maandag 21 augustus 2017

hoe wij vrouwen en kinderen weer bevrijd werden

Bruisend en jubelend had de bevrijding haar intocht gehouden. Opeens was ze gekomen, verrassend bijna, in een enkele dag. Wat was dat geweldig,verlokkend, bedwelmend, niet te geloven. Daar boven in de boom zittend uitkijkend over de kampmuur naar de vrijheid, met een stralend gelukkig gevoel:" wij hebben het gered". Andere kinderen in de boom lachten, riepen naar elkaar, wezen naar de bergen. Ineens een vreselijk gegil, van alle kanten, fluitend geluid, iets wat langs je oor vloog, onraad, als appels vielen wij uit de boom. Moeders kwamen op ons afgerend: " Mee" gilden zij. "Ze vallen ons aan". Kogels, hollen, vluchten. Nog meer krijsende Indonesiërs over de muur, iedereen rende in paniek door het gangetje naar het andere gedeelte met het grote open veld, daar waren ook Indonesiërs: "merdeka, merdeka", gilden die. Wijrenden allemaal het veld op , zover mogelijk naar achteren, overal stonden ze met geweren in de aanslag, wachtend op het bevel te schieten. In de barakken rond het grote veld hadden alle vrouwen de deuren gebarricadeerd. En hoe ze ook probeerden, ze kregen ze er niet uit, wat uiteindelijk onze redding was, het duurde en duurde, alles stond stil, vol angst op het veld. Ineens begonnen zij in het wilde weg te schieten en handgranaten te gooien. "Liggen" werd er gegild, "liggen", wij  dus ook. Mannen, die al terug gekomen waren , wierpen de handgranaten terug, tijd genoeg er voor. Iedereen was doodstil en alles begon te bidden. Plat op de grond ineens een vreselijke klap vlakbij, zo erg dat ik dacht dat mijn borstkas uit elkaar zou spatten en overal in eens bloed op mij en stukken van, van alles :"O God, ik ben dood", alles is, kapot, dat was het dus. Wat gek, ik hoor nog alles, ik kan nog zien, als dat dood zijn is dan is het niet zo erg. Wat raar, ik kan mijn vingers bewegen. O God, ik ben alleen erg gewond, maar ik voel ook geen pijn. Voorzichtig keek ik naar alles wat op mij lag: "waar, waar ben ik gewond". Ineens mijn moeders stem:" Op staan, snel, wij moeten hier weg, verder naar achteren, vlug, vlug, nu". Kan ik dat dan, O God, het is niet van mij, het is van iemand anders, van iemand die vlak bij mij lag. Weg, ver weg, riep mijn moeder naar achteren. Wij renden , tussen alle schoten door zo hard als wij konden naar achteren mijn grootmoeder  viel en rolde van de dijk af naar beneden en bleef daar liggen alsof ze niet meer leefde, helemaal achter in waren geen Indonesiërs.  Mijn broertje raakten wij kwijt. Naar de toiletten riep men, daar kropen wij boven op elkaar. Mijn moeder hoorde mijn broer ineens huilen. Ze riep: " Anton, wij zitten hier". Hij kwam naar ons toilet.Huilend zei hij: "Mammie, hoe moet ik bidden "? Zoiets vergeet je nooit. En op elkaar gepropt zaten wij bijna allemaal hardop te bidden. Verder alleen maar lawaai en gekrijs  Toen ineens nog ergere woeste kreten van de daken. "Dit is ons einde", zeiden ze: "Kus je kinderen maar gedag, wij gaan er nu allemaal aan" . Nog meer vreselijke kreten, toen vreselijk schieten en hels lawaai, kogels vlogen rond, knallen en gekrijs.  Doodsbang wachten wij op wat wij dachten ons aller einde. Iemand gilde:" Het zijn de onzen, het zijn de Gurkha's, het is heus" . Doodstil werd het. Zou het kunnen, zouden wij toch nog gered worden. Heel voorzichtig gingen enkelen kijken en zagen zwarte mannen voorbij rennen, die naar ons grijnsden en lachten: " De Gurkha's, de allerbeste krijgers die er zijn", zei iemand. "Ze komen ons bevrijden". Alles begon te huilen en God te danken. En ja hoor, een uur later vonden wij mijn grootmoeder. Die was door de paniek op het veld naar beneden gerold en had zich dood gehouden. Hoe je je dan voelt is niet te beschrijven. Je krijgt weer een leven terug, je leeft, je leeft, het heerlijkste gevoel wat er bestaat en nooit, nooit ben ik het vergeten. Ook ben ik nooit onze nieuwe bevrijders vergeten, als zij er niet geweest waren was ik er nu ook niet, wij hebben ons leven aan de Gurkha's te danken en zal dat nooit meer vergeten, Dinkie Dit verhaal wilde ik eerst niet vertellen was bang dat het te veel zou zijn, maar door mijn oudste dochter ben ik het toch gaan doen en er ook wel heel blij om,  want deze brave geweldige mannen verdienen dat ten volle , zij hebben terugtrekkend uit Magellang heel veel vrouwen en kinderen bevrijd voor de tweede keer , zal ze eeuwig dankbaar zijn. Dinkie.

