maandag 23 januari 2012

Nongkodjadjar de waterval

 
Posted by Picasa

Alemaal foto's van Nongodjadjar.

 
 
Posted by Picasa
 
Posted by Picasa

Java uit mijn kindertijd

Een spannende tocht in de bergen van ons voormalige Indie.

De zon scheen zoals altijd weer onvermoeibaar over de rijstvelden, de weg was stijl en langzaam reden wij naar de bergen, het was heel vroeg in de ochtend, toen wij ineens tussen de kapokbomen doorreden met witte pluizen en bomen vol met openspringende kapokzaden, het was er gewoon stoffig en overal pluizen om ons heen, al dat gedwarrel maakte ons vrolijk, zo ziet sneeuw eruit zei mijn vader. Mijn ouders zaten rustig te praten en langzaam overviel je een luie sloomheid en vielen onze ogen dicht. Wij stonden ineens stil naast een prachtige grote passanggrahan, die hoger lag dan de weg. Langs de weg naar boven naar de passanggrahanop stonden prachtige dennenbomen, die zachtjes ruisden, een lust voor het oog, dolblij stapten wij uit na die lange tocht, snel de benen gestrekt en in het hotel met in het wit gedekte tafels en veel groene planten was het heerlijk koel, het was lunchtijd, er zaten al enkele mensen hier en daar verspreid over de mooie eetzaal. Een keurig in een prachtige kabaja geklede bediende kwam vragen wat wij wilden eten, het eten en drinken werd besteld en na eerst nog wat gedronken te hebben, een heerlijk flesje prik, wij naar buiten, het eten werd klaargemaakt en dat zou nog even duren. Rennend over de weg langs het hotel stonden wij ineens aan de achterkant van het hotel, daar zagen wij de kok lopen met een krijsende kip in zijn handen, die strak om de nek van het beest zaten, blij met het plotselinge publiek pakte hij een fles drank uit de keuken duwde de bek van het beest open en goot er drank in zette de fles neer pakte een mes en pats, sneed de kop er af, gooide die op de grond, verstijfd van schrik stonden wij daar doodstil als 6 jarige en 4 jarige onze eerste kennismaking met de reële wereld van de mens, te verwerken, maar wat volgde was erger, grijnzend blij kijkend naar ons, liet hij de kip los, deze liep waggelend, zonder kop een heel eind naar beneden, viel toen ineens neer, bloed liep eruit, doodstil stonden wij daar verbijsterd te kijken, hand in hand tot het arme dier nog even rilde,sidderde en stil bleef liggen, gillend renden wij terug helemaal overstuur, huilend naar binnen. Om de rest van de gasten niet te ergeren nam mijn vader ons naar buiten en probeerde ons verhaal aan te horen, nadat hij begreep wat er was gebeurd ging hij met ons de weg naar beneden af en bij de laatste dennen liet hij ons zitten in het gras om heel voorzichtig uit te leggen dat een kip altijd dood gemaakt werd alvorens wij het konden eten. Dat was onze eerste kennismaking met de echte wereld en kwam de eerste deuk in ons tropische paradijs, waar ik zo zielsveel van hield. Het lukte toch door de honger gedreven om ons zover te krijgen daar toch te eten, veel weet ik er niet meer van. Er was daar vlakbij een huis gehuurd, een klein donker huis helemaal aan de rand van een ravijn, doodeng was het en erg donker door alle bomen en ook hoorde je geritsel overal, slangen!!!!. Ook bomen die vanuit het ravijn met de toppen in onze tuin stonden van hoog naar nog hoger. Het huis was van binnen ook donker, maar erg koel, vrij kleine kamers, nu ik hier in Holland al zolang woon begrijp ik dat het huis iets van een Hollandse inrichting had, kleine kamers, gezellig kneuterig, wat mijn moeder erg aantrok, wij vonden het een eng benauwd huis. Iedere dag zaten wij daar ons te vervelen vooral toen mijn vader weer alleen terug ging en wij daar achterbleven in het donkere sombere huis. Al snel had mijn astmatische moeder daar ook weer hulp, maar niet voor ons en naar school gingen wij ook niet, zij gaf ons les, wat bestond uit alleen maar huiswerk maken, wat zij zo nu en dan nakeek. Vaak ging zij naar de plaatselijke