zondag 17 september 2017

weer bevrijd

Bruisend en jubelend had de bevrijding haar intocht gehouden. Opeens was ze gekomen, verrassend bijna, in een enkele dag. Wat was dat geweldig,verlokkend, bedwelmend, niet te geloven. Daar boven in de boom zittend uitkijkend over de kampmuur naar de vrijheid, met een stralend gelukkig gevoel:" wij hebben het gered". Andere kinderen in de boom lachten, riepen naar elkaar, wezen naar de bergen. Ineens een vreselijk gegil, van alle kanten, fluitend geluid, iets wat langs je oor vloog, onraad, als appels vielen wij uit de boom. Moeders kwamen op ons afgerend: " Mee" gilden zij. "Ze vallen ons aan". Kogels, hollen, vluchten. Nog meer krijsende Indonesiërs over de muur, iedereen rende in paniek door het gangetje naar het andere gedeelte met het grote open veld, daar waren ook Indonesiërs: "merdekamerdeka", gilden die. Wijrenden allemaal het veld op , zover mogelijk naar achteren, overal stonden ze met geweren in de aanslag, wachtend op het bevel te schieten. In de barakken rond het grote veld hadden alle vrouwen de deuren gebarricadeerd. En hoe ze ook probeerden, ze kregen ze er niet uit, wat uiteindelijk onze redding was, het duurde en duurde, alles stond stil, vol angst op het veld. Ineens begonnen zij in het wilde weg te schieten en handgranaten te gooien. "Liggen" werd er gegild, "liggen", wij ook. Mannen wierpen de handgranaten terug. Iedereen was doodstil en alles begon te bidden. Plat op de grond ineens een vreselijke klap vlakbij, zo erg dat ik dacht dat mijn borstkas uit elkaar zou spatten en overal in eens bloed op mij en stukken van, van alles :"O God, ik ben dood", alles is, kapot, dat was het dus. Wat gek, ik hoor nog alles, ik kan nog zien, als dat dood zijn is dan is het niet zo erg. Wat raar, ik kan mijn vingers bewegen. O God, ik ben alleen erg gewond, maar ik voel ook geen pijn. Voorzichtig keek ik naar alles wat op mij lag: "waar, waar ben ik gewond". Ineens mijn moeders stem:" Op staan, snel, wij moeten hier weg, verder naar achteren, vlug, vlug, nu". Kan ik dat dan, O God, het is niet van mij, het is van iemand anders. Weg, ver weg. Wij rendenzo hard als wij konden naar achteren, waar geen Indonesiërs stonden. Mijn broertje raakten wij kwijt. Naar de toiletten, daar kropen wij boven op elkaar. Mijn moeder hoorde mijn broer ineens huilen. Ze riep: " Anton, wij zitten hier". Hij kwam naar ons toilet.Huilend zei hij: "Mammie, hoe moet ik bidden "? Zoiets vergeet je nooit. En op elkaar gepropt zaten wij bijna allemaal hardop te bidden. Toen nog ergere woeste kreten van de daken. "Dit is ons einde", zeiden ze: "Kus je kinderen maar gedag, wij gaan eraan" . Nog meer vreselijke kreten, toen vreselijk schieten en hels lawaai, kogels vlogen rond, knallen, geren, gekrijs. Doodsbang wachten wij. Iemand gilde:" Het zijn de onzen, het zijn de Gurkha's, het is heus" . Doodstil werd het. Zou het kunnen, zouden wij toch nog gered worden. Heel voorzichtig gingen enkelen kijken en zagen zwarte mannen voorbij rennen, die naar ons grijnsden en lachten: " DeGurkha's, de allerbeste krijgers die er zijn", zei iemand. "Ze komenons bevrijden". Alles begon te huilen en God te danken. En ja hoor, een uur later vonden wij mijn grootmoeder. Die was door de paniek op het veld naar beneden gerold en had zich dood gehouden. Hoe je je dan voelt is niet te beschrijven. Je krijgt weer een leven terug, je leeft, je leeft, het heerlijkste gevoel wat er bestaat en nooit, nooit ben ik het vergeten. Ook ben ik nooit onze nieuwe bevrijders vergeten als zij er niet geweest waren was ik er nu ook niet, wij hebben ons leven aan de Gurkha's te danken en zal dat nooit meer vergeten, Dinkie Dit verhaal wilde ik eerst niet vertellen was bang dat het te veel zou zijn, maar door mijn oudste dochter ben ik het toch gaan doen en er ook wel heel blij om. Dinkie.

maandag 28 augustus 2017

Ati mijn lieve vriendin, meestal per telefoon voor jaren !!!

