dinsdag 24 maart 2009

Een gelukkige tijd in Nigeria 1970

Afgemat, doodmoe, vier kinderen, vier verhuizingen en zonder enige hulp. Een man die om acht uur s'avonds thuis kwam en heel veel in het buitenland zat en nooit tijd had. Zo kwam ik in ons eerste project terecht: Nigeria, Lagos. Nu was Nigeria anno 1970, vlak na het vertrek van de Engelsen en net na de Biafraanse oorlog nog een bijna koloniaal geheel. Wij kregen daar in Ikoy, een prachtige wijk in Lagos, een beeldig huis in een parkachtige tuin gelegen. Met aan een kant van het huis alleen maar glazen deuren, die allemaal open konden naar een veranda. Bij dat huis een hele grote keuken, ruime slaapkamers en natuurlijk de prachtige tuin met vele bomen en vooral niet te vergeten heel veel personeel. Twee huisbedienden (mannen), die achter het huis op een eigen compound woonden met hun gezinnen. Een tuinman plus hulpje en een nachtwacht en chauffeur. Zo van de hel in de hemel, alles werd gedaan, wassen, strijken, de gehele sjebeng sjebeng. Geen vinger hoefde ik meer uit te steken, een gigantische luxe. Om dit alles nog makkelijker te maken was daar ook nog de Ikoyclub, geheel op Engelse leest geschoeid, met bibliotheek, golfbanen, tennis, judo, squash, een prachtig zwembad en je kon er heerlijk eten en drinken. Na schooltijd zat de hele jeugd dus daar en waren uren zoet.Het project was een regeringsproject via Nedeco en de Nederlandse Ambassade, dus zeer lux. Er was ons zeer veel geld gegeven voor kleding zoals avondjurken, cocktailjurken, sportkleding en nog veel meer, dat was verplicht en beslist geen ramp voor een afgetobd huisvrouwtje, ook voor onze kinderen niet. Er ging een totaal nieuwe wereld voor ons open met heel veel etiquetten en verplichtingen aan de ene kant, luxe en vrijheid aan de andere kant. Je had in Lagos in die tijd, buiten de verplichte feesten via de Ambassade ook nog twee geweldige nachtclubs, de Bachus en de Bagatelle, waar heel veel Libanezen in werkten, buitengewoon charmante mensen. Ik genoot het meest van het vrij zijn, geen huishouden meer. Kunnen doen wat je wilde, zwemmen, thuis komen en het eten stond op tafel, je was was gedaan, super. Je kinderen werden verzorgd en prima verzorgd, er was ook altijd iemand thuis . De chauffeur reed ze overal naar toe en haalde ze ook weer op, ongelooflijk. Maar de fijnste momenten van mijn verblijf daar waren de vele dagen, dat ik met een bananen boot vanaf het Federal Palace hotel (met zwembad en andere luxe) vertrok om dan via de grote vaarroute van alle schepen die naar Lagos gingen, naar Badagry beach te gaan. Die tochten met dat kleine bootje en buitenboordmotor, die het liefst weigerde als je midden tussen de grote schepen voer, was doodeng. Dat kleine smalle houten bootje, daar deinend, steeds dichter naar zo'n schip toe drijvend, een Nigeriaan die in grote paniek maar bleef rukken om de motor aan de praat te krijgen, wij vol spanning, hopende niet overvaren te worden door een van die gigantisch groot lijkende schepen, menig keer als ik net dacht van nu jongens dat was het dan weer, nu eindigt hier mijn leven, startte het kreng en konden wij net op tijd wegvaren van het grote gevaar en opgelucht ademhalen. Maar het kon het verlangen naar die geweldige uren op een totaal eenzaam strand onder een palmdakje zittend en luisterend naar de enorme klappen van de golven op het strand en de heerlijke klappermelk uit de kokosnoten niet verstoren. Uren heb ik daar doorgebracht in mijn eentje. Af en toe een expat of een Nigeriaanse vrouw, die kokosnoten aan mij verkocht. Genoten heb ik van die verrukkelijke dagen met zon, wind, golven en diepe rust. Soms ging mijn jongste zoon met mij mee en speelde dan ook uren op het strand. Dit Badagry beach, zo stil, zo mooi, zo ongerept, met die prachtige palmbomen verderop, zal ik nooit meer vergeten. Dinkie

Geen opmerkingen: