zaterdag 22 september 2007
hoe wij ons mooiste plekje in nederland kregen.
Hoe wij, arm en ontheemd gezin uit de tropen, aan ons prachtige huis in Wassenaar kwamen. Op een van de mooiste plekken van Wassenaar. De moeder van mijn vader was een Hammacher, de dochter van een Notaris uit Groede en had 5 broers en zusters. Een van deze broers had een zoon, een volle neef van mijn vader dus, die in de kunstwereld zat en een prachtig huis in Wassenaar bewoonde. Mijn vader kreeg in Holland zijn oude baan weer terug (levensverz. en hypotheek-levensverz. enz..) Hij had gevraagd om het rayon Aalten en omgeving, maar kreeg tot zijn verdriet Den Haag, Wassenaar, Voorburg en Rijswijk, een van de moeilijkste rayons. De voorzienigheid had anders beslist. Hij ging naar zijn neef in Wassenaar en hoorde toen dat deze net was aangesteld als directeur van het Kruller Muller museum op de Veluwe en dat hij met de van Gogh's naar Amerika moest. Mijn vader wilde dolgraag het huis van hem huren en neef lief had intens medelijden met mijn vader om alles wat deze had meegemaakt en bood het hem voor een zeer redelijke huur aan met de afspraak, dat hij het later, als hij er beter voor stond, het van hem kon kopen, geweldig. Maar ze hadden buiten de waard gerekend, want in die tijd besliste het gemeentebestuur wie er waar ging wonen. Woningnood 1947-1948. De gemeente had andere plannen. Het huis werd door hun toegewezen aan de directeur van het Rijnlands lyceum en zeker niet aan de arme neef uit de tropen. Maar samen hebben de neven toen een lange en zeer overtuigende brief aan Prins Bernhard geschreven en waarschijnlijk kende mijn vaders neef de prins, dat vermoed ik, want zowaar werd de burgemeester gebeld en verteld dat wij in dat mooie huis mochten en zo kwamen wij met onze sinaasappelkistjes als stoelen in dat grote mooie huis tussen de bomen en met om de hoek het prachtige Raadhuis en alle bossen eromheen, wat waren wij gelukkig. En aangezien beide ouders uit zeer goede gezinnen kwamen en een luxe smaak hadden, zijn wij dankzij vele venduhuizen en veilingen prachtig voor weinig geld in de mooie meubels gekomen, die veel later ook veel waard waren. Onze eerste Sinterklaas en onze eerste Kerst aldaar zal ik ook niet gauw vergeten. Mijn moeder had wat gebreid zoals mutsen, wanten, sjaals, enz., maar veel was er niet. Toen ging ineens s'-avonds de bel. Wij zeer verbaasd en daar stond in het donker op de stoep een hele grote mand met van alles erin, jam, fruit, noten, blikken, van alles en of dat nog niet genoeg was een envelop met 150 gulden erin, voor die tijd erg veel, zonder briefje en zonder afzender, niets. En dat was nog niet het einde, want met een magere kerst ging weer de bel en weer een volle mand met zelfs een christmas- pudding die mijn moeder aan het huilen maakte, zonder envelop en sinds die tijd eten wij met kerst altijd een christmaspudding met brandende rum eromheen. En nooit zijn wij er achter gekomen van wie deze geweldige giften waren. Dinkie
zondag 9 september 2007
Het derde wonder
Mijn moeder sprak altijd over haar lievelingsfilm, "The Keys of The Kingdom", uit 1934, mijn geboortejaar. Maar hij kwam maar nooit op tv, zwart-wit met Gregory Peck. Intussen waren mijn beide ouders 76 jaar en mijn moeder helaas stervende aan longkanker. Wij hadden het er allemaal heel erg moeilijk mee. Ik heb mijn vader toen laten zweren op zijn erewoord, dat hij na zijn overlijden ons zou laten merken, dat hij doorleefde, hoe dan ook. Wij zijn allemaal met reincarnatie opgevoed, mijn ouders ook. Mijn vader was daarin zeer sterk en heeft ons compleet met alles overtuigd, maar zodra zoiets voorkomt als afscheid moeten nemen van je moeder, ook al was onze band niet zo goed, ga je toch weer twijfelen. In de loop der jaren had ik veel begrip gekregen voor haar karma en wist ik ook dat ik deze moeder met haar karma met mijn aard goed aankon. Wij hadden samen veel meegemaakt en het is en blijft je moeder. Helaas stierven beiden in hetzelfde jaar, mijn moeder eerst en drie maanden later mijn vader, met dit verschil, dat ik mij de laatste maanden helemaal aan mijn vader kon wijden. Hij lag in Zierikzee, dus tweemaal per dag erheen, alles kon ik voor hem doen, uit dank voor alles wat hij voor ons gedaan had. Een ijzersterke lieve man, nooit heb ik hem boos gezien, nooit. En altijd filosoferend over alles, waarschuwend, helpend, een