donderdag 21 februari 2019

Voor het eerst leven in een Barak

Het prachtige Indonesie, 1941, ons prachtige huis met 2 baboe's, een djongos, (huisknecht), tuinman. Een prachtig paviljoen voor gasten. Altijd waren er gasten en iedere Zaterdag gingen mijn ouders prachtig aangekleed naar de Simpangclub. Dan sliep de baboe op een matje naast mijn bed. Veel tochten naar de bergen, waar wij regelmatig een huis huurden met zwembad. Daar genoten wij van de prachtige natuur, paardrijden, zwemmen en heerlijk eten. Mijn grootmoeder ging dan ook vaak mee en de rest van de familie kwam ook, dat waren geweldige extravagante tijden. Ineens oorlog, alles afgelopen, angst, met bagage op de rug en klein koffertje door Java trekkend, in afgesloten goederenwagons rijdend door de hitte met veel vrouwen en kinderen, kilometers lopen zonder water of eten. Tot wij weer eens bij een klooster kwamen, waar wij liefdevol onthaald werden op eten en drinken en met zijn allen op matrassen op de grond sliepen in gangen en kamers. Niet wetend waar de reis naar toe ging en of er nog een eind aan kwam. Zo kwamen wij toen dood versleten in Solo aan in een heel groot leeg gekkengesticht. In die tijd waren die heel anders dan nu, het waren heloorden, vol met grote hekken en veel grote badkamers, donkere gangen, koud en eng. Daar werden wij verwezen naar een kapel met matrassen op de grond voor ons. De shock over dit alles was enorm. Vol verbazing en doodmoe keken we om ons heen naar al die vrouwen en kinderen, naar al dat laawaai en gekreun, gehuil en gepraat. Dan uren in de rij voor eten, wassen en toiletten. Geen eigen kamer, geen eigen huis, volkomen verbijsterd, een halfzieke moeder en een grootmoeder, die ook ten einde raad was. Mijn broer en ik werden met zware diarree naar het ziekenhuisgedeelte van het gesticht gebracht. Maar na drie dagen vond ik dat mijn broer, ziek van heimwee naar mijn moeder, slechter in plaats van beter werd. De koorts steeg per dag. Ik sleurde hem s'nachts uit bed. Met mijn hand op zijn mond slopen wij met onze hoofdkussens terug naar de kapel. Daar werd hij beter. Het bericht kwam, dat het nieuwe gedeelte van dit grote kamp geopend werd en dat wij naar de nieuwe barakken zouden gaan. Wat was dat, een barak.? Op een dag werd er een stuk muur afgebroken en zagen wij een groot kamp met grote loodsen(de barakken), heel veel loodsen met flinke ruimten ertussen. Iedere barak bestond uit twee rijen bedden in het midden de rij met bagage. Verder een douche en twee wc's. In een barak lagen zo plus minus 80 vrouwen en kinderen. Daar zat je dan op je brits en keek je om je heen dit was nu je thuis, deze 45 centimeter en overal vrouwen en kinderen. Uren heb ik rond zitten kijken, vol verbazing. De eerste dagen was ik zo verbouwereerd, dat ik van alle opwinding niet kon slapen. Je zag alles van anderen, niets bleef geheim. Moeders die sloegen, kinderen die vervelend en verwend waren. Van alles was er te zien en te beleven, overal voor in de rij staan, op tijd naar de wc, want er was altijd een rij. Maar ergens ook heel spannend al die dingen, die om je heen gebeurden. Buiten spelen was ook beperkt, overal liepen vrouwen met wasgoed en afwasspullen, kleren om te drogen hingen overal, enz.. 'sNachts hoesten, kreunen, mensen die praten, weer andere die boos werden, zo zelfs, dat er s'nachts bijbels over en weer gesmeten werden, weer anderen probeerden te sussen en regels op te stellen. Het heeft weken geduurd voor dat het langzaam wat kalmer en rustiger werd. Ook doordat iedereen versufd raakte door gebrek aan voedsel en slaap. Vrouwen en kinderen werden ziek en langzaam drong de ellende tot iedereen door: "je kon hier doodgaan". We hadden maar een vrouwelijke arts, dr. Engels. Medicijnen waren er ook haast niet. Langzaam aan werd het stiller en rustiger. Zo werd het na enkele maanden zelfs gezellig.Vrouwen gingen kookboeken maken, weer anderen leerden kinderen borduren. In dat kamp heb ik wat afgeborduurd, zakdoekjes maken, kleertjes voor de enige pop die ik had. Iedereen werd vindingrijk en zo werd het leven een stuk prettiger. Maar de eerste weken van dat bizarre barakleven zal ik nooit meer vergeten. Dinkie