Verloofd zijnde met Walter van den Broek kwam ik in de van den Broeken en Weber clan terecht en werd er van mij verondersteld aan alles mee te doen. Zo gingen wij dus naar de verloving van Atie van der Heijden met John Weber, enfin., in Wassenaar drukte van belang en daar stond naast haar moeder een schattige jonge lieve vrouw, met een hele lieve lichtblauwe jurk , een plaatje . Na een paar uren met drankjes en hapjes , gingen wij weg . Ati en ik gaven elkaar een handje en ik feliciteerde haar en bedankte haar . Ik moest trouwen en op mijn grote bruiloft in het mooie stadhuis te Wassenaar om de hoek bij ons woonhuis , trouwden Walter en ik en was ik mevrouw van den Broek voor 20 jaar , was toen zelf ook 20 jaar, jullie vader staat op de trouwfoto's en ook tante Dien en haar man.. Eindelijk na wat omzwervingen hadden wij een mooi huis in de Papenlaan in Voorschoten, een jaren dertig huis erg mooi . Er stopte op een dag toen wij er pas woonde een auto voor de deur en werd gebeld en toen stond John voor mijn neus, "Hallo ken je mij nog , natuurlijk zei ik, kom binnen , ja maar Ati zit in de auto oke ga haar halen en zo gebeurde dat er toen een zwangere Atie bij mij binnen stapte verlegen niet willend , maar aangezien ik het tegenovergestelde van haar ben was het ijs snel gebroken en zat ze heel gezellig bij ons met Bart in haar buik, thee te drinken en vonden wij beiden direct de klik , van die tijd af is onze vriendschap gebleven en kwam Ati op de fiets wel eens langs en ging ik vaak op de fiets naar de Hamellaan om er ook weer thee te drinken, vooral vaak als oma er
 was , dat was helemaal een dot , wat een lieve oma was dat . Toen kwam Bart n ben ik nog bij jullie moeder in het ziekenhuis in Leiden geweest en lag ze aan het infuus om de weeën op te wekken want het wilde niet vlotten , na wat met haar gepraat te hebben moest ik weg en even later belde John het is weer een zoon dus daar was je toen Bart . Jullie moeder vroeg of ik hem wilde komen baden in de vroege ochtend wat ik ook deed met de auto naar haar toe en Bart wassen  in het badje , dat is zo wat keren gebeurd tot zij zich weer wat sterker en beter voelde , sorry Bart mr ik heb je wel geknuffeld erg veel want zo ben ik nu een maal , je moeder moest er om lachen . Daar na zijn er geweldige jaren gevolgd waarin wij over en weer bij elkaar op bezoek kwamen ook de mannen er bij en Hans Aties broer met wilde plannen voor de toekomst . Toen ineens overleed de broer van Johns vader en werd John mede verantwoordelijk met zijn vader voor hun zaak met alle dure heren en cliënten, en gingen de wilde plannen in de kast en kwamen er hele andere tijden aan , ook bij ons maar tussen dit alles bleven wij zamen altijd bellen zo'n drie keer per week en bij elkaar langs komen en bespraken wederzijds al onze problemen met elkaar altijd , dat was super en gezellig nooit een onvertogen woord geen van beiden .Kersten gingen verjaardagen gingen en langzaam kwamen er problemen met de buurjongen die het leven een hel maakte voor jullie ouders toen kwam je vader met een huis in de essenlaan jullie huis nu, enfin ik met je moeder mee er naar toe en ik liep te O wat heer lijk en o wat mooi en ik vond het schitterend en jullie moeder liep te huilen want ze vond het maar niets , enfin dagen hebben wij er over gepraat en langzaam ging ze er aan wennen en toen kwam de verhuizing en alles , en Dinkie verdween naar het buitenland. Toen ik terug kwam lag mijn huwelijk al in duigen en was ik in een wervelende vrije tijd terecht gekomen wat jullie moeder eng maar ook schitterend vond ik was voor haar een