harde werker en een echte heer. Mijn wereld stortte na zijn dood compleet in. Maar een mens is toch veerkrachtiger dan hij soms denkt. Het heeft twee jaar geduurd en met de lieve steun van Willem kwam ik weer overeind. Op een prachtige dag, kijkend naar de tv, hoorde ik de omroepster zeggen dat s'-middags de film "The Keys of The Kingdom kwam. Ik moest s'-middags weg, dus nam ik hem met de videorecorder op, maar liet de tape er helaas inzitten en de volgende dag is Oprah eroverheen opgenomen. In tranen was ik, verpest was de hele film, niets meer aan te doen. Een jaar later kwam Willem de keuken in rennen, je vader is er, alles ruikt weer naar caramel, (Dat hadden wij ontdekt, al vaker was mijn vader er en als een echte Haginees kwam hij dan met de lucht van Haagsche hopjes caramel). Ik naar de kamer en ja het leek wel een caramelfabriek. Willem zei, dit is de tv kamer, zet aan dat ding en wij keken overal en bleven hangen bij belgie-1, want de omroepster zei dat koning Boudewijn was overleden. Willem, ik vind het een reuze lieve man, maar daarvoor is mijn vader toch niet hier? Wacht nu maar even, misschien komt er nog wat anders. Wij keken naar alles over Boudewijn. Toen zei ineens de omroepster: door de dood van onze koning is het avond programma gewijzigd en komt om 9 uur de film "The Keys of The Kingdom". Dank je lieve paps en weg was de caramel lucht.
En wij zijn eindelijk in het bezit van "The Keys of The Kingdom" naar het boek van Cronin en met Gregory Peck in een lieve echte mooie film. Een echt wonder.
Dinkie
En wij zijn eindelijk in het bezit van "The Keys of The Kingdom" naar het boek van Cronin en met Gregory Peck in een lieve echte mooie film. Een echt wonder.
Dinkie
dinsdag 4 september 2007
Het tweede wonder
Samen zijn wij opnieuw gestart in 1977, beiden gescheiden, failliet en toch met veel plezier huisje in zeeland . Moest opgeknapt worden. Volgens familie een onbewoonbare woning, maar ja, met onze resterende centjes kon dat niet anders. Gelukkig hadden wij wel een grote schuur en een flink lapje grond, daar is wat op gewerkt. Eigen groente, eigen mesthanen, fruitbomen, veel bessenstruiken zoals klapbessen, rode bessen enz . Maar na Tjernobyll kwam daar de klad in. Na 4 jaar buitenlandse projecten, hadden wij weer een spaarpotje waarmee flink verbouwd en uitgebreid is. Toen kwam de baan in Zeeland, zeker geen vetpot en een eigen autootje. Het hele huis werd verwarmd door gevelkachels en twee prachtige allesbranders, maar die gebruikten erg veel hout, heel erg veel. Onze alleraardigste lieve buurman heeft er steeds voor gezorgd, dat er ergens wel weer een boom of takken of hout voor ons klaar lagen. Met eigen aanhanger erheen en Willem weer zagen, takken op de aanhanger, thuis eraf en dan nog klein maken en klieven en dan in het houthok en dat jaar in jaar uit. Voor twee grote houtkachels een enorm gesjouw. Op den duur toen hij wat ouder werd, vond ik het heel erg dat zware gesjouw. Centrale verwarming, dat was de oplossing, maar dat kostte voor ons huisje 12000 gulden en dat was dan nog zwart. Ieder mens heeft zo zijn eigen idee over het hiernamaals en hoe wij hier zijn ontstaan, ik dus ook. Alleen wijken die enigzins af van de meeste en vroeg ik mijn hulplijnen dagelijks: help ons. Dit deed ik iedere dag op een rustig moment b.v als ik in de auto door het prachtige landschap reed. Ik smeekte ze als het ware: het is niet voor feesten, niet voor vakantie, niet voor plezier, maar voor onze heerlijke warmte in de winter. Iedere dag ging ik in gedachten in discussie en legde het hoe en waarom uit tot op een gegeven dag na zo'n 2 maanden ik s'avonds de post open maakte, ook bankafschriften en wat stond daar tot mijn verbijstering? Het volledige bedrag van 20000 gulden staatsloterij, 1/5e lot. Met mijn vinger en vreemde klanken uitstotend sloeg ik steeds op het bankpapiertje. Willem stond te kijken begreep er niets van en dacht we zullen wel weer rood staan, vandaar die vreemde geluiden. Ik bleef maar wijzen, ja wat dan, zo erg kan het toch niet zijn en hij keek en keek en keek nog eens en samen hebben wij toen een rondedansje gemaakt en zijn uit eten gegaan helemaal stuk van blijdschap. De centrale verwarming kwam er en hout was nu een kwestie van keuzes. En naar mijn helpers heb ik wel duizend bedankjes gestuurd. Is dat niet een echt wonder? Dinkie
het tuinfeest.