Terwijl zij op de fiets zat, gestopt bij een kruispunt, besefte zij dat ze nu pas aan het begin van de grote oversteek naar Wassenaar was, zij keek naar haar blote benen, eigenlijk te koud gekleed, ze zag de blauwe adertjes lopen en ergerde zich aan de lange haren op haar been, met een zucht begon zij al kauwende op een stuk droge ontbijtkoek aan de lange tocht naar huis. Zij dacht aan het gesprek met juffrouw Ter Beek, hoofd van haar kweekschool in Leiden. God, wat had dat mens een hekel aan haar. Als recht geaarde rode socialist, zag zij in de opgemaakte veel spijbelende jongedame uit Wassenaar een slecht voorbeeld en was dit wicht een doorn in haar rode socialistische oog. Te vrij, te veel spijbelen, toch achten en tienen halend. Het zag er dus beslist droevig uit, zoals Jokko haar vriendin beaamde. "Ja, Dinkie, je zult een PR repertoire moeten gaan bedenken, maar hoe en wanneer?" Alle dagen dat zij moest nablijven en gangen dweilen voor straf voor het vele spijbelen, hadden niet geholpen, nog de fantastische goede cijfers die zij haalde, ook voor alles wat zij thuis nog maakte. Zo fietsend was zij al bijna thuis, doch het probleem bleef onopgelost. Enkele weken later viel er een brief in de bus, dat er door de laatste klas van de kweekschool een fietstocht naar Voorne- -Putten en een verblijf voor een week aldaar was gepland. Er zouden excursies naar de duinen worden gehouden om planten en dieren te bestuderen en zo waren er nog veel meer van die natuurprogramma's. Jokko liep op school breed te grijnzen." Zo Dinkie, hier kun jij nu echt je PR gaan doen en proberen diepe indruk te maken, dat wordt hard ploeteren in weer en wind en koude door de duinen om de natuur te leren kennen in al haar facetten". Dinkie gruwde, als er iets was waar zij een hekel aan had dan was het wel, kou , wind en zand, dat was voor deze inderdaad modieuze opgemaakte charmante Wassenaarse een gruwel. De dag van vertrek kwam, oke, een hele dag fietsen tot daar aan toe, de paden op de lanen in en al zingende vertrokken ze, de leidster voorop, die in stilte hoopte dat dat nuffige kind uit Wassenaar zou bezwijken, doch dat kind had wel een concentratiekamp overleefd en voor hetere vuren gestaan, ook al had ze de behoefte er aan totaal verloren, daarom wist ze wel wat ploeteren was en overleven. Meezingend uit volle borst zetten Jokko en zij, beiden kampkinderen, de sokken er in en kwamen gelijk met de rest nog fit uitziend bij een grote houten loods aan in een prachtig duin gebied. In het midden een vierkante ruimte als hal en een voordeur, er naast een vierkante keuken met een groot raam, aanrecht, gasfornuis en ijskast en een klein tafeltje in het midden met twee houten stoelen, dan een deur naar de grote zaal met houten vloeren en in het midden een hele grote kolenkachel met pijp naar boven door het dak, waar je heel veel kolen in kon doen, in deze grote zaal tegenover de keuken, overal grote ramen en ook een paar openslaande glazen deuren zo de tuin in. Verder stonden er twee paar hele grote eettafels met allemaal stoelen er om heen en een kleine zithoek met een paar banken. Zowel rechts als links van deze grote ruimte waren twee slaapzalen, links was verdeeld in vier kamers, voor de juffrouwen en rechts was verdeeld in drie grote kamers voor ons met bedden en stapelbedden.Toen kwam bij mij het grote plan, keilde mijn tas op een bed en vloog naar de keuken, ging thee zetten en de grote kachel aanmaken, alles lag er klaar voor, toen die heerlijk brandde kolen er op en direct de thee en kopjes klaar zetten, toen iedereen terug in de zaal  was stond iedereen verbaasd, Dinkie wat heerlijk. Toen werden de taken verdeeld, ik nam de gehele keuken onder mijn hoede, plus kachel, plus schoonmaken van de zaal en de slaapkamers, wc's en douches. De leidster, zeer verbaasd, dacht dat red ze nooit, lachen, had vroeger vaak genoeg in het Jappen kamp meer gedaan dan dat. Maar het fijnste moest nog komen. Die eerste avond was erg zwaar, iedereen bemoeide zich er mee, Jokko zei:" jij liever dan ik" maar ik wist dat houden ze niet vol. Eindelijk  bedtijd,  de boodschappen voor de volgende dag zouden gebracht worden, dus ik kon helaas niet meegaan de eerste dagtocht in de duinen. "Bofferd," fluisterde Jokko in mijn oor. Ik zei er komen nog dagen genoeg hoor dat ik met jullie mee kan gaan, (dus niet gelukkig). Alles lag op bed doodmoe van de fietstocht, laat op de avond bij de leraressen aangeklopt en gevraagd wie er warme chocolade wilde en wie er  een kopje thee wilde, iedereen was stom verbaasd, maar ze zeiden geen nee en zo bleef ik rondscharrelen tot 12 uur, ontbijttafels klaar maken, alles klaar zetten voor 's-ochtends. ( wat niemand wist, behalve Jokko, dat ik nooit vroeg kon slapen, een familie kwaal). De volgende dag vertrok alles met brood mee en thermoskannen thee, het weer was guur en heel erg koud. Toen alles weg was heb ik de hele keuken schoongemaakt, aardappelen geschild en de kachel heerlijk opgestookt, bloemetjes geplukt en op de eettafels gezet, de wc's waren zo klaar, ook de douches en alles was warm en gezellig en ik om drie uur na dat de boodschappen binnen waren heerlijk met mijn thee en brood boven op de kachel zitten lezen, om vier uur ging ik dan thee zetten en kwamen ze vermoeid en koud weer terug, het beviel zo goed dat ze het zo lieten, niemand dacht er meer aan, alles liep op rolletjes. En zo heb ik de hele week in de warme loods doorgebracht  met het verzorgen van drie juffrouwen en 23 meisjes, geen duin gezien, had er genoeg in Wassenaar. Vaak als ze terug kwamen was er warme soep en heerlijke thee met kleine sandwiches. Ik moet zeggen heb hard gewerkt, maar vond het heerlijk, de stilte, alleen in die grote warme  loods met de wilde bloemen op de tafels en de warmte van de kachel en het uitzicht op de duinen in de verre verte.  Ook ik was happy en kon voor ieder tot diep in de nacht klaarstaan om dan middags als ze weg waren,  dat gebeurde ieder dag, even heerlijk te genieten. Voor mij geen Indische Duinen, maar een warme kachel, het was toch al heel erg wennen aan het klimaat voor een tropen kind. Op weg naar huis fietsend kwam juffrouw ter Beek naast mij fietsen en werd ik overstelpt met complimenten en zo kreeg ook ik de rode socialistische pet op ondanks Wassenaar en was ik een hele lieve sociaal voelende jonge vrouw. Jokko, kwam naast mij fietsen en zei:"je hebt er nog van genoten ook kleine slimme vriendin van me, zij was namelijk erg lang, Dinkie.

woensdag 2 januari 2019

Het grote ziekenhuis en ik.