zondag 9 juli 2017

Mijn toen allerbeste  vriendin, een waar explosief en zeer rigoureus niet altijd in de goede zins des woord vrouwtje, was voor mij in die toen zeer eenzame en moeilijke eerste huwelijks periode, een waar spannend geheel, die mijn leven met haar bizarre avonturen wist te vullen en dragelijk wist te maken, ook met buitengewoon gewaagde ondernemingen, die hoe wonderlijk ook zelden fout afliepen, Asta. Na mijn echtscheiding was ik dan eindelijk na een half jaar, mijn ware Jakob tegen gekomen en buitengewoon gelukkig, ik kan wel zeggen dolgelukkig en zover ik kon zien hij ook, ons geluk was zo groot, dat wij nergens meer voor terug deinsden, eindelijk durfden wij te leven en te doen wat wij zo graag zouden hebben willen doen en nooit de kans voor kregen, dus had Willem al heel gauw een baan, die hem naar het buitenland stuurde met vrouw en kind Andy, mijn jongste zoon, die als 8 jarige jongen met mij in dit heerlijke avontuurlijke leven stapte, ons eerste project was Saoedi- Arabië, daar in ons prefab huisje midden in de dessert zijn wij zielsgelukkig geweest en straalde dat ook van mij af, zie de foto's van daar. Asta wilde die nieuwe mooie man van mij wel eens zien, zij woonde toen eventjes weer in hun buitenhuisje in Zierikzee, helemaal lyrisch was zij van Zierikzee, zij kon dingen zo brengen, dat je zonder het stadje ooit gezien te hebben er helemaal verliefd op werd, er is volgens mij een enorme toneelspeelster aan haar verloren gegaan, ook kon zij haar foute avonturen zo smakelijk vertellen, dat je ze heel gewoon ging vinden, met zo'n geweldige pathos, zelfs met muziek en alles er om heen, zo intens, dat je er van overtuigd was dat het nu eenmaal niet anders kon en ging, onovertroffen, een waar toneelstuk, waar je als buitenstaander met grote belangstelling naar keek en je afvroeg hoe gaat het nu verder, want haar 3e huwelijk ging weer niet zo goed, zij was weer verliefd geworden op een schooldecaan van haar oudste dochter, een man die een stuk ouder was dan zij en getrouwd met bijna volwassen kinderen, die studeerden, kon niet missen, onverbeterlijk. In Zierikzee had zij al heel gauw heel veel vrienden, die net zo stomverbaasd aan haar lippen en avonturen hingen als ik. Ik besloot toen om bij haar in haar huisje in Zierikzee te gaan logeren, om ook even te kijken hoe het nu allemaal met haar ging, mijn dagen alleen met Asta waren de meest mooie en wonderlijke dagen die een mens kan meemaken met als reisgids Asta.  Eerste vriend van Asta, in een schitterende ouderwetse prachtige drogisterij kwam ik terecht, gerund door een alleraardigste homo van een hele oude Zeeuwse familie, dit was een heel bijzondere charmante en lieve man, die jaren lang ook onze vriend is gebleven tot hij een paar jaar geleden plotseling is overleden. Daarna werd ik meegesleurd naar een prachtige dure hele mooie grote antiekzaak midden in Zierikzee, waar zij zo bleek, kind aan huis was, die uitzonderlijk gesteld op haar waren in een ontzettend oud prachtig pand, waar je de vroegere tijden nog proefde, wat nog steeds een van de mooiste oude huizen in Zierikzee is, daarna aan nog meer goede vrienden, eigenaars van winkels, die er al jaren woonden en werkten en nog een homo vriend, een kapper, natuurlijk, zelden zo'n vlotte en humorvolle homo ontmoet, rap van de tongriem gesneden en heel gezellig, voerde tijdens je bezoek aan zijn zaak, een ware show voor je op, het was een doorlopende voorstelling, zoals ik ook van haar gewend was, vol verrassingen, een paar hele enerverende maar bijzondere dagen, die mij er van overtuigden dat Zierikzee een van de meest bijzondere plaatsen was om in te wonen. Willem zou dan zaterdags komen om mij op te halen en zo zouden wij dan samen teruggaan