Wij zijn op het grote tuinfeest van mijn oudste dochter en schoonzoon geweest .Wat een geweldig feest en wat een geweldige verzameling van echte hele lieve mensen. Wij hebben genoten en al onze kinderen en kleinkinderen waren er. Bedankt lieve dochter en schoonzoon, het was super !!!!
woensdag 22 augustus 2007
Wonderen bestaan.
Ieder mens maakt wel eens iets wonderbaarlijks mee. Als ik het zo bekijk heb ik er zeker wel 5 meegemaakt, grote en kleine wonderen. Daar wil ik er drie van vertellen. Het eerste kleine wonder, dat kan ik zelf nog steeds niet geloven, zoiets buitengewoons is het. Na mijn scheiding ging ik werken als bejaarden hulp bij een gewezen procuratiehouder van Unilever, die een Engelse vrouw had. Deze vrouw, die ook erg dement was sprak alleen nog Engels, vandaar dat ik er geplaatst werd. Door mijn Schotse grootmoeder Elsie spraken wij van jongs af aan vrij goed Engels. Het was een schat van een vrouw, dat kon van hem niet gezegd worden. Ze had onder ander een stoma, die nog wel eens kapot ging, wat een vreselijk vies werkje was om schoon te maken. Ik heb er heel hard gewerkt en heel veel extra's voor ze gedaan zoals de keuken witten en de badkamer enz.. Als dank kreeg ik bij mijn vertrek, zij ging naar een verpleeghuis, een echte antieke uit 1880 staande carbietlamp met een hele mooie witte porseleine kap. De kap paste precies op een ijzeren ring en was plat van boven en liep dan rond naar beneden met een gleuf er in voor een kralen rand, een heel aparte kap nooit eerder gezien. Jaren heeft hij als mooi stukje antiek bij ons gestaan en dacht ik vaak aan haar. Op een dag tijdens een verbouwing werd hij verplaatst en viel de witte porseleine kap er af, in duizend stukken. Wat was ik verdrietig, zo'n kap vind je nooit meer. Jaren later, wonend hier in zeeland, was er vlakbij Zierikzee een hele grote vuilstortplaats en alles werd er op een klein bergje geschoven. Ieder jaar zijn er ook rommelmarkten en iedereen die wat te verkopen heeft probeert dat aan de toeristen te verkopen. Om vijf uur gaat alles wat niet verkocht is in een vuilniswagen naar het stort, van allerlei verschillende plaatsen van ons eiland en de berg werd bijna7 meter hoog met stoelen, tafels, wasmachines, haardrogers, kastjes, aardewerk, speelgoed en plastic enz. enz.. Op dezelfde dag dat dit gebeurde gingen wij met een aanhanger vol troep naar het stort. Vol verbazing keek ik naar de enorme berg, waarop al een stuk of tien mensen aan het zoeken waren naar leuke hebbedingetjes. Willem gooide alles van onze aanhanger erbij en ik kroop voorzichtig loerend de berg op, het was zeker niet de eerste keer dat wij weer met een half volle kar terug gingen, dus riep Willem: alsjeblieft geen spullen meer meenemen. Al die andere mensen riepen: alles is toch kapot, wat zoek je? Eigenlijk niets, ik kijk zomaar. Je moest er voorzichtig zijn, want tafels en stoelen lagen over elkaar en voor je het wist zakte je met een stoel de diepte in of halverwege. Heel voorzichtig loerde ik overal tussen om te zien of ik nog wat leuks zag. En daar, daar beneden in een gat naast een wasgoedrek, tussen drie stoelen zag ik iets wits. Ik riep: ik zie iets van porselein ,waarop de meesten begonnen te lachen. Dat is zeker kapot. Heel voorzichtig dook ik met mijn arm naar beneden en haalde uit het duister een, dacht ik, ronde schaal. Toen ik het met veel moeite naar boven kon halen bleek het een prachtige puntgave porseleine kap van een lamp te zijn. Ik gilde: Willem, kom, kom, iedereen die er ook was kwam naar mij toe en ze riepen allemaal: he Willem, kom een wonder, hij is helemaal heel. Grote consternatie. Iedereen wilde hem zien, ze konden het niet geloven, uit de vuilniswagen gestort en nog heel, een wonder. Maar het grootste wonder moest nog komen. Hij paste precies op de carbietlamp en had zelfs het gleufje voor de kralen ketting. dinkie
donderdag 16 augustus 2007
nog meer muziek.