Wij woonden  heerlijk in Voorschoten in een vooroorlogs huis, ruim, geweldig, heerlijk, maar niet met de nu zo begeerde moderne keuken, nee, gewoon een heel groot aanrecht met granieten bak van zwart witte blokjes, allemaal erg ruim berekend op een grote familie, maar heerlijk, je kon er alles in wassen, de hond, de kat, enz., alles was degelijk met ruime kamer en suite, heerlijk.Toen, op een rustige dag na een gezellig borrelhapje en pinda's, ik ineens lag te kronkelen van de pijn, zelfs op de grond, huisarts kwam en direct pijnstillers en foto laten maken. Uit deze hele toestand bleek dat ik een galblaas had vol stenen, iets wat veel mensen hebben. Operatie, zei de arts, nee, zei deze dame nu nog, maar even niet, waar laat je vier kinderen ineens en een kleine van drie jaar, wonend aan een drukke snelweg, die daar al een keer spontaan naar toe gelopen was, daar het hekje wat dicht kon altijd openstond. Bij een volgende poging van dit lieve driejarige manneke het hek uit te lopen liep ook onze kat mee te rennen, die dus voor zijn kleine driejarige oogjes werd dood gereden, wat een dusdanig effect op hem heeft gehad, dat hij nooit meer van de stoep af ging. Wat ik niet had kunnen  bereiken, had onze lieve poes wel bereikt, helaas. Dertig jaar later, na een vrij tumultueus leven, zich strikt houdend aan een gal dieet, werd het te gek. Ineens zo'n vreselijke aanval dat er weer naar een ziekenhuis gegaan werd, dit keer in Goes, met natuurlijk dezelfde constatering: galblaas, nog voller met stenen die eruit moesten, dus afspraak werd gemaakt, opereren, de chirurg uitgekozen, naar veel heen en weer gebel, prima chirurg maar ietwat ruw, afspraak was gemaakt, nog een week wachten, inmiddels zo'n pijn, dat ik niet meer kon eten, dus alleen maar fruit gegeten. Kilo's lichter werd ik gebracht op de dag van de operatie en voor ik het wist gehaald en daar ging ze dan, blik op oneindig en liggen, doen wat er gezegd werd en weg was ze. Ineens kwam ik zwevend boven mijn lichaam terecht en zonder een blik op mijn body zweefde ik weg en kwam zowaar mijn moeder mij halen en heb ik meer gehuild dan wat anders. Toen deed ze een deur open en zei: dit is wat je zo graag wilde en daar zaten ze allemaal aan een hele lange tafel, al mijn lieve tantes, ooms, opa's en oma's. Het huilen werd eerder erger, ze groetten mij allemaal en al jankend heb ik ze allemaal omarmd, God wat was ik gelukkig toen ineens mijn moeder zei: kom kind, je moet terug, met stomheid geslagen was ik, terug, hoezo, ja zei mijn moeder, je bent nog niet klaar, ik wil niet zei ik resoluut, lieverd je moet terug en al pratend verdween alles en kwam ik weer in een nevelig gebied terecht. Hoe ik ook smeekte en hoe ik ook vroeg, maar waarom dan, ik was nog niet klaar zei ze en op het moment dat ik mij omdraaide zag ik ineens mijn lichaam liggen op een bed en de anesthesist op mijn wang slaan, vrij hard, erg hard, ik dacht: is hij nu gek geworden en op dat moment was alles weg en kwam ik uren later na een 5 uur durende operatie bij, erg ziek en vol pijn in mijn bed op het zaaltje met vier personen en Arlette en Willem bezorgd buigend over mij heen.  Ik moest even overgeven  en was doodziek, overal slangen, wondafvoerslang, galafvoerslang, infuus en zo'n slang in mijn neus en zuurstof, enfin, het was een droef gezicht, niets kleine ingreep laparoscopie met drie gaatje, nee, een snee van 35 hechtingen van links naar rechts, mijn hemel, wat is er gebeurd. Wat bleek, na de drie kleine gaatjes waar ze in doken kwamen ze tot de ontdekking dat de galblaas geknapt was en de stenen overal zaten, behalve in de galblaas, dus een major operatie met het gezegde op het nippertje gered, een paar uur later en ik was er geweest, dus zat kennelijk al boven. Mijn lieve man en Arlette waren heel erg onder de indruk en erg bezorgd en ik erg ziek. Het verblijf aldaar bleek een oord van hel te zijn. Voorbeeld, eerste ochtend na de operatie, bakje water op nachtkastje naast mijn bed, alles er bij en zo ging de zuster van de een naar de andere, die stukken ouder waren, ik was toen 60 jaar, dus ik begin mij zelf te wassen, van boven dan, zuster springt als door een adder gebeten op, roept of ik helemaal gek ben geworden of ik geen geduld heb, enfin, bleef doodstil zitten. Volgende ochtend, bakje stond er weer, ik doe dus verstandig geworden helemaal niets, roept ineens die zuster, een ander dus, nou mevrouw u kunt toch ook wel eens wat doen zelf, u bent nog jong. Ik heb geprobeerd uit te leggen, maar daar had ze geen oren naar en zo ging dat met van alles, dag in dag uit, zo erg, dat ik op een gegeven moment om tien uur niet meer mocht bellen, geen tv kijken en moest rekening houden met de andere dames daar, waarvan er een de hele nacht lag psalmen op te zeggen en de ander de hele nacht de zusters liet op draven. Na 9 dagen, toen alle drains er uit gingen om 12 uur, heb ik Willem gebeld en gezegd dat hij vroeg hier moest zijn en vol verwachting kwam hij binnen als eerste, de anderen waren er nog niet, hij ging zitten en ik had alles al opgeruimd om mij heen. Naast mij lag een schat van een vrouw, die er heel heel ernstig aan toe was en die ze allang hadden moeten weghalen hier uit deze kamer. Willem begon iets te begrijpen en zonder veel woorden was alles gepakt en alles klaar en lag er een zeer beschaafd briefje met bedankjes voor alle zorgen op mijn nachtkastje en gaf ik mijn lieve erg zieke buurvrouw een kus en fluisterde zij in mijn oor: ga je weg, ik knikte, goed zo fluisterde zij en zo liepen wij samen de kamer uit en heb ik het op een rennen gezet al lachend en gierend eruit en toen naar huis en naar de honden, heerlijk, vrij, heerlijk. Dat was dus op woensdag en op zaterdag moesten de hechtingen er uit, 35 stuks, dus ik belde keurig naar die afdeling en kreeg te horen dat ze dat niet meer deden, want ik was weggelopen, oke, dus wij zaterdags naar de dienstdoende arts, die dacht dat hij er een paar hechtingen uit moest halen, tot hij alles zag: mijn God wat is dat vroeg hij. Goed, hij vond het enig en heeft het keurig gedaan. Op maandag een spoed telefoontje, dat ik direct moest komen omdat de hechtingen er met spoed uit moesten, grappig, was al gebeurd zei ik. De chirurg  heeft er enorm smakelijk  om gelachen en alles was prima. Tien jaar later was ik weer bij een van de chirurgen van toen en ik vertelde dat ik niet meer geopereerd wilde worden in Goes, maar dat ik naar Assen ging voor mijn eerste knie en toen vertelde deze chirurg mij, dat de hoofdzuster kort erna was ontslagen vanwege haar dictatoriale gedrag. Een mens hoeft niet alles te pakken meer gelukkig. Afleren zal ik dit nooit, want het is inmiddels een tweede keer gebeurd !!Dinkie     