naar Voorburg, waar ik toen woonde. Wij vertelden Asta van onze plannen en ons vertrek en zij stelde voor het geld wat wij beiden nog over hadden, na onze echtscheidingen en de verkoop van de diverse huizen,  het was niet veel, in een weekend huisje te steken, wat wij dan konden verhuren, Zeeland was zeer gewild, geen gek idee en zo kwam het dat wij heel snel al, ieder weekend, ook als Willem zijn kinderen bij zich had, hier naar  Zeeland gingen om alle huisjes te gaan bekijken, die voor ons in aanmerking kwamen, enfin de kinderen met zijn drieën, Willems dochter en zoon en mijn Andy waren stierlijk lastig  in de auto op de meest romantische weggetjes vochten ze met elkaar, de auto uit, afkoelen langs de kant , maar ondanks al dat gepalaver hadden wij ineens een huisje gezien, niet direct een vakantiehuisje, waar de achterdeur open stond en waar ook nog binnen een kachel brandde en aangezien het februari was, zaten wij er gezellig bij te komen, dit huis waar de sneeuw op zolder door het dak naar binnen kwam, werd het. Na wat onderhandelen lukte het dit huisje voor een spotprijsje te kopen met de 750 meter grond, helemaal gelukkig, ons gezamenlijke huis, dolgelukkig brachten wij er onze spullen naar toe zodat het verhuurd kon worden en de buurman was direct bereid de tuin netjes te maken en bij te houden, een keer is het verhuurd geweest, daarna nooit meer, was veel te heerlijk als je uit het buitenland kwam, niet in mijn huis in Voorburg te wonen samen met Arlette en haar vriend Fred, die inmiddels mijn pleegzoon was geworden, maar in Dreischor, waar Willem heerlijk de tuin kon opknappen en de kinderen van hem en mij buiten konden zitten en spelen en voor wij het wisten was het ons vakantie huis. Alleen al het feit dat mijn vriendin er ook woonde was al een leuk idee, want ook zij bleef voor de rest van  haar leven daar in Zierikzee wonen, het lukte haar ook nog een heel mooi en ruim ander huis te pakken te krijgen voor heel weinig huur, een vooroorlogse huur, Zij maakte er weer een plaatje van. Een paar jaar heeft zij er zelfs een droogbloemen winkeltje gehad, waar ze hele lieve Biedemeijer boeketjes van maakte. Op een dag was zij van de fiets gevallen en bleef pijn houden, zo'n erge pijn, dat zij in het ziekenhuis terecht kwam en daar ontdekten ze dat zij de ziekte van Kaler had, er werd haar verteld dat zij er heel oud mee kon worden, maar het lijden wat zij heeft gekregen is niet meer te vertellen, zo vreselijk en zo naar is haar laatste tijd op deze aarde geweest, zo vol van pijn en verdriet, zij is door vrienden op handen gedragen, letterlijk en figuurlijk, ook door haar ex-man en zo moest ik afscheid van haar nemen en overleed zij op 47 jarige leeftijd en liet ons hier achter in Zeeland, mijn spannende vriendin Asta. Had toen ook nooit kunnen vermoeden, dat na 10 jaar verbouwen en in totaal dertig jaar verder wij hier nog zouden wonen en dat onze Andy hier getrouwd is met een Zeeuws meisje  en wij onze twee dotten van kleinkinderen hier zouden krijgen, waar wij ook nog eens 17 jaar op zouden passen. Na zeker vier jaar in het buitenland rond gezworven te hebben, waarover ik diverse verhalen heb geschreven, kwamen wij uiteindelijk zonder baan in Zeeland terecht en tot onze grote verbazing lukte het Willem om hier vrij snel een baan te vinden, toen begon ons leven hier pas echt. Sinds die tijd is hier in dit warme en echt gezellige huis ook ieder jaar de Kerst gevierd, maar ook veel verdriet en vreugde beleefd. Dit jaar hoop ik 80 te worden en terugkijkend op mijn leven ben ik verschrikkelijk blij dat het leven voor mij en ook voor Willem en Andy deze wending heeft genomen, dat zelfs een hele ondeugende en promiscuous vriendin dit teweeg heeft gebracht in Zeeland. Dinkie.
Bruisend en jubelend had de bevrijding haar intocht gehouden. Opeens was ze gekomen, verrassend bijna, in een enkele dag. Wat was dat geweldig, verlokkend, bedwelmend, niet te geloven. Daar boven in de boom zittend uitkijkend over de kampmuur naar de vrijheid, met een stralend gelukkig gevoel:" wij hebben het gered". Andere kinderen in de boom lachten, riepen naar elkaar, wezen naar de bergen. Ineens een vreselijk gegil, van alle kanten, fluitend geluid, iets wat langs je oor vloog, onraad, als appels vielen wij uit de boom. Moeders kwamen op ons afgerend: " Mee" gilden zij. "Ze vallen ons aan". Kogels, hollen, vluchten. Nog meer krijsende Indonesiërs over de muur, iedereen rende in paniek door het gangetje naar het andere gedeelte met het grote open veld, daar waren ook Indonesiërs: " merdeka, merdeka", gilden die. Wij renden allemaal het veld op , zover mogelijk naar achteren, overal stonden ze met geweren in de aanslag, wachtend op het bevel te schieten. In de barakken rond het grote veld hadden alle vrouwen de deuren gebarricadeerd. En hoe ze ook probeerden, ze kregen ze er niet uit, wat uiteindelijk onze redding was, het duurde en duurde, alles stond stil, vol angst op het veld. Ineens begonnen zij in het wilde weg te schieten en handgranaten te gooien. "Liggen" werd er gegild, "liggen", wij ook. Mannen wierpen de handgranaten terug. Iedereen was doodstil en alles begon te bidden. Plat op de grond ineens een vreselijke klap vlakbij, zo erg dat ik dacht dat mijn borstkas uit elkaar zou spatten en overal in eens bloed op mij en stukken van, van alles :"O God, ik ben dood", alles is, kapot, dat was het dus. Wat gek, ik hoor nog alles, ik kan nog zien, als dat dood zijn is dan is het niet zo erg. Wat raar, ik kan mijn vingers bewegen. O God, ik ben alleen erg gewond, maar ik voel ook geen pijn. Voorzichtig keek ik naar alles wat op mij lag: "waar, waar ben ik gewond". Ineens mijn moeders stem:" Op staan, snel, wij moeten hier weg, verder naar achteren, vlug, vlug, nu". Kan ik dat dan, O God, het is niet van mij, het is van iemand anders. Weg, ver weg. Wij renden zo hard als wij konden naar achteren, waar geen Indonesiërs stonden. Mijn broertje raakten wij kwijt. Naar de toiletten, daar kropen wij boven op elkaar. Mijn moeder hoorde mijn broer ineens huilen. Ze riep: " Anton, wij zitten hier". Hij kwam naar ons toilet. Huilend zei hij: "Mammie, hoe moet ik bidden "? Zoiets vergeet je nooit. En op elkaar gepropt zaten wij bijna allemaal hardop te bidden. Toen nog ergere woeste kreten van de daken. "Dit is ons einde", zeiden ze: "Kus je kinderen maar gedag, wij gaan eraan" . Nog meer vreselijke kreten, toen vreselijk schieten en hels lawaai, kogels vlogen rond, knallen, geren, gekrijs. Doodsbang wachten wij. Iemand gilde:" Het zijn de onzen, het zijn de Gurkha's, het is heus" . Doodstil werd het. Zou het kunnen, zouden wij toch nog gered worden. Heel voorzichtig gingen enkelen kijken en zagen zwarte mannen voorbij rennen, die naar ons grijnsden en lachten: " De Gurkha's, de allerbeste krijgers die er zijn", zei iemand. "Ze komen ons bevrijden". Alles begon te huilen en God te danken. En ja hoor, een uur later vonden wij mijn grootmoeder. Die was door de paniek op het veld naar