spannende film. ze heeft nog een poging gewaagd mij te koppelen aan iemand die een aphotheek had enfin dat was niets maar erg gezellig gegeten bij jullie . Daarna toen ik einedelijk mijn ware tegen gekomen was na een wild jaar toen was dat helemaal over en begon er weer een hele nieuwe periode van opbouwen na deze intense  afbraak en over nieuw beginnen in die tijd woonden wij al in Dreischor hier hebben wij 9 jaren verbouwd , intussen bijna ieder dag bellen met jullie moeder die het heel moeilijk had met jullie oma en dat allemaal met mij deelde en al mijn zorgen over gelde huis en alles met haar deelde zo vingen wij elkaar weer helemaal op . Willem is zelfs nog in het huis van jullie oma gaan zoeken naar afluister apparatuur en alle andere dingen heeft hij nagekeken, alles is door hem goed onderzocht en ook hij kwam tot de conclusie dat er niets was . Maar dat stelde zowel Ati als mij die inmiddels ook erg gehecht was geraakt aan jullie oma toch wel gerust. Toen het verdriet van het overlijden van jullie lieve oma wat jullie moeder erg van streek heeft gemaakt heel erg vond ze dat en toen zijn er uren gesprekken geweest over leven en dood gaan en God enz ., ook het verdriet van het overlijden van mijn beide ouders alles is door ons heen gegaan en hebben wij met elkaar door gewerkt en getroost  en verteld en zo gingen de jaren langzaam aan steeds verder lieve zonen , met jullie moeder, en de verhalen over jullie en jullie huwelijken scholen enz en de studie van Robert heeft hij aan mij te danken, want jullie moeder belde en was wanhopig, want het ging niet goed met zijn rechten studie enfin ik moest gaan kijken in de astrologie en alles uitzoeken het heeft mij een ontzettende uitzoek dag gekost gelukkig had ik al een pc met dat programma er op maar dan de interpretatie nog en aangezien het toen mijn hobby was had ik ook alle boeken er over dus zoeken negende huis staat in dat teken enz enz., enfin toen kwam er uit, of tandarts of homeopathische arts en zij heeft het Robert verteld en die koos toen voor tandarts .Wij hebben heel veel gelachen ik gehuild zij bijna en veel meegemaakt samen alle dokters bezoeken van haar en alle andere dingen  zoals de dood van Raps en de dood van Grootvorst die ze van mij heeft meegekregen. Zij kon ontzettend leuk vertellen zoals over grootvorst en Raps ik heb mij tranen gehuild van het lachen alles werd besproken en gedeeld ze was vaak eenzaam en ik hier ook. Wij hebben een geweldige tijd gehad zij kende alle mensen die ik kende van naam en toenaam en ik al haar kenissen van naam en toenaam en hoe jullie huizen er uitzagen alles en alles , ook langzaam aan steed meer de lichamelijke klachten en zo is er een heel leven voor bij gegaan waarin wij beiden elkaar steun en toevertrouwen zijn geweest voor een heel lang leven en waar ik met enorm veel geluk en blijdschap aan terug denk een wonderbaarlijke mooie vriendschap zonder ooit een onvertogen woord van geen van beiden, heerlijke tijd die ik zo over zou don met jullie geweldige lieve moeder , wij konden echt samen door een deur , geweldig en het doet mij hele erge pijn dat haar einde zo triest en zo erg is geweest en ik niets kon doen voor haar maar dat zal de geweldige  gedachte aan haar nooit meer kunnen verhinderen en nu zij door deze aardse ellende heenis en zij eindelijk rust heeft en bij de mensen is die haar lief zijn heb ik er ook vrede mee alhoewel ik haar ontzettend mis , iedere keer denk ik bv even Ati bellen , dat doet zeer lieve zonen, jullie hadden een geweldige lieve moeder , een hele fijne zachte en onzekere lieve vrouw , Dinkie.