vrijdag 27 juli 2018

Vaderdag 2018, dan moet ik ook direct aan mijn eigen vader denken, Hendrik, Henk van der Sluis, in onze tijd was er nog geen echte Vaderdag, althans niet dat ik meer weet, wij woonden dankzij deze geweldige man in een prachtig huis in de Pieter Twentlaan no 1 in Wassenaar, alsof het de gewoonste zaak van de wereld was in een van de duurste buurten in Nederland, met het schitterende raadhuis en alle prachtige kasten van huizen om ons heen aan de Pauwvijver, mooier en idyllischer kon het al niet, genoten hebben wij daar als zwaar verwilderde kinderen, uit een concentratiekamp na 5 oorlogsjaren in Indië, kwamen wij daar te wonen dankzij mijn vader en zijn familie. Als Henk ergens verscheen was het gewoon een te sjieke geklede en verzorgde man met een vrij complete en a la Fred Astaire verschijning, slank, niet lang, alles in perfectie, een echte Haagse heer tot in de puntjes verzorgd. Vol bewondering heb ik naar zijn oude foto's van vroeger zitten kijken en mij voor zitten stellen hoe dat was en zou geweest zijn. Deze iet wat te perfecte geklede verschijning, was nu mijn gewone hardwerkende, diep onder zijn verantwoordelijkheden gebukt gaande vader, die hem ook door ons en zijn zwaar astmatische vrouw waren opgelegd en door zijn geweldige aard was daar voor ons allen  niets van te merken, ergo, hij was nooit een dag chagrijnig of geïrriteerd of boos, nooit zolang ik hem kende, ook nooit meegemaakt. Altijd opgewekt, zeer spraakzaam en bijzonder geïnteresseerd, niet beter wetend vond je dit als kind heel gewoon en normaal, je dacht gewoon zo zijn alle vaders. Niets was minder waar.!!! Henk werd geboren in Groede op 1 oktober 1909, bij zijn grootouders van moeders kant, een hele deftige notaris familie Hammacher, waar zes kinderen waren en waar mijn grootmoeder er een van was, Hermien Hammacher, was inmiddels getrouwd met een joodse man Wolfgang van der Sluis, van wie dit dus de tweede zoon werd. Wolfgang was er niet bij, die was achtergebleven in Indië, waar hij als hoofd van een middelbare school ook Nederlands gaf. Later ging Henk als kleine baby met zijn moeder weer mee naar Indië om daar als klein koloniaaltje opgevoed te worden met erg veel personeel.Vele andere Hammachers zaten er ook en ook de familie van Henk's latere aanstaande vrouw  Gwen, mijn moeder dus, woonden daar in Indië. Toen Henk 13 jaar was ging deze kleine familie terug naar Holland, voorgoed, tropenjaren telden toen nog dubbel, want Wolfgang kwam al met pensioen en Henk bracht zijn puberjaren door in duur den Haag, met nog duurdere vrienden en ook de joodse grootouders van Henk waren zeer gefortuneerd en zo groeide kleine Henk op in de betere kringen van den Haag als een echte Haagse Dandy. Op school werd het een fiasco, te veel afleiding en te ongedurige Henk wilde verdienen, er bleek zowaar een echte handelaar in hem te schuilen, zwaar tegen de zin in van zijn ouders, maar Henk was een zeer eigen gereid, in de goede zin van het woord, mensje om naar wie dan ook te luisteren, tot over zijn oren verliefd op de kleine beidehante Gwendolyn, die alles keurig had afgelopen, alle scholen en diploma's gehaald had, Engels, Duits en Frans vloeiend sprak en las, waar Henk dan ook diepe bewondering voor had. Helaas was toen de crisis uitgebroken, 1933 en konden geen van beiden een baan vinden, maar Henk wilde trouwen, verloofd waren ze al. Dus werd er uiteindelijk besloten dan maar naar Indië te gaan, bekend terrein voor Henk, maar spannend en nieuw voor Gwen, enfin onder chaperonne van Henks ouders gingen ze naar Indië, daar aan gekomen hadden beiden snel een baan en kon er dus getrouwd worden, zo gezegd en zo gedaan. Henk's ouders tevreden terug naar Holland  en het jonge echtpaar helemaal gelukkig achterlatend. Na vijf jaar hard werken en vele feesten en iedere vrijdag en zaterdagavond in de Simpang club dansen, eten enz., tochten naar Bali en alle andere eilanden met een grote schare nieuwe vrienden, besloten ze na vijf heerlijke jaren nu maar eens een kind te nemen, voor Gwen hoefde dat nog niet, want zij genoot van haar werk, meer dan wat dan ook, ze was belangrijk en als enige vrouw tussen allemaal mannen voelde zij zich zeer gelukkig. Mijn vader dus minder, het eerste kind was dus een meisje, Marjolein, een hele mooie naam vonden beide ouders en nog geen 15 maanden later nog een zoon, mijn vader was dolgelukkig, mijn moeder minder, want een huisvrouw was het beslist niet, nu was dat in de tropen van toen geen probleem, daar had je personeel voor, tenslotte moesten die ook verdienen, zo werden beide kinderen door het personeel opgevoed, helemaal op een zeer Indische en prima wijze. Ik bofte, had een schat van een baboe, die op een matje naast mijn bed sliep, alle avonden dat mijn ouders weg waren, dus vaak. Ineens kreeg mijn moeder naar een hele ernstige bronchitis, astma in hele ernstige mate, heel veel nachten liep ze gewoon van pure ellende van de benauwdheid haar bed uit naar buiten en stikte ze bijna, veel medicijnen waren er niet voor. Zij kreeg, je gelooft het niet, astma sigaretten, ja dat klinkt bizar, maar ik kan ze nog ruiken soms, ze hadden een hele speciale lucht en ze hielpen enigszins. Gelukkig was een van de Hammachers arts en hoofd