beneden gerold en had zich dood gehouden. Hoe je je dan voelt is niet te beschrijven. Je krijgt weer een leven terug, je leeft, je leeft, het heerlijkste gevoel wat er bestaat en nooit, nooit ben ik het vergeten. Ook ben ik nooit onze nieuwe bevrijders vergeten als zij er niet geweest waren was ik er nu ook niet, wij hebben ons leven aan de Gurkha's te danken en zal dat nooit meer vergeten, Dinkie Dit verhaal wilde ik eerst niet vertellen was bang dat het te veel zou zijn, maar door mijn oudste dochter ben ik het toch gaan doen en er ook wel heel blij om. Dinkie.

De enge buurvrouw

In Nederlands-Indië, in Soerabaja, hadden wij zoals mijn moeder het noemde een doodenge buurvrouw. Ze had een soort vleermuizen(kalongs) in kooien op de veranda en wij mochten niet met haar omgaan. Niets is voor een kind zo spannend als een enge buurvrouw. Af en toe gluurden wij door de heg naar haar en maakten mijn broer en ik elkaar nog banger. Ze fascineerde ons, haar stem was luid en hard. Ze was groot en zag er in haar lange jurken en lange wilde haren, grijs-zwart, ook echt wel eng uit. Haar stem deed ons rillen. Op een dag hadden wij er genoeg van en toen iedereen in de middag lag te slapen slopen wij naar de heg en met wat hout en stenen konden wij er helemaal over heen hangen en haar veranda goed zien. Daar stonden de grote kooien met hangende vleermuizen, heel veel kooien. Ineens stond ze naast ons, ik bleef er bijna in, maar tot onze verbazing vroeg ze of wij in de tuin wilden komen met een barse stem, eigenlijk niet, maar wij deden het wel. Bibberend bleven we onder aan de veranda staan, zij begon een lang verhaal over kalongs, maar het enige waar wij aan dachten was, hoe kom ik hier weg en zo vlug als we konden renden wij terug naar huis. Twee jaar later, wij zaten geïnterneerd in kamp Solo, waar het voor mijn moeder als astma-patiënt veel te heet was. Ze lag meer in dan uit het kampziekenhuis. Via zeer slinkse omwegen kregen de nonnen het voor elkaar dat zij met ons en mijn grootmoeder op transport werd gezet naar kamp Moentilan in de bergen. Daar zaten heel veel marinevrouwen, die erg met elkaar optrokken. Wij gingen per trein in dichtgeplakte goederenwagons, zonder eten en licht, het duurde wel drie dagen vol kommer en kwel en het laatste stuk moesten wij lopen de bergen in, urenlang, het was heel zwaar, vooral voor mijn grootmoeder, die toen in de vijftig was. De gedachte om het op te geven kwam vaak in je op, maar de consequenties waren dermate, dat je het wel uit je hoofd liet. Eindelijk, daar was het kamp, hele groepen vrouwen stonden ons op te wachten om ons te helpen met water en wat eten. Wat schetste onze verbazing toen wij onze namen hoorde noemen, heel hard en heel duidelijk, wie sloot ons in haar grote armen alsof wij haar kinderen waren, de doodenge buurvrouw. Zij had een geweldig eigen plaatsje in het kamp, een soort van eigen hutje met van alles. We werden er verwelkomd en alles wat ze had deelde zij met ons, er ook voor zorgend, dat wij gebaad en gewassen werden en ze vocht als een leeuwin voor onze plek in een van de loodsen en zorgde ervoor, dat mijn moeder een baantje in de keuken kreeg. En de doodenge buurvrouw bleek achteraf een hele lieve fee voor ons te zijn.