markt per taxi of betjak, maar wij moesten thuis blijven en werken in de eetkamer. Op een dag uit verveling wilde mijn broer de ramen open gooien, dat was ons ten strengste verboden, er konden apen binnen komen en die beten mensen en daar kon je heel ziek van worden, rabiës. Kun je begrijpen als je je verveeld, wat deed mijn broer, ramen openen, dat wilde hij wel eens meemaken, voor wij het wisten zat de hele kamer vol met apen, wij gilden, ze zaten overal en aten alles op wat ze te pakken kregen, ze waren door het dolle, krijsten, schreeuwden en trokken overal aan, alles ging van de muren, alles gooiden ze kapot, onder luid gekrijs trokken ze aan de blonde haren van mijn broer tot hij ook erbarmelijk krijste van de pijn, waarop ze loslieten, toen zijn we allebei maar keihard gaan krijsen, dat hielp, ze bleven uit onze buurt, alleen alles en dan ook alles werd gesloopt, wij deden onze schriften op ons hoofd , dat vonden ze prachtig, trokken de schriften weg, die werden totaal verscheurd, krijsend renden ze over de meubels, lampen, alles ging eraan, toen ineens stond de baboe in de kamer met een sapoelidie en joeg ze daar mee weg wat haar noch erg veel moeite kostte, toen de laatste aap met een mep op zijn derrière was verdwenen, knalde zij de ramen dicht, scheldend op ons. Op dat moment kwam mijn moeder binnen, furieus was zij, toen ze al haar vernielde kopjes en glazen, schilderijen en nog veel meer zag, de kussens hadden ze kapot gemaakt en alle kapok dwarrelde door de eetkamer, het was een slagveld, nooit kunnen bevroeden dat tien a twaalf apen zo'n bende konden maken, woest was zij op ons, wij werden in onze slaapkamers opgesloten en daar zat ik nog na te bibberen van al dat geweld op bed. Drie dagen later kwam s'-morgens vroeg een gillende baboe het huis in, "nonja nonja", "wat is er nu weer" gilde mijn moeder,"er zit een zwarte panter in een boom die vanuit het ravijn komt", wij keken uit het raam de tuin in, een prachtige zwarte panter lag daar uitgestrekt op een hele dikke tak naar ons te kijken. Het liep de hele dag storm van buren, politie, van overal kwamen ze kijken. Mijn moeder wilde daar meteen weg, maar helaas dat ging niet. Tegenover ons woonde een schatrijke Chinees in een prachtig huis met een enorme oprijlaan en een prachtige herdershond, die het terrein bewaakte, veel was deze Chinees er niet, maar als hij er was dan had hij altijd bewaking bij zich, voor ons een heel interessant geval. Zijn bewaking kwam onverwachts even kijken, doodenge mannen, ninja figuren met veel wapens, het bleek dat hij dus thuis was. Ze boden aan wat in de lucht te schieten in de hoop dat de panter weg zou gaan, maar wat ze ook deden, de panter bleef doodstil liggen, richtte zijn hoofd verstoord op en ging weer verder met slapen, er zat niets anders op dan binnen te blijven zolang hij in de boom zat. Mijn moeder was bang dat hij 's-nachts op het erf rond het huis zou gaan lopen en proberen binnen te komen. Zij besprak dit met de baboe en toen besloot men een politieman met karabijn bij ons te laten slapen en hele spannende uren volgden. Toen op klaarlichte dag klom de panter de boom uit, de politieman was natuurlijk allang weg, hij liep over het erf, snuffelde overal aan vlak langs ons raampje waar wij altijd naar hem zaten te kijken, wij konden hem bijna aanraken zo dichtbij was hij, alleen glas er tussen, prachtig was hij, groot, hij draaide zijn kop om en keek ons recht in de ogen, stil van angst en ontroering om zo dichtbij zo'n groot zwart dier te zijn, de gloed in zijn ogen sprak boekdelen, vriendelijke bedoelingen had hij kennelijk niet, zonder ons verder een blik waardig te keuren verdween hij majestueus naar de rand van het ravijn om niet meer terug te komen. Ook wij verdwenen na de terugkomst van mijn vader dat week-end direct naar een ander huis in de bergen, een heel stuk wijzer, meer ervaren en wat voor ervaring !!!!. Dinkie.