van het Darmo Ziekenhuis, een volle neef van mijn vader. Af en toe kon mijn moeder dan een weekje verblijven in een van de paar kamers in het ziekenhuis, een katholiek ziekenhuis waar al een airco stond iets geheel nieuws voor die tijd en daar kwam ze dan helemaal bij, mijn vader zat meer in het ziekenhuis dan thuis, kleine broertje ging met moeder mee en Marjolein bleef achter bij het personeel en had het meest vrijgevochten leven wat een mens zich maar kan wensen, gewoon een kampong opvoeding, heerlijk met de handen eten van een pisang blad en dooie visjes met wat rijst en van alles wat het personeel ook at, geen dure jurkjes aan, geen dure schoentjes aan, geen prachtige popachtige dame met grote strik op het hoofd, nee in haar onderbroekje verder bloot rondscharrelend achter de baboe aan en soms als ze moe werd in de slendang, (zo'n doek die ze om hun heup hebben waar ze ook hun eigen kinderen in ronddragen), heerlijk knus tegen de baboe aan in slaap vallen, geen vaste tijden, geen programma's, niets, gewoon wild west. Geen zondag school, geen ballet les, geen paardrijden, niets. Op een gegeven moment werd het duidelijk dat dit niet goed was voor een net koloniaal meisje, dus werden er andere oplossingen gezocht en gevonden, in de hete tijd verhuisden wij met zijn allen naar de bergen, voor dat dat gebeurde kwam ook mijn Schotse grootmoeder uit Holland daar aan, enfin die ging dus mee de bergen in, wat vond ik dat geweldig en wat was zij lief en heel anders dan mijn moeder, zacht, netjes, lief en nooit een onvertogen woord. De huizen in de bergen, diversen soorten groot groter enz., zijn de mooiste herinneringen van mijn leven, geweldige huizen met altijd een zwembad, zo hebben wij ons zelf leren zwemmen, mijn vader kwam dan alleen de weekenden en wij waren daar met alleen personeel voor mijn moeder en grootmoeder, dus wij waren vrij en in de bergen, mooier kun je het niet krijgen in je leven, een waar paradijs voor ons beiden, geweldige tochten ook wel met mijn ouders en grootmoeder en veel te paard de bergen in, heerlijk tijden. Ineens, oorlog, de verhalen over dat gebeuren zijn hier apart verteld. Maar onze vader werd weg gehaald en pas jaren later zagen wij deze lieve zorgzame man weer terug, 5 jaar, hij had zich in leven weten te houden door schoenen te poetsen van iedereen, die ze nog had en te repareren zo goed en zo kwaad, hoe hij daar bij kwam was ons een raadsel. Na nog een keer gevangen genomen te zijn, na de oorlog door de nationalisten,  waar hij nooit iets over verteld heeft, nooit, werd er door het Rode Kruis aan mijn moeder verteld dat hij vermist was, in alle waarschijnlijkheid dood, dus mijn moeder was weduwe met twee kinderen, broodmager en erg arm en mijn grootmoeder ook. En dat in een volkomen bijna niet te controleren levensgevaarlijk Indië, er moest zo snel mogelijk weggegaan worden, de kinderen moesten naar scholen voor het eerst, tanden waren weggerot, dus naar tandartsen, haast was geboden. Henk was er niet meer, gauw via het Rode Kruis weer op een schip geplaatst. En zo kwamen wij in Holland, hun vaderland, niet het mijne. Na enkele maanden in Holland kwam het bericht dat mijn vader was gevonden en gered, nooit is iets zo belangrijk en zo op tijd gekomen als dat bericht, de redding van mijn broer en mij, dit keer echt de meest cruciale redding uit ons leven.Vanaf dat, dat kleine verbrande en bruine mannetje uit de Volkswagenbus stapte, na 5 maanden ziekenhuis en ik dag opa tegen hem zei, is ons leven een wonder geworden, een echt wonder, dat een klein mensje zoveel kan betekenen in een leven van twee kinderen is gewoon heel bijzonder en zullen zowel mijn broer, die nu helaas dement is, als ik nooit meer vergeten. Wij gleden letterlijk in een heel fijn en goed leven met een vader, die eerst met een solex op pad ging, ook al vroor het 10 graden, altijd nog netjes gekleed en een hoed op met daaroverheen een dikke wollen sjaal, ik zal het nooit vergeten, als hij dan vlak bij een van zijn cliënten was stopte hij en deed de sjaal eerst af en zijn nette handschoenen aan alvorens aan te bellen. Zo ging hij dan iedere dag op pad in weer en wind van uit zijn toen nog huurhuis in Wassenaar om geld te verdienen. Doordat zijn handelscapaciteiten zo goed waren, zijn wij helemaal boven jan gekomen en hebben alles gehad wat kinderen maar horen te krijgen in een goed land. Wij hebben beiden een geweldige tijd in Holland gekregen, de beste tijd, die een kind maar zou kunnen wensen en een vader die nooit, nooit boos was en nooit lelijk deed, altijd discussieerde met ons, ik heb hem nog nooit kwaad of boos gezien, een hele bijzondere man en dat was hij, ons nog met een erfenis achterlatend en met de mooiste herinneringen aan een hele fijne jeugd en studiejaren. Ook als opa een super geweldige gulle opa, daarom is voor mij Vaderdag een van de meest speciale dagen, waarop ik met intense dankbaarheid aan deze geweldige plichtsgetrouwe man  terugdenk, waar wij veel aan te danken hebben. Dat een mens, die als Dandy begon zoveel kan betekenen is geweldig.  Henk, mijn fijne geweldige vader en grootvader eindigde zonder een diploma, maar drie jaar HBS, was een hele wonderlijke, maar fijne selfmade man en hoe.!!!              