vrijdag 7 april 2017

De eerste baby

De eerste baby!!!!

Een en twintig jaar oud en verliefd op een zeeman, mooi wit pak, veel te besteden, veel samen uit en veel plezier en dat in 1955 zo vlak na alle verschrikkingen van het Jappenkamp, heerlijk wonend in Wassenaar, eindelijk de ellende vergetend raakte zij na een geweldig verlovingsfeest met haar zeeman toch zwanger, in die tijd een schande, een keer even een zwak momentje en het was gebeurd. De betrokken zeeman was alweer vertrokken, na veel ruggespraak van beide ouders werd besloten direct te trouwen, als hij weer terug was over drie maanden, mij werd niets gevraagd, dus zo gebeurde het en voor ik het wist na een geweldig trouwfeest en een moeilijke huwelijksreis door mijn ochtend misselijkheid, zat ik bij mijn ouders op mijn eigen kamer in huis, had mijn diploma in mijn zak als kleuterleidster en hoofdkleuterschool in een. Toen kwam de klap zwanger, wat was dat precies, niemand had mij dat ooit verteld, een kind groeide er in mijn buik, dat was het makkelijke deel , maar wat mij meer verontrustte was hoe komt dat kind er uit, grote vraagtekens voor een een twintig jarige, vooral toen het kind bleef groeien. 's-Nachts in de stilte van mijn een persoons-bedje lag  ik daar uren over te peinzen, het moest er uit, dat was een feit, maar hoe, kon mij gewoon niet voorstellen dat als het eruit ging via de door iedereen vertelde weg dat ooit mogelijk was, volgens mij moest je dan ongenadig uitscheuren, dat was iets wat mij bepaald geen rustige nachten gaf. Dan maar vragen, maar aan wie ik het ook vroeg, die zeiden gewoon zoals het er al eeuwen uitkomt, het zal wel pijn doen en daarmee kwamen de meest vreselijke verhalen los van 16 uur kermen en gillen van de pijn enz. van allerlei tantes en vriendinnen van mijn ouders, allemaal hadden ze zwaar geleden, uren, van dit alles werd ik heel erg somber en voelde mij meer een gevangene van mijn kind, dan een aanstaande moeder, gelukkige moeder, helaas was er toen nog geen Google of wat dan ook, als ik een boekje over geboorte haalde uit de bibliotheek werd er breed uit verteld hoe het kind in daalde en dan er uit werd geperst, maar nooit wat de moeder zou gaan ondervinden. Al met al werd ik steeds dikker en omvangrijker en voelde ik dat er een behoorlijk groot kind in mijn buik zat, die er hoe dan ook uit zou willen, de angst greep mij om de keel en mijn stemming was zeer somber, slapen werd zo wie zo al zwaarder door het kind, maar toch ook het wonder van iets dat bij je in de buik zit werd steeds duidelijker en ook daarvoor sloeg de angst om mijn hart, want zou ik er wel goed voor kunnen zorgen en hoe moest dat met wonen en waar moesten wij wonen, ik had het gevoel dat het net zich steeds meer om mij heen sloot en voelde mij zwaar depressief, voor die tijd nog geen bekend woord,  mijn arts vroeg ik regelmatig naar bepaalde dingen, maar die ontweek elk probleem wat ik opperde, waardoor ik nog wantrouwender werd. Dit alles deed mij geen goed, toen kwam de vader thuis en met hem weer wat vrolijkheid, auto gehuurd, want bij een schoonfamilie wonen was voor hem geen prettige optie en met veel vrienden weer afgesproken en het uitgaan en feesten ging gewoon weer door, wat ergens voor mij een hele goed afleiding was. Wij konden een paar weekjes in het huis van mijn schoonouders om op hun hond te passen, heel erg fijn even weg alleen samen in een huis, vele vrienden kwamen en gingen, een dolle boel was het, daardoor vergat ik het grote moment wat er met rasse schreden aan kwam. En ja hoor op een avond zei een vriend, Dinkie