maandag 21 augustus 2017

hoe wij vrouwen en kinderen weer bevrijd werden

Bruisend en jubelend had de bevrijding haar intocht gehouden. Opeens was ze gekomen, verrassend bijna, in een enkele dag. Wat was dat geweldig,verlokkend, bedwelmend, niet te geloven. Daar boven in de boom zittend uitkijkend over de kampmuur naar de vrijheid, met een stralend gelukkig gevoel:" wij hebben het gered". Andere kinderen in de boom lachten, riepen naar elkaar, wezen naar de bergen. Ineens een vreselijk gegil, van alle kanten, fluitend geluid, iets wat langs je oor vloog, onraad, als appels vielen wij uit de boom. Moeders kwamen op ons afgerend: " Mee" gilden zij. "Ze vallen ons aan". Kogels, hollen, vluchten. Nog meer krijsende Indonesiërs over de muur, iedereen rende in paniek door het gangetje naar het andere gedeelte met het grote open veld, daar waren ook Indonesiërs: "merdekamerdeka", gilden die. Wijrenden allemaal het veld op , zover mogelijk naar achteren, overal stonden ze met geweren in de aanslag, wachtend op het bevel te schieten. In de barakken rond het grote veld hadden alle vrouwen de deuren gebarricadeerd. En hoe ze ook probeerden, ze kregen ze er niet uit, wat uiteindelijk onze redding was, het duurde en duurde, alles stond stil, vol angst op het veld. Ineens begonnen zij in het wilde weg te schieten en handgranaten te gooien. "Liggen" werd er gegild, "liggen", wij ook. Mannen wierpen de handgranaten terug. Iedereen was doodstil en alles begon te bidden. Plat op de grond ineens een vreselijke klap vlakbij, zo erg dat ik dacht dat mijn borstkas uit elkaar zou spatten en overal in eens bloed op mij en stukken van, van alles :"O God, ik ben dood", alles is, kapot, dat was het dus. Wat gek, ik hoor nog alles, ik kan nog zien, als dat dood zijn is dan is het niet zo erg. Wat raar, ik kan mijn vingers bewegen. O God, ik ben alleen erg gewond, maar ik voel ook geen pijn. Voorzichtig keek ik naar alles wat op mij lag: "waar, waar ben ik gewond". Ineens mijn moeders stem:" Op staan, snel, wij moeten hier weg, verder naar achteren, vlug, vlug, nu". Kan ik dat dan, O God, het is niet van mij, het is van iemand anders. Weg, ver weg. Wij rendenzo hard als wij konden naar achteren, waar geen Indonesiërs stonden. Mijn broertje raakten wij kwijt. Naar de toiletten, daar kropen wij boven op elkaar. Mijn moeder hoorde mijn broer ineens huilen. Ze riep: " Anton, wij zitten hier". Hij kwam naar ons toilet.Huilend zei hij: "Mammie, hoe moet ik bidden "? Zoiets vergeet je nooit. En op elkaar gepropt zaten wij bijna allemaal hardop te bidden. Toen nog ergere woeste kreten van de daken. "Dit is ons einde", zeiden ze: "Kus je kinderen maar gedag, wij gaan eraan" . Nog meer vreselijke kreten, toen vreselijk schieten en hels lawaai, kogels vlogen rond, knallen, geren, gekrijs. Doodsbang wachten wij. Iemand gilde:" Het zijn de onzen, het zijn de Gurkha's, het is heus" . Doodstil werd het. Zou het kunnen, zouden wij toch nog gered worden. Heel voorzichtig gingen enkelen kijken en zagen zwarte mannen voorbij rennen, die naar ons grijnsden en lachten: " DeGurkha's, de allerbeste krijgers die er zijn", zei iemand. "Ze komenons bevrijden". Alles begon te huilen en God te danken. En ja hoor, een uur later vonden wij mijn grootmoeder. Die was door de paniek op het veld naar beneden gerold en had zich dood gehouden. Hoe je je dan voelt is niet te beschrijven. Je krijgt weer een leven terug, je leeft, je leeft, het heerlijkste gevoel wat er bestaat en nooit, nooit ben ik het vergeten. Ook ben ik nooit onze nieuwe bevrijders vergeten als zij er niet geweest waren was ik er nu ook niet, wij hebben ons leven aan de Gurkha's te danken en zal dat nooit meer vergeten, Dinkie Dit verhaal wilde ik eerst niet vertellen was bang dat het te veel zou zijn, maar door mijn oudste dochter ben ik het toch gaan doen en er ook wel heel blij om. Dinkie.