zondag 27 mei 2018

In de tropen even.

Op een hele warme zwoele avond in Nongodjajar hoog in de bergen vlak voor de oorlog met alle geurende bloemen om ons heen en alle vredige mooie bergen en ravijnen met nog echt wild als panters, apen en andere kleine wilde dieren, waar ik niet aan wilde denken, bv slangen, was er panisch bang voor, vooral als wij daar met onze blote benen door het alang alang gras liepen, met de geweldige geluiden, die alleen een oerwoud kan maken, sloeg de angst mij om het hart als ik geritsel hoorde, niet wetend wat dat was. Maar het waren onze mooiste momenten en spannendste  momenten als wij, Eep, Wil, ik en mijn broertje Ton, op avonturen uitgingen, in dit immense groene paradijs met al die fantastische geluiden, heerlijk en onvoorstelbaar spannend, de klamme hitte en het ruisen van watervallen en beekjes, die in eens verschenen was niet te overtreffen. Toen op een dag er overal werd gewaarschuwd, denk er om, er heerst weer hondsdolheid hier in het dorp, twee honden waren er mee besmet en te gevaarlijk om te behandelen, dus werden ze meestal dood geschoten alvorens iemand een beet had, want de maatregelen voor een volwassen mens waren afschuwelijk, met afschuwelijke injecties, die gillende pijn veroorzaakten in de onderbuik. Rillend door alle verhalen van het personeel en alle waarschuwingen was het goed tot ons doorgedrongen dat dat iets was wat je tegen elke prijs moest vermijden.Toen Eep de volgende ochtend zei dat er een dolle hond in het ravijn was hier vlakbij, hij zit vast aan een grote ijzeren ketting en er wordt eten naar hem toe gegooid, we genoten, spannend en hij kan niet los zei Eep, hij zit vlakbij een kleine waterval zodat hij water heeft, steeds spannender werd het verhaal, zullen we, vroeg Eep. Wij keken elkaar aan en knikten alle drie. Zonder mijn moeder te informeren gingen wij met rugzakjes en eten en een klein beetje geld voor een warong op pad en zeiden dat we gingen picknicken in het bos. Daar Eep 15 jaar was, was er geen bezwaar, Wil was 10 en ik 8 jaar en mijn broer 6 jaar. Eep had gehoord van de baboes waar hij ongeveer zat in welk ravijn, het was er woest en wild, overal ravijnen en plateaus heel spannend en zo trokken wij het donkere ravijn in en werd alles om ons heen wat duister door het groene bladerdak en de geluiden, die wij inmiddels  zo goed kenden, heerlijk koel was het er ook, we liepen en liepen tot wij moe waren en op een kleine open plek bij een heel klein beekje gingen wij even uitrusten, de beentjes van mijn broertje waren nog niet groot en sterk. We zaten er heel gezellig en genoten van al dat lekkers, dat de baboe in de rugzak had gedaan, meestal was alles al op voor dat we nog geen uur op weg waren, zo heerlijk was het, ook wat drinken bij ons, iets wat niet mocht, koffie toebroek in de thermoskan, dus kregen wij het stiekem toch. Eep pakte zijn verrekijker en keek in de diepte, ik denk dat wij niet dieper moeten gaan, maar nu naar het volgende plateau moeten, oke, zo gezegd, zo gedaan, langzaam gingen wij weer naar boven steeds verder weg van waar we gekomen waren, de weg bleef stijgen en dan ineens waren we weer bij een open gedeelte met minder bomen, ineens luid geblaf, wel in de verte, maar duidelijk hoorbaar, stokstijf bleven wij staan, daar is hij fluisterde mijn broer, ja knikte Eep, alsof hij ons kon horen, want door het geblaf heen hoorden wij ook het zware geluid van een waterval, voorzichtig liepen wij door toen ineens het bos zich opende en wij op een weinig bebost gedeelte van dit ravijn kwamen, een prachtige grote open plek met gras en bloemen. Aan een kant kwam er een hele steile rots naar boven en daar vanaf viel het water kolkend naar beneden, erg veel water en helemaal boven op die rots, het plateau en op dat plateau een houten huisje en voor dat huisje vlak bij het waterrad zat een hele grote hond aan een hele lange ketting vast vreselijk te blaffen, helemaal gek werd hij toen hij ons zag, daar stonden wij stokstijf en angstig naar dat woeste beest te kijken, Eep deed zijn armen omhoog en hij werd toen helemaal gek van woede, rekte en sprong aan de ketting heen en weer, ik werd bang en zei niet doen Eep, maar die vond het spannend, erg spannend, wij woedend, hou op, oke zei hij, er is niets aan, gewoon een dolle hond en wij gingen nog wat dichter naar de waterval toe, want de druppels gaven een heerlijke mist van regen dun en verkoelend en wij genoten ervan, maar dat beviel de hond helemaal niet en hij werd uitzinnig van woede, zijn tanden kon je zien, geen prettig gezicht, kom zei Eep, wij hebben hem gezien, we gaan weer terug, we keken nog even naar de hond en gilden alle drie tegelijk, hij is los, hij is weg, o gilde Eep, hij komt er aan, mijn broertje begon te huilen, ik werd echt bang, straks bijt hij ons en gaan wij allemaal dood, vlug gilde Eep, weg wezen, rennen, nu, dat was leuk gezegd, maar mijn broertje had kleine beentjes, dus Eep pakte hem op en daar gingen wij zo snel als we konden weg van deze plek en ineens hoorden wij zijn geblaf weer, dat toch wel wat dichterbij kwam, hijgend renden we door, ik gilde hij komt dichterbij, wij konden niet meer. Eep stond ineens stil, dit redden we niet meer zei hij, laten we ons bewapenen met stokken, maar ook dat had hij in de gaten, was geen goed idee, dus bleven wij doodstil staan, mijn hart bonkte zo hard en Ton snikte, Eep zette hem neer en zei ga achter mij staan, vond dat erg lief en ja hoor het geritsel werd luider en ineens als een wervelwind stoof hij op ons af, ik deed helemaal verstijfd mijn ogen dicht, dacht nu word ik gebeten, ineens gejank, ik deed ze weer open en zakte zo door mijn knieën op de grond, daar zat Eep op zijn hurken en een dolblije hond jankte en sprong kwispelend tegen hem op, de wereld stond even stil voor mij, verbijsterd keken wij elkaar aan, is dit dezelfde hond vroeg ik, Ja zei Eep, moet wel, de ketting was los en hij had nog een strakke band om zijn nek, de hond sprong als een dolle om ons heen en vol blijdschap knuffelden we hem en gaven hem wat restjes van ons eten. Ik wil hem houden zei Eep in eens, ja wat nu, vind mijn moeder nooit goed, jouw moeder is niet mijn moeder en het is het huis van mijn oma, ja dat was waar. Dus zo keerden wij terug naar huis doodmoe en heel gelukkig met onze dolle hond, die geen dolle hond was, met heel veel moeite werd uiteindelijk besloten hem te houden, diep gelukkig was Eep, het werd zijn hond, ze waren onafscheidelijk en Eep zorgde geweldig voor onze dolle hond en als we nu door het ravijn heen trokken hadden wij ook nog een hond bij ons en dat alleen al gaf ons een heerlijk veilig gevoel, want zodra er ergens een gevaarlijk dier was gaf de hond het direct aan.  Helaas nooit vermoedend, dat dit maar voor hele korte duur was, want nog geen paar maanden later moesten wij alles achterlaten en gingen het concentratie kamp in en werd Eep van ons gescheiden en zagen wij hem pas na 5 jaar weer terug, nu een man met hele nare ervaringen, die wel ging studeren in Delft, waar hij mij meenam naar ettelijke leuke en heerlijke studenten feesten tot hij de vrouw van zijn leven had gevonden, toen nam hij haar mee . Heerlijk Indië, bleef een hele mooie en fijne herinnering voor ons allemaal, de hond was terug gebracht naar zijn grootmoeder in de bergen,  waar wij hopen dat hij een ander thuis heeft gevonden . Dinkie.      