zondag 28 augustus 2011

Hoe ik leerde kaartleggen, herhaling

herhaling ,Hoe ik leerde kaart te leggen
Wandelend door de gangen in kamp Solo, overal vrouwen en kinderen, alles was stampend vol. Het nieuwe kamp was nog niet klaar. Honderden vrouwen en kinderen zaten daar op te wachten toen ineens het bericht kwam, dat alle jongens vanaf 10 jaar over twee dagen weggehaald zouden worden. Niemand wist waar naar toe. Wat zich toen afspeelde, zal ik nooit meer vergeten. Overal huilende vrouwen en angstige jongens, wat is nu tien jaar, als je al bang bent, je vader al kwijt bent, je weet ook niet waar je naar toegaat, niemand wist dat. Die twee dagen waren voor iedereen een hel. Toen kwam de gevreesde ochtend, de grote trucks. Daar stonden ze met zijn allen, tien jaar en ouder, bibberend, sommige jongens begonnen hard te huilen, anderen liepen steeds naar hun moeder en weer terug. Moeders stonden er wanhopig bij, enkelen begonnen te gillen en werden snel door andere vrouwen weggesleept. Dan ineens rijden de trucks met je enige zoon, broer of oudste zoon weg. Een uur later was alles voorbij en viel er een doodse stilte over het kamp. Je hoorde alleen nog het gehuil, soms geschreeuw van enkele vrouwen. Het heeft weken geduurd. Toen ging ook het nieuwe kamp open en kregen wij een beetje rust en overzicht. Maar al die moeders wilden weten hoe het met hun zoon ging, dus werd er al gauw naar waarzegsters gezocht, die waren er, twee. Voor een beetje suiker of wat anders legden zij de kaart en vertelden je over je zoon, je man enz. Naar mate de tijd verstreek en bepaalde dingen uit kwamen werd zo'n vrouw geloofwaardiger. Ze hadden dagwerk. Daar ik mij vaak verveelde, zat ik altijd bij deze waarzegsters en volgde alles. Ik onthield ook alles van iedere legging en zo heel langzamerhand kon ik zelf al zien wat er met deze of gene gebeuren zou, ook wat de waarzegster verzweeg, bv als het heel erg was. Dat vond ik heel netjes van haar. Als je daar dagen en weken bij zit dan wordt het steeds duidelijker, plus dat je meteen kon nagaan of het klopte, iedereen woonde bij je in de buurt en alles ging als een lopend vuurtje, vooral als een voorspelling uit kwam. Veel later, in Holland als meisje van 15, 16 jaar en ouder was je veel verliefd of wilde je graag weten of het wel allemaal goed ging, dus begon ik eerst voor mijzelf en later voor al mijn vriendinnen de kaart te leggen. Al gauw was mijn reputatie als waarzegster bekend. Mijn hele leven heb ik kosteloos vooral voor vrienden en hele goede kennissen de kaart gelegd. Nog steeds, als een van mijn vriendinnen ziek is of iets naars heeft, leg ik de kaart nog een enkele keer, al was het alleen om zelf te weten hoe het afloopt. Er is een tijd geweest, dat het te gek werd. Toen ben ik er mee gekapt, dus nu nog alleen voor echte vriendinnen of vrienden. Vaak heeft men mij gevraagd, waarom vraag je er geen geld voor. Mijn antwoord is: als ik het echt zo goed doe, is dat een geschenk en wil ik daar geen geld voor hebben. Dinkie
Geplaatst door Dinkie op 8:48 0 reacties