zondag 9 juli 2017

Bruisend en jubelend had de bevrijding haar intocht gehouden. Opeens was ze gekomen, verrassend bijna, in een enkele dag. Wat was dat geweldig, verlokkend, bedwelmend, niet te geloven. Daar boven in de boom zittend uitkijkend over de kampmuur naar de vrijheid, met een stralend gelukkig gevoel:" wij hebben het gered". Andere kinderen in de boom lachten, riepen naar elkaar, wezen naar de bergen. Ineens een vreselijk gegil, van alle kanten, fluitend geluid, iets wat langs je oor vloog, onraad, als appels vielen wij uit de boom. Moeders kwamen op ons afgerend: " Mee" gilden zij. "Ze vallen ons aan". Kogels, hollen, vluchten. Nog meer krijsende Indonesiërs over de muur, iedereen rende in paniek door het gangetje naar het andere gedeelte met het grote open veld, daar waren ook Indonesiërs: " merdeka, merdeka", gilden die. Wij renden allemaal het veld op , zover mogelijk naar achteren, overal stonden ze met geweren in de aanslag, wachtend op het bevel te schieten. In de barakken rond het grote veld hadden alle vrouwen de deuren gebarricadeerd. En hoe ze ook probeerden, ze kregen ze er niet uit, wat uiteindelijk onze redding was, het duurde en duurde, alles stond stil, vol angst op het veld. Ineens begonnen zij in het wilde weg te schieten en handgranaten te gooien. "Liggen" werd er gegild, "liggen", wij ook. Mannen wierpen de handgranaten terug. Iedereen was doodstil en alles begon te bidden. Plat op de grond ineens een vreselijke klap vlakbij, zo erg dat ik dacht dat mijn borstkas uit elkaar zou spatten en overal in eens bloed op mij en stukken van, van alles :"O God, ik ben dood", alles is, kapot, dat was het dus. Wat gek, ik hoor nog alles, ik kan nog zien, als dat dood zijn is dan is het niet zo erg. Wat raar, ik kan mijn vingers bewegen. O God, ik ben alleen erg gewond, maar ik voel ook geen pijn. Voorzichtig keek ik naar alles wat op mij lag: "waar, waar ben ik gewond". Ineens mijn moeders stem:" Op staan, snel, wij moeten hier weg, verder naar achteren, vlug, vlug, nu". Kan ik dat dan, O God, het is niet van mij, het is van iemand anders. Weg, ver weg. Wij renden zo hard als wij konden naar achteren, waar geen Indonesiërs stonden. Mijn broertje raakten wij kwijt. Naar de toiletten, daar kropen wij boven op elkaar. Mijn moeder hoorde mijn broer ineens huilen. Ze riep: " Anton, wij zitten hier". Hij kwam naar ons toilet. Huilend zei hij: "Mammie, hoe moet ik bidden "? Zoiets vergeet je nooit. En op elkaar gepropt zaten wij bijna allemaal hardop te bidden. Toen nog ergere woeste kreten van de daken. "Dit is ons einde", zeiden ze: "Kus je kinderen maar gedag, wij gaan eraan" . Nog meer vreselijke kreten, toen vreselijk schieten en hels lawaai, kogels vlogen rond, knallen, geren, gekrijs. Doodsbang wachten wij. Iemand gilde:" Het zijn de onzen, het zijn de Gurkha's, het is heus" . Doodstil werd het. Zou het kunnen, zouden wij toch nog gered worden. Heel voorzichtig gingen enkelen kijken en zagen zwarte mannen voorbij rennen, die naar ons grijnsden en lachten: " De Gurkha's, de allerbeste krijgers die er zijn", zei iemand. "Ze komen ons bevrijden". Alles begon te huilen en God te danken. En ja hoor, een uur later vonden wij mijn grootmoeder. Die was door de paniek op het veld naar beneden gerold en had zich dood gehouden. Hoe je je dan voelt is niet te beschrijven. Je krijgt weer een leven terug, je leeft, je leeft, het heerlijkste gevoel wat er bestaat en nooit, nooit ben ik het vergeten. Ook ben ik nooit onze nieuwe bevrijders vergeten als zij er niet geweest waren was ik er nu ook niet, wij hebben ons leven aan de Gurkha's te danken en zal dat nooit meer vergeten, Dinkie Dit verhaal wilde ik eerst niet vertellen was bang dat het te veel zou zijn, maar door mijn oudste dochter ben ik het toch gaan doen en er ook wel heel blij om. Dinkie.