er gaat iets niet goed met jou, ik denk dat wij maar snel naar jouw ouders moeten gaan, want volgens mij gaat het gebeuren, Chris reed als een dolle stier door de straten richting Wassenaar en alles stond klaar voor het grote gebeuren, mijn moeder, nadat ik gedoucht en zwaar opgemaakt was, zei nog ter ondersteuning, maar niet heus, zet mij  niet voor schande door te gaan gillen, dat was de druppel, vol angst en beven helemaal verlamd van angst lag ik daar volkomen overgeleverd aan de dingen, waar ik totaal geen zeggenschap over had, paniek trok door mijn lijf, pure paniek en verstijfd lag ik daar. Toen begonnen de weeën in mijn rug, ik dacht als allereerst, dat houd ik geen zestien uur vol en daarna dacht ik niet meer en probeerde zo goed en zo kwaad mogelijk alle ellende te doorstaan. Ik dacht, ik houd het niet meer uit ik moet wat zeggen of roepen van de pijn, maar deed het niet uit angst voor mijn moeder, die nog eens zei van stel je niet aan hoor!!! Eindelijk na twee uur ontzettende pijn in de rug persweeën, dat was helemaal nieuw en minder pijnlijk, toen werd er gezegd persen, stoppen, persen, stoppen, als in een wedstrijd, maar op een gegeven moment had ik zoiets van val allemaal maar dood, er uit gaat hij nu en ineens een behoorlijk gekrijs en daar was mijn eerste kind, een zoon, wat een enorme opluchting, hij was er uit, na twee uur, geweldig, ik was intens trots op mijn lichaam, wat mij niet in de steek had gelaten, daar lag hij mijn eerste zoon, wat een geweldig groot wonder en vergeten was alle ellende en ik nam mij voor om een ieder die wilde weten hoe zo iets ging uitgebreid alles te vertellen, de naweeën, daar mocht ik een aspirine voor nemen en van af dat moment was mijn leven bevrijd van de angst, de onzekerheid en was ik ook nog moeder van een heel klein schattig ventje geworden, moeder van dat lieve manneke dat daar nu zo lag te krijsen en de tranen liepen mij over de wangen zo blij en ook zo enorm was het gelukkige gevoel van mijn eigen zoon. Ik heb hem helemaal goed bekeken en heel erg geknuffeld en dacht dit is onze zoon wat een wonder.!!. Dit was mijn ervaring uit die tijd met zwanger zijn, Dinkie.

dinsdag 20 december 2016

Een verhaal over Kerstmis

Als je op kerst bent geboren zeggen veel mensen van enig, een kerstkind, zo enig was het echt niet altijd, je was meer met de kerst bezig dan met je verjaardag, de kersten waren met alle opa's en oma's heel super gezellig en mijn verjaardag vergat ik bijna altijd. Geboren in Indie op kerstmiddag om 12 uur in een katholiek ziekenhuis met allemaal nonnen was er om vragen, dus werd ik gauw in de kribbe aldaar gelegd. In een tropisch land zonder nog penicilline, het was voor de oorlog, was niet het idee wat mijn moeder had, direct eruit moest ik weg van al die mensen met al hun ziektes, ergens wel verstandig ook. Mijn jaren als kind in Indie waren de mooiste jaren van mijn leven, die prachtige natuur met de bomen, de bergen, de beekjes, de prachtige bloemen, vlinders en vuurvliegjes, de kleine warongs lang de kant van de weg, alle tochten naar de bergen, heerlijke huizen met zwembaden en paardrijden met je ouders door die prachtige natuur in de bergen met al die geuren, het is diep in mijn ziel door gedrongen, heel diep. Toen kwam de oorlog,weg alles, in Jappenkampen, armoede, honger, ellende, dood en verdriet, vader weg. Het bijzondere was, dat wij alles overleefd hebben en toen in het vaderland van mijn ouders, Holland, terecht kwamen, wij tropenkinderen, dat gaf de grootste klap na alles, de koude en dit vreemde land met