maandag 12 maart 2018

Wonen op een prachtig eiland te midden van water is een uitdaging op zich, water, boten, heerlijk, dus hoe ga je daar aan beginnen, zo dachten wij dus ook en omdat wij beslist geen vetpot hadden moest er flink worden gedacht. Willem, ik heb in Nieuwerkerk een bootje gezien, wisten wij veel,  dus niets en zo was er een eerste bootje gekocht van een paar honderd gulden, wij dolblij, maar primitiever kon het niet, een ijzeren boot in brak water, enfin, boot lag er in op een hele vreemde wilde plaats, Bommenede, alles ruw en primitief, een gewezen werkhaven van Rijkswaterstaat voor de watersnoodramp van 1953, grof en diep met steigers van ruwe planken, daar lag ze dan ons eerste bootje, trots wij met emmer voor de blaas en etenswaar er in en varen met de buitenboordmotor een Evinrude, alles ging, maar toen !!!!!!Wij kwamen uit de luwte van de werkhaven en pal in een vreselijke wind, de paniek sloeg toe, bootje vloog alle kanten op en wij ook. De schroef kwam boven de golven uit en ging raar doen, vreselijk, hij slaat straks af, paniek, na kwartier met zweet in de handen tuffend tegen de hoge golven in, wij terug naar de veiligheid van de heerlijke rustige, tussen grote dijken liggende haven van Bommenede, de rust die je dan tegemoet komt als je buiten het bereik van de wilde golven komt in de luwte is geweldig. Met dit bootje was het gauw gedaan het was te primitief, enfin, dit was zuiver leergeld. Na deze ervaring was het even stil. Toen de volgende boten, steeds iets groter en ook weer verkocht. Toen kwam de Bries, een van der Stadt boot van polyester, maar het dek was van hout, een verrukkelijke boot en daar hebben we vreselijk van genoten voor heel weinig geld en geweldige herinneringen aan gehad. Het was in die tijd een beetje nog een wilde bende hier, je kon dagen bij een eiland liggen met je boot, een waar paradijs was het, alles kon en mocht nog !!!!. Op een zaterdagavond lagen wij met de Bries afgemeerd aan het eilandje  dwars in de weg, gelukkig met de twee honden bij ons, toen er midden in de nacht een vreselijk kabaal ontstond en er met luid schreeuwende knapen een boot op het eiland kwam afvaren, wij schrokken wakker van het geschreeuw. Stijf recht opzittend luisterden wij doodstil, de boot kwam met een knal tegen de steiger aan en had een gat in de romp, wij schudden heen en weer, toen hoorden wij ineens van die Duitse stemmen en liederen zingen, die mij deden denken aan de oorlogsfilms, waar ik er te veel van gezien had, ik was verstijfd van schrik, ik zei op fluistertoon tegen Willem er zijn er minstens vier of vijf en wat als ze ons afmaken, die keek mij aan en zei, je hebt te veel films gezien, er zijn ook nog wel nette mensen hoor, maar gelukkig sloegen de honden van het geschreeuw van de mannen aan en begonnen vreselijk te blaffen en te grommen, klonk goed en gevaarlijk, want als ze de kleintjes hadden gezien waren ze in de lach geschoten. Doodstil bleven wij zitten en ze liepen langs onze boot heen en weer, waarop de honden harder blaften, keihard in het Duits kletsend en schreeuwend, in mijn angst greep ik Willem, die zei ik pak even iets waarmee ik kan meppen als het zou moeten en hij nam een grote paraplu, die wij daar hadden staan er zat een gemene punt aan, weer hard gelach, weer drank en weer langs onze boot heen lopen, ik moest nodig van de zenuwen, maar durfde mij niet te verroeren en ze stonden bij onze boot en de honden werden bijna gek van nijd en bleven blaffen totdat er een riep in het Duits, kom we moeten gaan slapen en lachen en tegen de boot duwen en de honden harder blaffen en ineens gingen ze weg en na nog twee uur naar hun gelal en gezang geluisterd te hebben gingen ze slapen. Wat waren wij blij, het werd stil en de volgende dag zagen wij de heren en ik moet zeggen, zij vielen niet mee, maar tegen, het waren grove ruwe jongens en met gevaar voor onze boot, zo onbeschoft en slordig gingen ze nog half dronken weg varen, toen pas ontdekten ze dat er een paar wat oudere mensen in de boot zaten, na die tijd hebben wij nooit meer alleen aan een steiger ergens gebivakkeerd, maar meestal het anker uit en heerlijk vrij liggen dobberen . Dinkie.

vrijdag 23 februari 2018

Onze reis naar Italie.