Als je 72 bent heb je eigenlijk alles wel gehad en zie je nog een klein restant leven voor je, dat je naar eigen keuze kunt invullen, zolang je gezondheid het toelaat. Genieten kun je overal en in Holland is er veel te genieten, heel veel. Zo kwamen wij bij toeval, bestaat toeval eigenlijk?, aan een Indiase film, Bombay geheten. Het is een geweldig goed verhaal, maar wat ons nog het meest fascineerde was de muziek en de dansen, wat een perfectie. Ongelooflijk, het had ons helemaal beet. Daarna kwam, na veel moeite, de tweede Indiase film, Kabhi Kushi Kabhie Gham, daar in waren de dansen, de interieurs en de kleding overweldigend en zo gracieus mooi en elegant, in een woord een streling voor het oog. Van beide dramatische mooie films hebben wij nu ook de muziek op cd. En s'morgens aan het ontbijt in ons echt zeeuwse vlasboerderijtje, dreunt bij ons de beeldige Indiase muziek en zitten wij (72 en 66 jarige) te genieten. Wie had dat nu ooit verwacht.
zondag 12 augustus 2007
De enge buurvrouw
In Indonesie, in Soerabaja, hadden wij zoals mijn moeder het noemde een doodenge buurvrouw. Ze had een soort vleermuizen(kalongs) in kooien op de veranda en wij mochten niet met haar omgaan . Niets is voor een kind zo spannend als een enge buurvrouw. Af en toe gluurden wij door de heg naar haar en maakten mijn broer en ik elkaar nog banger. Ze fascineerde ons, haar stem was luid en hard. Ze was groot en zag er in haar lange jurken en lange wilde haren, grijs zwart ook echt wel eng uit. Haar stem deed ons rillen. Op een dag hadden wij er genoeg van en toen iedereen s'middags lag te slapen slopen wij naar de heg en met wat hout en stenen konden wij er helemaal over heen hangen en haar veranda goed zien. Daar stonden de grote kooien met hangende vleermiuzen, heel veel.Ineens stond ze naast ons, ik bleef er bijna in maar tot onze verbazing vroeg ze of wij in de tuin wilden komen, met een barse stem, eigenlijk niet, maar wij deden het wel. Bibberend bleven we onder aan de veranda staan, zij begon een lang verhaal over kalongs, maar het enige waar wij aan dachten was hoe kom ik hier weg en zo vlug als we konden renden wij terug naar huis. Twee jaar later, wij zaten geinterneerd in kamp Solo, waar het voor mijn moeder als astma-patient veel te heet was. Ze lag meer in dan uit het kampziekenhuis. Via zeer slinkse omwegen kregen de nonnen het voor elkaar dat zij met ons en mijn grootmoeder op transport werd gezet naar kamp Moentilan in de bergen. Daar zaten heel veel marinevrouwen, die erg met elkaar optrokken. Wij gingen per trein in dichtgeplakte goederenwagons, zonder eten en licht, het duurde wel drie dagen vol kommer en kwel en het laatste stuk moesten wij lopen de bergen in, urenlang, het was heel zwaar, vooral voor mijn grootmoeder, die toen in de vijftig was. De gedachte om het op te geven kwam vaak in je op maar de consequensies waren dermate, dat je het wel uit je hoofd liet. Eindelijk, daar was het kamp, hele groepen vrouwen stonden ons op te wachten om ons te helpen met water en wat eten. Wat schetste onze verbazing toen wij onze namen hoorde noemen, heel hard en heel duidelijk, wie sloot ons in haar grote armen alsof wij haar kinderen waren, de doodenge buurvrouw. Zij had een geweldig eigen plaatsje in het kamp, een soort van eigen hutje met van alles.We werden er verwelkomd en alles wat ze had deelde zij met ons, er ook voor zorgend, dat wij gebaad en gewassen werden en ze vocht als een leeuwin voor onze plek in een van de loodsen en zorgde ervoor, dat mijn moeder een baantje in de keuken kreeg. En de doodenge buurvrouw bleek achteraf een hele lieve fee voor ons te zijn.
Abonneren op:
Posts (Atom)