alles, vreselijk vond ik het eerst. Toen gelukkig Wassenaar en de eerste kerst in Holland, dat was een geweldige ervaring, wij allemaal samen, die het overleefd hadden. Uit een soort dankbaarheid, dat wij allemaal nog leefden besloot ik als meisje van 13 jaar naar de katholieke kerk te gaan in het dorp Wassenaar, keurig aangekleed om de Almachtige te bedanken voor dit heugelijke feit, wat is er mooier dan op de kerstnacht. Ik stapte alleen deze grote kerk binnen, stampend vol was het er, ik moest blijven staan bij de deur. Prachtige dienst met koor en alles ik genoot en langzaam kwam de pastoor met de koorknapen hevig zwaaiend met het wierookvat dichterbij en dichterbij en langs mij, wazig, misselijk, zwart, toen ik ineens bijkwam lag ik op een kerkbank, verbaasde mensen om mij heen, ja meisje, jij bent flauwgevallen in het kerkpad, was wat hard en koud, dus hebben wij jou op de bank gelegd. Helemaal nog duf gauw snel naar huis, zeker niet gegeten was het commentaar van mijn moeder. Het jaar erop weer dit goede plan, maar nu gegeten, weer in de kerk, helaas weer staande bij de achterdeur en weer kwam de pastoor met de wierook aanzetten en ik ging alvast ver naar opzij, daar was hij vlakbij, wazig, misselijk en weg was ze weer, werd weer wakker liggend op een kerkbank, nu met dokter er bij, gaat het, ik knikte en zat daar rustig bij te komen toen een leukerd zei, ook een manier om een plaatsje te krijgen. Weer snel naar huis. Enkele jaren later kreeg ik mijn allereerste vriendje, een beeldschone knaap, Ferdinand, heel erg lief allemaal, zeer onschuldig en romantisch, werd meegenomen naar hun prachtige huis in Scheveningen, heel mooi en luxe en voor ik het wist werd alles erg serieus, de familie zag het wel zitten. 
Mij werd gezegd, dat ik als ik bij de familie wilde horen, ik katholiek moest worden, ach zo verliefd was ik dan nog wel, ik naar mijnheer Pastoor, van Spanjaard was zijn naam van de katholieke kerk de Goede Herder in Wassenaar, een geweldige man met een enorme grote dure parochie, hij was alleraardigst en hoorde mij aan, stelde wat vragen over mijn geloof en nog veel meer en nodigde mij uit voor een grote mis in zijn kerk met Pasen. Vooraan zat ik dit keer als gast van de pastoor in weer een hele volle kerk, weer was het prachtig en weer kwam de zwaaiende wierook nu aan de voorkant  langs, enfin, weer lag ik, maar nu omdat ik vooraan zat bleven ze er mee zwaaien en kwam ik bij en vertrok en kwam ik bij en vertrok, grote paniek, een hele lieve vrouw kwam naar mij toe nam mij mee naar buiten en daar pas kwam ik weer terug op aarde, mijn kind zei ze, dat gaat niet met jou, je viel steeds flauw, dus blijf hier even buiten lekker zitten en kom bij, dan brengen wij jou straks naar huis, ik ben mevrouw Slinkert, zei ze. Een van de meest mooi families, die ik ooit heb gezien, een pracht gezin. beeldschone mensen. Leo hun zoon is nog jaren lang een echte vriend voor mij geweest, helaas is hij op jonge leeftijd verongelukt. Pastoor van Spanjaard zei: mijn kind, jouw geloof is prima houd het zo, jij hebt geen kerk nodig en dat vriendje van jou dat houdt geen stand lieve kind en dat is niets voor jou, zo'n strenge katholieke familie, dan zit je meer in dan uit de kerk en dat kun jij zeker niet, geniet van je leven, komt allemaal goed. Zo nam ik afscheid van deze lieve man. Hij had gelijk en na 4 maanden was het uit en helaas nooit meer naar een mis geweest. Nu vieren wij kerst met het hele gezin in ons Zeeuwse huisje al weer 33 jaar met zijn allen en genieten zowel van de kerst als van mijn verjaardag. Dinkie.