Engels. Iedere ochtend om 7 uur ging haar wekker, dan deed ze eerst in bed been massage, dan gymnastiek en zong er bij, every day and in every way I get better and better. Als haar zoon Dennis bij haar logeerde, zong hij altijd you get fatter and fatter. Daarna hielp ik haar in haar korset met baleinen, ongelooflijk zo strak zat dat. Dan uitgebreid make-up opgedaan, daarna uitgebreid ontbeten met heel veel thee en om tien uur dertig de eerste les, s' middags ook en 's avond soms ook. Een keer in de week gingen wij bij V en D om twaalf uur warm eten met tafeltjes, gedekt met witte tafellakens en grote witte servetten en een ober. Daarna naar de bioscoop, waar zij haar vaste stoel had. De rest van de week gingen wij nog tweemaal naar de film en aten 's avonds bij de studenten in de menza. Iedere dinsdag was haar jour, dan kon iedereen komen, had ze van alles in huis en er kwamen dan ook altijd vrienden, kennissen en soms familie, dat was altijd een hele gezellige dag vol verrassingen. Als zij les gaf ging ik vaak naar de studenten boven kletsen of mijn boeken lezen, heerlijk op haar grote bed. Haar hobby was films, zij verzamelde daar alles over. Had een tweedeurs linnenkast ingericht als archief kast. Ook kreeg ze alle reclame folders na afloop van iedere film, dit alles heeft ze later overgedragen aan Simon van Collum, de directeur van het film museum, die was er zielsblij mee. Later woonde ik met mijn eerste kind en in verwachting zijnde van de tweede, een jaar in De Bilt en fietste bijna iedere dag naar haar toe. Een stevige tocht zo met mijn dikke buikje en Walter in zijn kinderzitje lekker achter mijn rug. Al kirrende renden de vier zussen naar boven om mijn grootmoeder te waarschuwen dat ik er was en met zijn allen stonden zij mij op te wachten boven aan de trap. :" Dag mijn lieverd, ben je er weer, wat gezellig, kom gauw binnen". Daarna werden ik en kleine Walter door de zussen eventjes aangehaald en daarna snel naar binnen. In die tijd gaf mijn grootmoeder bijna geen les meer en vond ze het heerlijk als wij kwamen. Na enkele uurtjes bij haar te zijn geweest fietste ik weer terug naar De Bilt. Ook hielp zij mij met van alles, een gasfornuis, een stofzuiger en vooral ook door af en toe een hele dag bij mij te komen met de bus. Toen wij later ergens anders woonden, kreeg zij kanker en verloor een oog, er kwam een kunstoog voor terug, als zij dan drie weken bij mij kwam logeren zag ik hoe geduldig en moedig zij iedere ochtend haar kunstoog eruit haalde en iets erin deed en dan ging het schone oog weer terug, helaas is zij voor niet veel gespaard, de kanker kwam terug en zij verhuisde naar Den Haag, alwaar zij na een lange moeilijke weg op 82 jarige leeftijd stierf. Op een dag kwam ik uit Xenos en zag een vrouw lopen, kon alleen haar rug zien, ik kreeg een shock:" Elsie, Elsie", riep ik hard. De mevrouw draaide zich om en het was iemand anders, ineens werd alles donker en het was dat Willem mij opving of ik was onderuit gegaan. "Ik denk dat je beter kunt gaan zitten. Toen besefte ik pas hoe vreselijk ik haar gemist had, dat flinke kleine vrouwtje Elsie. Dinkie.