De enge buurvrouw

In Nederlands-Indië, in Soerabaja, hadden wij zoals mijn moeder het noemde een doodenge buurvrouw. Ze had een soort vleermuizen(kalongs) in kooien op de veranda en wij mochten niet met haar omgaan. Niets is voor een kind zo spannend als een enge buurvrouw. Af en toe gluurden wij door de heg naar haar en maakten mijn broer en ik elkaar nog banger. Ze fascineerde ons, haar stem was luid en hard. Ze was groot en zag er in haar lange jurken en lange wilde haren, grijs-zwart, ook echt wel eng uit. Haar stem deed ons rillen. Op een dag hadden wij er genoeg van en toen iedereen in de middag lag te slapen slopen wij naar de heg en met wat hout en stenen konden wij er helemaal over heen hangen en haar veranda goed zien. Daar stonden de grote kooien met hangende vleermuizen, heel veel kooien. Ineens stond ze naast ons, ik bleef er bijna in, maar tot onze verbazing vroeg ze of wij in de tuin wilden komen met een barse stem, eigenlijk niet, maar wij deden het wel. Bibberend bleven we onder aan de veranda staan, zij begon een lang verhaal over kalongs, maar het enige waar wij aan dachten was, hoe kom ik hier weg en zo vlug als we konden renden wij terug naar huis. Twee jaar later, wij zaten geïnterneerd in kamp Solo, waar het voor mijn moeder als astma-patiënt veel te heet was. Ze lag meer in dan uit het kampziekenhuis. Via zeer slinkse omwegen kregen de nonnen het voor elkaar dat zij met ons en mijn grootmoeder op transport werd gezet naar kamp Moentilan in de bergen. Daar zaten heel veel marinevrouwen, die erg met elkaar optrokken. Wij gingen per trein in dichtgeplakte goederenwagons, zonder eten en licht, het duurde wel drie dagen vol kommer en kwel en het laatste stuk moesten wij lopen de bergen in, urenlang, het was heel zwaar, vooral voor mijn grootmoeder, die toen in de vijftig was. De gedachte om het op te geven kwam vaak in je op, maar de consequenties waren dermate, dat je het wel uit je hoofd liet. Eindelijk, daar was het kamp, hele groepen vrouwen stonden ons op te wachten om ons te helpen met water en wat eten. Wat schetste onze verbazing toen wij onze namen hoorde noemen, heel hard en heel duidelijk, wie sloot ons in haar grote armen alsof wij haar kinderen waren, de doodenge buurvrouw. Zij had een geweldig eigen plaatsje in het kamp, een soort van eigen hutje met van alles. We werden er verwelkomd en alles wat ze had deelde zij met ons, er ook voor zorgend, dat wij gebaad en gewassen werden en ze vocht als een leeuwin voor onze plek in een van de loodsen en zorgde ervoor, dat mijn moeder een baantje in de keuken kreeg. En de doodenge buurvrouw bleek achteraf een hele lieve fee voor ons te zijn.

vrijdag 7 april 2017

De eerste baby

De eerste baby!!!!