Wonende in het prachtige mooie en fijne Voorschoten, besloten wij om dat jaar eens heerlijk met vakantie naar Italië te gaan met zijn zessen, heerlijk huisje aan de Adriatische kust was zo gehuurd, hele familie blij, Italië werd het . Wij vertrokken bepakt en helemaal vol met alles wat wij dachten nodig te hebben en werden uitgezwaaid door de buren, zo ging dat vroeger nog. De reis was een tocht om nooit meer te vergeten. Andy startte meteen met diarree in de auto, waardoor wij allemaal in de vreselijke stank zaten en overal werd hij iedere keer weer verschoond met een flinke pot Nivea en papierenzakdoekjes gewassen, hopende dat hij nu wel eens leeg zou zijn, dat viel tegen. Na nog wat drama's waar niemand op gerekend had kwamen wij eindelijk op de plaats van bestemming, een schattig mooi huisje, flink met de Dettol door alles heen, tropen afwijking, de bedjes opgemaakt, aangemeld en het feest kon beginnen, alles was gezellig en leuk , alleen mijn kleine Andy van toen 3 en een half  jaar kreeg zomaar ineens verhoging, niet aan denken, kwam vast door de diarree en de hitte, die nog al heel erg was zo ineens komende uit koud en nat Holland, alles liep vrij vlot voor ons doen, strand was heet kon niet op gelopen worden, jammer, maar goed dan het stadje maar in, zonnehoeden en zonnebrillen gekocht, heerlijk lunchen en alles liep nog steeds gezellig. Leuke foto's gemaakt met alle nieuwe hoeden brillen op voor het huisje, voor de oma's en opa's thuis. In het huisje heerlijk gegeten, zelf gekookt alles en heerlijk op het terrasje zittend met een kop koffie ging Andy, die bij ons op de kamer sliep ook mee naar zijn bedje, in de nacht huilende Andy gloeiend heet, koorts, wat nu helemaal dodelijk ongerust, een pilletje gegeven hopende dat het de volgende dag beter zou zijn ging hij dan eindelijk slapen de volgende dag 38.5 niet hoog meer wel verhoging, wat nu er werd gezegd valt wel mee, dus ons maar niet te druk over maken, maar het drukte erg op mijn zenuwen, verder normaal alles gedaan met zoveel mogelijk gezellige momenten, strand, zon, zee, heerlijk eten, wandelen ach van alles wat je al zo doet op een vakantie met kinderen.  In de avond koorts omhoog toen werd het voor mij toch wel iets vervelender en weer niet zo goed slapen Andy huilend in zijn bedje, weer zenuwen en zorgen . Toen naar een dokter geïnformeerd, maar dat gaf nog al problemen, toen schoot mij te binnen dat er vlak bij ons in een van de huisjes een arts zat, ik dacht als het morgen nog zo is ga ik er absoluut heen, vier dagen steeds hetzelfde verhoging en in de avond koorts kan niet. Die avond weer precies hetzelfde hogere koorts en slecht slapen huilerig weer, waardoor wij ook slaap te kort kwamen en nog al kribbig werden en de volgende ochtend weer 38.5. Ik tegen de zin van mijn ex naar een paar huizen verder op naar de arts, heb heel beleefd gevraagd of ik hun even mocht storen, daar ik al vier dagen met een naar mijn idee wel ernstig probleem zat.  Hij was aardig en zei oke dan maar. Ik vertelde wat er aan de hand was en hij bood aan even te komen kijken, hij heeft Andy onderzocht, temperatuur gemeten en ja hoor 38.5. Ja, zei hij, dat is niet in orde zo na vier dagen, weet je wat, ik heb een paar kuurtjes penicilline  bij me, daar geef ik er hem een van en dan kan er niets meer gebeuren. Zo gezegd zo gedaan, Andy  een flinke prik, gegild heeft hij alsof hij vermoord werd, hij werd er ziek en misselijk van, maar er veranderde niets, inmiddels proberen te redden wat er te redden viel van onze vakantie in heerlijk Italië. Ik ging zelfs naar de kapper en ik was al buiten aan het wachten toen mij iets vreemds overkwam. Terwijl ik daar zo zat werd ik ineens overspoeld met een gevoel van ik woon hier ik moet zo naar huis dat is hier vlakbij, net toen ik wilde opstaan om naar dat huis te gaan lopen , stond Arlette ineens voor mijn neus , mam we komen je halen je was al klaar , ik dacht ineens, wie is dat ken ik die en ineens was ik er weer. O lieve schat wat gezellig, dat je meekwam, wil jij je haar ook even laten doen, maar nee dat wilde ze niet, nog wat verbaasd ging ik mee  en dacht zou ik op twee plekken te gelijk wonen, nee dat kan niet, enfin ik schoof het van mij af. Later zei mijn vader dat is nu een deja vu, herkenning van een plek waar je al eens eerder geweest bent in een vorig leven. Nog wat versuft en verbaast in het huisje gingen we weer eens uit eten, het eten was te lekker zodat we weer heerlijk buiten konden zitten genieten van het uitzicht en alles, ik genoot en voelde mij er volkomen thuis en ook wat rustiger, want ik dacht, Andy kan geen bacterie meer hebben. Hoe de andere kinderen dit beleefd hebben weet ik niet precies, op die leeftijd klagen ze vaak of helemaal niet en hoor je later pas alles. Weer ging onze lieverd niet slapen, de kuur was af en weer had hij koorts, ik was heel erg bezorgd, dit duurde nu al een week en langer en weer steeg de koorts, nu was mijn ex nog al een ongeduldig iemand en midden in de nacht om 1 uur zei hij wij gaan naar huis, om 2 uur precies was alles gepakt en zaten ze allemaal slaperig en doodmoe in de auto, wat een enorm voordeel was, want de  hele reis door tunnels over bruggen door allerlei landen heen gaven ze geen kik, alleen wat dorst en honger waar we op berekend waren, want ik was gewaarschuwd, we rijden door naar huis, je wilt het niet geloven, maar om 10 uur in de avond arriveerden wij kapot en stijf als een plank in Voorschoten, iedereen liep op zijn laatste benen mijn ex toen ook, wie schetst mijn verbazing, Andy liep de trap en op en riep: mijn bed, mijn bed , hij ging er in en sliep direct, de volgende ochtend kwam de huisarts, die had ik direct gebeld, hij was onze buurman, het manneke had absoluut geen graad koorts meer. Hij mankeert absoluut niets zei de huisarts, vrolijk stapte Andy rond zonder een greintje koorts meer, ons allemaal  stomverbaasd achterlatend en ging hij vrolijk spelen. De dokter keek mij aan en zei: hij had heimwee, daar kun je zelfs koorts van krijgen en ziek van worden en daar helpt  ook penicilline niet tegen. Wij arme stakkers hadden drie dagen nodig om van dit avontuur bij te komen in ons eigen huis met eigen bed, ook niet gek !!
 Dinkie.