Na vier jaar Jappenkamp en 63 jaar oud, kwam zij met ons in Holland aan. Alles wat ze had achtergelaten was ze kwijt en ook zei moest helemaal van onderaf aan opnieuw beginnen. Zij huurde een grote etage op de Minrebroederstraat 11 bis in Utrecht, vlak bij de dom, van vier zusters, die alle vier bij elkaar op de parterre woonden. Deze vier in het zwart geklede zusters waren weg van mijn grootmoeder en waakten al kwebbelend over haar. Heel veel gezinnen vertrokken na de oorlog naar Canada, Australië en Nieuw-Zeeland, haar business was booming. Elsie is een baken in mijn leven geweest, een baken van wilskracht, zelfstandigheid en zachtheid. Zachtheid leerde ik van haar, was niet synoniem voor zwak, het kon ook heel sterk zijn. Zij las heel veel, was altijd spiritueel bezig. Als ik er die 14 dagen ieder jaar logeerde, was dat al een fascinerende gebeurtenis. Haar grote zitkamer was al weer beeldig ingericht, dan had je achter de grote brede zitkamer een gang en op die gang kwamen twee deuren uit, een was haar slaapkamer, ruim en hoog, de andere was haar rommelkamer. Door de gang, dan de hoek om, was er een heel klein keukentje, stervend koud in de winter. Boven haar nog twee etages met allemaal studenten, die zij ook vaak hielp met hun Engels. Iedere ochtend om 7 uur ging haar wekker, dan deed ze eerst in bed been massage, dan gymnastiek en zong er bij, every day and in every way I get better and better. Als haar zoon Dennis bij haar logeerde, zong hij altijd you get fatter and fatter. Daarna hielp ik haar in haar korset met baleinen, ongelooflijk zo strak zat dat. Dan uitgebreid make-up opgedaan, daarna uitgebreid ontbeten met heel veel thee en om tien uur dertig de eerste les, s' middags ook en 's avond soms ook. Een keer in de week gingen wij bij V en D om twaalf uur warm eten met tafeltjes, gedekt met witte tafellakens en grote witte servetten en een ober. Daarna naar de bioscoop, waar zij haar vaste stoel had. De rest van de week gingen wij nog tweemaal naar de film en aten 's avonds bij de studenten in de menza. Iedere dinsdag was haar jour, dan kon iedereen komen, had ze van alles in huis en er kwamen dan ook altijd vrienden, kennissen en soms familie, dat was altijd een hele gezellige dag vol verrassingen. Als zij les gaf ging ik vaak naar de studenten boven kletsen of mijn boeken lezen, heerlijk op haar grote bed. Haar hobby was films, zij verzamelde daar alles over. Had een tweedeurs linnenkast ingericht als archief kast. Ook kreeg ze alle reclame folders na afloop van iedere film, dit alles heeft ze later overgedragen aan Simon van Collum, de directeur van het film museum, die was er zielsblij mee. Later woonde ik met mijn eerste kind en in verwachting zijnde van de tweede, een jaar in De Bilt en fietste bijna iedere dag naar haar toe. Een stevige tocht zo met mijn dikke buikje en Walter in zijn kinderzitje lekker achter mijn rug. Al kirrende renden de vier zussen naar boven om mijn grootmoeder te waarschuwen dat ik er was en met zijn allen stonden zij mij op te wachten boven aan de trap. :" Dag mijn lieverd, ben je er weer, wat gezellig, kom gauw binnen". Daarna werden ik en kleine Walter door de zussen eventjes aangehaald en daarna snel naar binnen. In die tijd gaf mijn grootmoeder bijna geen les meer en vond ze het heerlijk als wij kwamen. Na enkele uurtjes bij haar te zijn geweest fietste ik weer terug naar De Bilt. Ook hielp zij mij met van alles, een gasfornuis, een stofzuiger en vooral ook door af en toe een hele dag bij mij te komen met de bus. Toen wij later ergens anders woonden, kreeg zij kanker en verloor een oog, er kwam een kunstoog voor terug, als zij dan drie weken bij mij kwam logeren zag ik hoe geduldig en moedig zij iedere ochtend haar kunstoog eruit haalde en iets erin deed en dan ging het schone oog weer terug, helaas is zij voor niet veel gespaard, de kanker kwam terug en zij verhuisde naar Den Haag, alwaar zij na een lange moeilijke weg op 82 jarige leeftijd stierf. Op een dag kwam ik uit Xenos en zag een vrouw lopen, kon alleen haar rug zien, ik kreeg een shock:" Elsie, Elsie", riep ik hard. De mevrouw draaide zich om en het was iemand anders, ineens werd alles donker en het was dat Willem mij opving of ik was onderuit gegaan. "Ik denk dat je beter kunt gaan zitten. Toen besefte ik pas hoe vreselijk ik haar gemist had, dat flinke kleine vrouwtje Elsie. Dinkie.