Een en twintig jaar oud en verliefd op een zeeman, mooi wit pak, veel te besteden, veel samen uit en veel plezier en dat in 1955 zo vlak na alle verschrikkingen van het Jappenkamp, heerlijk wonend in Wassenaar, eindelijk de ellende vergetend raakte zij na een geweldig verlovingsfeest met haar zeeman toch zwanger, in die tijd een schande, een keer even een zwak momentje en het was gebeurd. De betrokken zeeman was alweer vertrokken, na veel ruggespraak van beide ouders werd besloten direct te trouwen, als hij weer terug was over drie maanden, mij werd niets gevraagd, dus zo gebeurde het en voor ik het wist na een geweldig trouwfeest en een moeilijke huwelijksreis door mijn ochtend misselijkheid, zat ik bij mijn ouders op mijn eigen kamer in huis, had mijn diploma in mijn zak als kleuterleidster en hoofdkleuterschool in een. Toen kwam de klap zwanger, wat was dat precies, niemand had mij dat ooit verteld, een kind groeide er in mijn buik, dat was het makkelijke deel , maar wat mij meer verontrustte was hoe komt dat kind er uit, grote vraagtekens voor een een twintig jarige, vooral toen het kind bleef groeien. 's-Nachts in de stilte van mijn een persoons-bedje lag  ik daar uren over te peinzen, het moest er uit, dat was een feit, maar hoe, kon mij gewoon niet voorstellen dat als het eruit ging via de door iedereen vertelde weg dat ooit mogelijk was, volgens mij moest je dan ongenadig uitscheuren, dat was iets wat mij bepaald geen rustige nachten gaf. Dan maar vragen, maar aan wie ik het ook vroeg, die zeiden gewoon zoals het er al eeuwen uitkomt, het zal wel pijn doen en daarmee kwamen de meest vreselijke verhalen los van 16 uur kermen en gillen van de pijn enz. van allerlei tantes en vriendinnen van mijn ouders, allemaal hadden ze zwaar geleden, uren, van dit alles werd ik heel erg somber en voelde mij meer een gevangene van mijn kind, dan een aanstaande moeder, gelukkige moeder, helaas was er toen nog geen Google of wat dan ook, als ik een boekje over geboorte haalde uit de bibliotheek werd er breed uit verteld hoe het kind in daalde en dan er uit werd geperst, maar nooit wat de moeder zou gaan ondervinden. Al met al werd ik steeds dikker en omvangrijker en voelde ik dat er een behoorlijk groot kind in mijn buik zat, die er hoe dan ook uit zou willen, de angst greep mij om de keel en mijn stemming was zeer somber, slapen werd zo wie zo al zwaarder door het kind, maar toch ook het wonder van iets dat bij je in de buik zit werd steeds duidelijker en ook daarvoor sloeg de angst om mijn hart, want zou ik er wel goed voor kunnen zorgen en hoe moest dat met wonen en waar moesten wij wonen, ik had het gevoel dat het net zich steeds meer om mij heen sloot en voelde mij zwaar depressief, voor die tijd nog geen bekend woord,  mijn arts vroeg ik regelmatig naar bepaalde dingen, maar die ontweek elk probleem wat ik opperde, waardoor ik nog wantrouwender werd. Dit alles deed mij geen goed, toen kwam de vader thuis en met hem weer wat vrolijkheid, auto gehuurd, want bij een schoonfamilie wonen was voor hem geen prettige optie en met veel vrienden weer afgesproken en het uitgaan en feesten ging gewoon weer door, wat ergens voor mij een hele goed afleiding was. Wij konden een paar weekjes in het huis van mijn schoonouders om op hun hond te passen, heel erg fijn even weg alleen samen in een huis, vele vrienden kwamen en gingen, een dolle boel was het, daardoor vergat ik het grote moment wat er met rasse schreden aan kwam. En ja hoor op een avond zei een vriend, Dinkie er gaat iets niet goed met jou, ik denk dat wij maar snel naar jouw ouders moeten gaan, want volgens mij gaat het gebeuren, Chris reed als een dolle stier door de straten richting Wassenaar en alles stond klaar voor het grote gebeuren, mijn moeder, nadat ik gedoucht en zwaar opgemaakt was, zei nog ter ondersteuning, maar niet heus, zet mij  niet voor schande door te gaan gillen, dat was de druppel, vol angst en beven helemaal verlamd van angst lag ik daar volkomen overgeleverd aan de dingen, waar ik totaal geen zeggenschap over had, paniek trok door mijn lijf, pure paniek en verstijfd lag ik daar. Toen begonnen de weeën in mijn rug, ik dacht als allereerst, dat houd ik geen zestien uur vol en daarna dacht ik niet meer en probeerde zo goed en zo kwaad mogelijk alle ellende te doorstaan. Ik dacht, ik houd het niet meer uit ik moet wat zeggen of roepen van de pijn, maar deed het niet uit angst voor mijn moeder, die nog eens zei van stel je niet aan hoor!!! Eindelijk na twee uur ontzettende pijn in de rug persweeën, dat was helemaal nieuw en minder pijnlijk, toen werd er gezegd persen, stoppen, persen, stoppen, als in een wedstrijd, maar op een gegeven moment had ik zoiets van val allemaal maar dood, er uit gaat hij nu en ineens een behoorlijk gekrijs en daar was mijn eerste kind, een zoon, wat een enorme opluchting, hij was er uit, na twee uur, geweldig, ik was intens trots op mijn lichaam, wat mij niet in de steek had gelaten, daar lag hij mijn eerste zoon, wat een geweldig groot wonder en vergeten was alle ellende en ik nam mij voor om een ieder die wilde weten hoe zo iets ging uitgebreid alles te vertellen, de naweeën, daar mocht ik een aspirine voor nemen en van af dat moment was mijn leven bevrijd van de angst, de onzekerheid en was ik ook nog moeder van een heel klein schattig ventje geworden, moeder van dat lieve manneke dat daar nu zo lag te krijsen en de tranen liepen mij over de wangen zo blij en ook zo enorm was het gelukkige gevoel van mijn eigen zoon. Ik heb hem helemaal goed bekeken en heel erg geknuffeld en dacht dit is onze zoon wat een wonder.!!. Dit was mijn ervaring uit die tijd met zwanger zijn, Dinkie.