Een hele merkwaardige gebeurtenis

Een merkwaardige gebeurtenis.
Zoals ik al eerder verteld heb kwamen wij in de wijk te Malang terecht. Je moet je voorstellen, een grote villa wijk en daaromheen hoge hekken en prikkeldraad, auto's allemaal ingepikt door de jap, straten helemaal leeg. In iedere villa kwamen er acht mensen bij, je kunt wel na gaan wat dat betekent voor degene van wie de villa is. Overal mensen, die moeten slapen, eten, baden in jouw huis en nergens kun je klagen, want dan ging je de cel in. Je kunt je ook voorstellen wat dat een heibel gaf, zo ook bij ons. De vrouw des huizes was totaal over de rooie, al haar meubels en al haar mooie spullen, mensen die sliepen in de huiskamer en in de eetkamer, drama. Mijn ouders besloten de garage te nemen. Helaas zat mijn grootmoeder wel bij de vrouw des huizes, tot ook mijn vader weg moest en alle mannen tot en met 18 jaar. Hoe ze het voorelkaar hadden gekregen, mijn ouders, weet ik niet meer , maar er kwamen kisten met boeken en naaigerij uit ons huis in Soerabaja. Mijn moeder begon een bibliotheek vanuit de garage en daarmee verdiende zij een beetje geld. Bij de hoofdpoort was een kleine markt, waar de lokale mensen hun waar aan onze hollandse vrouwen mochten verkopen, waarna zij weer verdwenen. Wij speelden heel veel buiten. In het midden van deze villa wijk was een groot park, een gedeelte gras en een stukje bos, bestaande uit hele dunne dennen, ijzersterk en heel hoog. Daar werd veel in geklommen en mee heen en weer gezwiept. Aan het hoofd van al deze kinderen stond een grote jongen van ongeveer 15, 16 jaar, lang, slank en een enorme bos met krullen, rood blond, Henk. Het was een baasje en hij was verliefd op een wat ouder meisje Jaennie. Hij had mij uitgekozen om zijn postillion d'amour te zijn. Ik moest steeds briefjes naar haar brengen en wachten op briefjes terug. Dat duurde zolang wij er woonden. Als dank mocht ik, als enige, bij hem achterop zijn fiets. En achter aan zijn fiets een hele sliert met rolschaatsende kinderen en wie de laatste was vloog of uit de bocht of belande in een heg en dan maar gauw weer aanhaken. Ondanks het verdriet om onze vader was het juist door hem, dat wij ons als groep happy voelden en veel over alles discussieerden, zoals de Jap, het vertrek van onze vaders en het moeten geld zien te verdienen, want salarissen waren er niet. Er werd wel melk en voor ieder gezin een pakje boter en wat suiker afgegeven en nog wat andere dingen. Maar als het op was zat je er naast. Mijn moeder borduurde beeldige broches, spelde die op een kartonn en samen met andere mooie, door haar gemaakte dingen, ging ik langs de deuren om het te verkopen en verdiende daar echt nog wel een beetje mee. Af en toe fietste Henk, als hij mij zag, even met me mee. Helaas kwam daar na enkele maanden een eind aan, want wij moesten vertrekken naar Solo. Wij vonden het allemaal vreselijk en ik weet nog dat Henk met mij en nog een ander meisje s'avonds laat praatten en tegelijk afscheid namen en hij ons veel sterkte toewenste. En weer moesten wij alleen meenemen wat wij konden dragen en daar gingen wij het kamp uit, ook weg van mijn vader, niet wetend wat ons nu weer te wachten stond. Jaren later in Holland, 1953, de ramp in Zeeland. Wij verzamelden en werkten overal om te helpen sorteren van kleren, wij, dat waren alle meisjes van de Haanstra kweekschool. Een van mijn beste vriendinnen toen was Riet, die in Leiden op kamers woonde en waarmee ik toen stage op een kleuterschool liep. Haar vriendje had het net uit gemaakt en zij was er erg verdrietig over. Ik had ook een vaste vriend, later mijn ex. Ieder jaar aan het eind van het schooljaar hadden wij een groot bal in het lang in de Burcht in Leiden met een grote band. Wij verheugden ons er erg op, behalve Riet, die niemand had om mee te gaan. Ik vroeg aan mijn vriend of hij niet een vriend had, die met haar zou kunnen gaan en aangezien hij ook niet liever alleen ging, vroeg hij het aan al zijn vrienden, die ik zeker nog niet kende, want wij hadden net verkering. Een van zijn vrienden wilde eerst kennis maken met Riet, dus zouden wij met zijn vieren naar de film in Leiden gaan. Wij stonden bij de bioscoop op beide heren te wachten, daar zag ik mijn vriend aan komen en naast hem liep iemand, die mij wel heel bekend voorkwam en dat vond hij ook. Ben jij soms Henk uit Malang, vroeg ik, ja zei hij, ben jij dan soms Dinkie, dat kleine meisje met die vlechten. En daar in Leiden stond mijn oude kampvriend, die uiteindelijk getrouwd is met mijn vriendin Riet en met wie wij nog jaren zijn omgegaan. Wij hebben samen heel veel opgetrokken, met onze kinderen, onze feesten en onze zorgen, jaren lang. Het gaf mij altijd een heel vertrouwd gevoel, totdat wij twintig jaar later alle vier gingen scheiden. Toen liepen onze wegen helaas wat uit elkaar en zag ik ze beiden niet zoveel meer. Vlak voor hij is overleden is hij nog een middag en een avond bij ons hier in Zeeland geweest en kon ik nog even lief afscheid van hem nemen, want hij was al erg ziek. Mijn vriendin is kort na hem ook overleden. Beiden waren fijne mensen, heel fijne mensen, waar ik hele mooie herinneringen aan heb. Dinkie
Geplaatst door Dinkie op 9:04 0 reacties