Soetina herhaling
Soetina
Tijdens ons verblijf van twee jaar en vier maanden in Indonesie is er heel wat gebeurd, een vulkaan uitbarsting, een auto ongeluk, niet verwonderlijk in dat land en nog twee gebeurtenissen, die wij nooit meer zullen vergeten. Een ervan was Soetina, een heel lief wezen. In ons prachtige huis in Cilacap hadden wij altijd twee vrouwen voor het huishouden, de baboe's. Voordat je als vrouw aan die hitte zonder airco gewend bent, duurt wel een jaar. Na wat mislukkingen kwam, na drie maanden, Hanna bij ons. Een aparte, ze sprak vloeiend hollands, heerlijk. Zo mager als een talhout, met een enorme adremme grote mond, maar ergens ook een goedzak. Darmo de chauffeur en Hanna waren beide Rammen, er zat een kop op. In huis niet zo erg, op de weg wel, maar dat is een later verhaal. Hanna zou zelf voor haar assistent zorgen. Er zijn er heel wat geweest, maar steeds was het niets. Zij liegt of zij steelt of zij is lui, zei Hanna dan en weg was ze weer. Op een gegeven moment kwam Hanna aan de deur en zei, "nu heb ik een hele goede, Soetina. Kom Soetina. Bij de deur klapte Soetina op haar knieen en ging op haar knieen naar mij toe. Hanna, wat doet ze nu, wat is dit, zeg haar op te staan, direct. "Och", zei Hanna ze heeft bij Indonesiërs gewerkt en daar moest ze zo doen. Toen ze bij mij stond gaf ik haar een hand en vroeg met Hanna als tolk of ze wilde komen werken en of het salaris oke was. Ze glunderde, boog als een knipmes. "Hanna, ook dat mag ze niet meer doen, zeg het haar". "Oke" zei Hanna, komt goed. En zo kwam dit alleraardigste wezen bij ons in huis. s'Middags zat ik veel buiten te lezen of brieven naar Holland te schrijven. Als hun werk klaar was kwam Soetina bij me zitten, ik riep Hanna dan ook. Zo hebben wij uren met zijn drieen, theedrinkend, pratend over Holland en hun levens doorgebracht, veel gelachen. Op een dag zei Hanna "Soetina sakkit"( ziek). "Hoe erg", vroeg ik, "erg" zei Hanna, maar wat wist Hanna ook niet precies. Ik zei als ze naar een dokter wil betaal ik wel". "Nee" zei Hanna, "ze is al bij een dokter". "Oke" en gaf Soetina wat extra geld plus vitamines, mineralen, vlees, eieren enz. Hanna was totaal niet jaloers, zij deed ook alles voor Soetina. En zo gingen dagen oergezellig voorbij. Soetina speelde veel met Buffie, onze teckel, die iedereen aanviel, behalve haar, tot wij een maand met verlof naar Holland gingen. Soetina raakte buiten zich zelf, liep dagen te huilen. "Ik zie u nooit meer terug", zo erg zelfs, dat ik dacht, "wij storten vast neer met zijn allen" en ook ik werd bang, zij voelt iets. Hanna werd boos, nu heb je iedereen bang gemaakt Soetina. Hanna bleef met haar gezin in ons huis. Ze beloofde op Soetina te passen, die mocht net zo vaak langs komen als ze wilde. Met doodsangst in mijn hart vertrokken wij die ochtend. Soetina klampte zich aan ons vast. Hanna greep haar beet en hield haar stevig vast. Wat een vreselijk afscheid, ik ben de hele reis bang geweest en terug ook.Toen wij na ons verlof waren geland in Cilacap, uit het kleine vliegtuigje stappend, slaakte ik een diepe zucht van opluchting, wij waren veilig thuis in Cilacap. Was helemaal blij Darmo met onze auto te zien. Zo, nu gauw naar huis. "Darmo, hoe is het met iedereen, de hond, Hanna en Soetina"? Waarop Darmo via de auto spiegel naar ons keek en zei: "Soetina Mati". (Soetina is dood). Happend naar lucht, snikkend, zijn wij naar ons huis gereden. Soetina was een dag voor haar dood weer bij Hanna geweest en had Hanna laten zweren, dat ze met mij bij haar graf zou komen. Hanna zei: "Soetina, hou nu op, je doet gek". Maar ze moest en zou het zweren. En daar stond ik toen op een zeer lugubere plek in een groot wild vreemd bos bij een klein grafje, waar op een houten kruis Soetina's naam was geschreven. "Hier Soetina, ik heb haar bij je gebracht en wij zullen samen aan je denken". Daar hebben wij afscheid genomen van haar, die zo precies wist wat er ging gebeuren. Hanna zei: "straks zien wij elkaar met zijn drieen weer terug". Een ding weet ik zeker, terug zien zal ik ze allebei. Dinkie.
Tijdens ons verblijf van twee jaar en vier maanden in Indonesie is er heel wat gebeurd, een vulkaan uitbarsting, een auto ongeluk, niet verwonderlijk in dat land en nog twee gebeurtenissen, die wij nooit meer zullen vergeten. Een ervan was Soetina, een heel lief wezen. In ons prachtige huis in Cilacap hadden wij altijd twee vrouwen voor het huishouden, de baboe's. Voordat je als vrouw aan die hitte zonder airco gewend bent, duurt wel een jaar. Na wat mislukkingen kwam, na drie maanden, Hanna bij ons. Een aparte, ze sprak vloeiend hollands, heerlijk. Zo mager als een talhout, met een enorme adremme grote mond, maar ergens ook een goedzak. Darmo de chauffeur en Hanna waren beide Rammen, er zat een kop op. In huis niet zo erg, op de weg wel, maar dat is een later verhaal. Hanna zou zelf voor haar assistent zorgen. Er zijn er heel wat geweest, maar steeds was het niets. Zij liegt of zij steelt of zij is lui, zei Hanna dan en weg was ze weer. Op een gegeven moment kwam Hanna aan de deur en zei, "nu heb ik een hele goede, Soetina. Kom Soetina. Bij de deur klapte Soetina op haar knieen en ging op haar knieen naar mij toe. Hanna, wat doet ze nu, wat is dit, zeg haar op te staan, direct. "Och", zei Hanna ze heeft bij Indonesiërs gewerkt en daar moest ze zo doen. Toen ze bij mij stond gaf ik haar een hand en vroeg met Hanna als tolk of ze wilde komen werken en of het salaris oke was. Ze glunderde, boog als een knipmes. "Hanna, ook dat mag ze niet meer doen, zeg het haar". "Oke" zei Hanna, komt goed. En zo kwam dit alleraardigste wezen bij ons in huis. s'Middags zat ik veel buiten te lezen of brieven naar Holland te schrijven. Als hun werk klaar was kwam Soetina bij me zitten, ik riep Hanna dan ook. Zo hebben wij uren met zijn drieen, theedrinkend, pratend over Holland en hun levens doorgebracht, veel gelachen. Op een dag zei Hanna "Soetina sakkit"( ziek). "Hoe erg", vroeg ik, "erg" zei Hanna, maar wat wist Hanna ook niet precies. Ik zei als ze naar een dokter wil betaal ik wel". "Nee" zei Hanna, "ze is al bij een dokter". "Oke" en gaf Soetina wat extra geld plus vitamines, mineralen, vlees, eieren enz. Hanna was totaal niet jaloers, zij deed ook alles voor Soetina. En zo gingen dagen oergezellig voorbij. Soetina speelde veel met Buffie, onze teckel, die iedereen aanviel, behalve haar, tot wij een maand met verlof naar Holland gingen. Soetina raakte buiten zich zelf, liep dagen te huilen. "Ik zie u nooit meer terug", zo erg zelfs, dat ik dacht, "wij storten vast neer met zijn allen" en ook ik werd bang, zij voelt iets. Hanna werd boos, nu heb je iedereen bang gemaakt Soetina. Hanna bleef met haar gezin in ons huis. Ze beloofde op Soetina te passen, die mocht net zo vaak langs komen als ze wilde. Met doodsangst in mijn hart vertrokken wij die ochtend. Soetina klampte zich aan ons vast. Hanna greep haar beet en hield haar stevig vast. Wat een vreselijk afscheid, ik ben de hele reis bang geweest en terug ook.Toen wij na ons verlof waren geland in Cilacap, uit het kleine vliegtuigje stappend, slaakte ik een diepe zucht van opluchting, wij waren veilig thuis in Cilacap. Was helemaal blij Darmo met onze auto te zien. Zo, nu gauw naar huis. "Darmo, hoe is het met iedereen, de hond, Hanna en Soetina"? Waarop Darmo via de auto spiegel naar ons keek en zei: "Soetina Mati". (Soetina is dood). Happend naar lucht, snikkend, zijn wij naar ons huis gereden. Soetina was een dag voor haar dood weer bij Hanna geweest en had Hanna laten zweren, dat ze met mij bij haar graf zou komen. Hanna zei: "Soetina, hou nu op, je doet gek". Maar ze moest en zou het zweren. En daar stond ik toen op een zeer lugubere plek in een groot wild vreemd bos bij een klein grafje, waar op een houten kruis Soetina's naam was geschreven. "Hier Soetina, ik heb haar bij je gebracht en wij zullen samen aan je denken". Daar hebben wij afscheid genomen van haar, die zo precies wist wat er ging gebeuren. Hanna zei: "straks zien wij elkaar met zijn drieen weer terug". Een ding weet ik zeker, terug zien zal ik ze allebei. Dinkie.
Abonneren op:
Posts (Atom)



